Verslag ontwerpdag 2: belevingsconcepten

Samen met 75 deelnemers van over heel erfgoedland doken we op maandag 8 februari tijdens een middag- en avondsessie in ontwerpprincipes, uitkomsten van gebruikersonderzoek en de vertaling daarvan naar de eerste gebruikersconcepten voor het virtueel museum.

We willen de deelnemers graag bedanken om hun vele reacties op de concepten en om mee te denken over de ontwerpprincipes die er achter zitten. We mochten vaststellen dat er over het algemeen ingestemd werd met die principes.

Deze sessie was de tweede van drie in de ontwerpdagen die departement cultuur, jeugd en media organiseerde over het virtueel museum van Vlaanderen op 4, 7 en 8 februari. Lees ook het verslag van sessie 1: het virtueel museum in de erfgoedsector, en sessie 3: verhalen, erfgoedelementen en selectiecriteria.

De visie van de sector aligneert met de uitkomst van het gebruikersonderzoek

In de inleiding stelt programmaleider Willem Putzeys dat de visie van de erfgoedsector op het virtueel museum zoals die naar voren kwam uit de sectorbevraging en de eerste sessie van de ontwerpdagen aansloot bij de conclusies uit het gebruikersonderzoek: er is een rol voor het virtueel museum als stapsteen en wegwijzer. Vanuit die rol kan het virtueel enerzijds inspelen op de drempels die een breed publiek ervaart, en zich anderzijds complementair en ondersteunend positioneren in het erfgoedlandschap.

Ontwerpprincipes, gebruikersonderzoek en belevingsconcepten

Vervolgens presenteerde ontwerppartner Studio Dott de resultaten van het ontwerptraject dat we samen met andere ontwerpers en enkele hogescholen doorliepen in het laatste kwartaal van 2021. Afgewisseld met interactieve peilingen, lichtte Studio Dott achtereenvolgens het ontwerpkader, de aanpak en uitkomst van het gebruikersonderzoek en de belevingsconcepten voor.

De uitkomst van de peilingen vind je hieronder. Elke vraag sluit aan bij een onderwerp uit de presentatie. Die kan je hier bekijken.

Vraag 1. Welke acties neemt je organisatie vandaag al om in te spelen op de verschillende fases in de cultuurparticipatiecyclus?

  • Samenwerken met verenigingen voor kansarmen en speciale events doen voor specifieke doelgroepen.
  • Archeologische opgravingen aan de hand van reconstructies en 3D-modellen visualiseren.
  • Digitaal toegankelijk maken via gedeelde tools.
  • Herbestemming religieus onroerend erfgoed; valorisatie en ontsluiting roerend religieus erfgoed.
  • Laagdrempelig (digitaal) ontsluiten van verhalen en collectie via diverse platformen (servicekoers.be, Wiki, etc.),Inzetten op een aanbod voor verschillende doelgroepen.
  • Digitaliseren, archiveren en toegankelijk maken archiefmateriaal (AV, kunst).
  • Gericht een kunstwerk digitaal in de focus zetten (gerelateerd naar andere artefacten),collecties digitaal ontsluiten, ook gethematiseerd naar grote kunsthistorische periodes of thema's.
  • Virtueel museumbezoek, podcastserie, gezinsdagen, samenwerking met partners.
  • (Co)creatie proberen we het meeste op in te spelen o.a. via tentoonstellingen die we samen ontwikkelen, via projectwerking, jongerenwerking,...
  • Naast regulier museumbezoek en museumaanbod (rondleidingen, workshops) ook speciale activiteitenkalender voor breed publiek: Krokuskriebels, Schatten Vlieg, Solidariteitsfestival in en rond museum, etc.
  • Digitaliseren van roerende collecties,organisaties ondersteunen bij evenementen als Erfgoeddag.
  • Collectiedata mappen aan OSLO en zo proberen de silo's (bib/archief/museum) te overstijgen via ontsluiting.
  • Beleving in situ aanmoedigen.
  • Boekjes maken voor kinderen i.v.m. valkerij.
  • Deelname aan Krikkrak, Vliegactie, Erfgoeddag,…
  • Jaarlijkse tentoonstellingen.
  • Deelname aan beurzen en tentoonstellingen tijdens eendagsactiviteiten.
  • Eigen communicatiekanalen, maar ook beamen dat de interesse die ze nu al stellen, belangrijk is.
  • Deelname aan Erfgoeddag.
  • Zowel brede als doelgroepgerichte communicatie.
  • Deelname aan het UNESCO-dossier.
  • Aanbod bekend maken via diverse communicatie-instrumenten.

Vraag 2. Waar ligt vandaag de grootste uitdaging voor jouw organisatie om op in te zetten binnen deze cyclus?

  • Niet overwegen (26%)
  • Overwegen (21%)
  • Sporadisch beleven (0%)
  • Passief beleven (0%)
  • Actief beleven (21%)
  • Delen (24%)
  • Creëren (9%)

Vraag 3. We detecteerden 6 knelpunten in de doelgroep die we voor ogen hebben. Beaam je deze vanuit je ervaringen?

  • Ja (63%)
  • Deels (37%)
  • Nee (0%)

Vraag 4. Zijn er vandaag knelpunten die je tegenkomt vanuit de organisatorische kant om deze doelgroep te bereiken?

  • Communicatie is soms een knelpunt bij jongeren.
  • Geen geschikte financiële middelen.
  • Aansluiting zoeken op de leefwereld van de doelgroep.
  • We hebben geen locatie waarbij wij ons permanent kunnen voorstellen.
  • Vaak niet voldoende collega's beschikbaar die tijd hebben om in te zetten op deze groep.
  • Social media: intern moeilijk op te zetten.
  • Interne knelpunten? Tijd, middelen, personeel, ...
  • Topknelpunt is personeelsinzet die nodig is om moeilijk bereikbare doelgroepen te bereiken.
  • Welke communicatiekanalen voor welke groepen?
  • Vastzitten in eigen logica.
  • Specifieke doelgroepen die zelf niet op zoek zijn naar cultuur zijn moeilijk te bereiken – hoe ga je te werk? En als het weet, vaak samenwerken met specifieke partners als oplossing, maar tijdrovend voor ons team.
  • Doelgroepenbeleid en marketing, mensen triggeren en blijven triggeren kost geld.
  • Weten wat de juiste communicatiekanalen zijn.
  • Wij zijn met een te kleine groep mensen om ons erfgoed uit te dragen.
  • Wat met digitaal onvaardige mensen?
  • Voorzichtigheid om de klassieke patronen te verlaten.
  • We kunnen niet op alle doelgroepen tegelijkertijd inzetten, en deze doelgroep is niet onze prioriteit.
  • Zeer breed verspreid erfgoed.
  • Erfgoedsector heeft te weinig inzicht/ervaring om andere publieken te bereiken, want zijn zo sterk op het erfgoed gefocust. Moet in dit verhaal de mensen en hun leven veel meer centraal staan?
  • Bemerking: de meeste buitenlandse bezoekers (weekend of langer) behoren niet tot je doelgroep, want die zijn meestal wel geïnteresseerd.
  • Weinig interesse, momenteel niet echt goede communicatiekanalen om hent te bereiken.
  • Soms eerst collega’s overtuigen, of het bestuur.
  • Een overaanbod in de regio.

Vraag 5. Personalisatie. Hoe belangrijk vind je dit principe in het concept?

  • 1 – niet belangrijk (5%)
  • 2 (5%)
  • 3 – redelijk belangrijk (36%)
  • 4 (31%)
  • 5 – heel belangrijk (23%)

Vraag 6. Op welke manier zou je organisatie kunnen/willen inspelen op de data die we uit het virtueel museum kunnen halen?

  • Profielen van erfgoedbezoekers opstellen.
  • Link maken tussen veelbezochte plaatsen en ons museum.
  • Eén van de mogelijkheden om (lokale) verhalen rond religieus erfgoed (collecties, gebouwen en tradities) te ontsluiten.
  • Eigen website en sociale media. Tijdelijke expo's.
  • We kunnen aansluiten bij bepaalde evenementen die door lokale erfgoedinstellingen worden georganiseerd in een bepaald kader.
  • Welk soort manier van de boodschap overbrengen triggert het meest? AR/korte tekstjes/podcast/...,push naar musea/belevingscentra in de buurt.
  • Bekendmaken tijdelijke tentoonstellingen/evenementen aan gebruikers tool,welk type erfgoed slaat het meest aan bij een minder voorbereid publiek ...
  • Verzamelen van bezoekersfeedback (tevreden / niet tevreden en waarover?).
  • Zicht op lokale erfgoed: inhoudelijke aanvullingen bij plaatsen
  • Welke combinaties van verhaallijnen ze interessant vinden.
  • Aangepaste tijdelijke tentoonstellingen of evenementen er opzetten.
  • Peilen welk soort erfgoed mensen interesseert en hen daar dan specifieke info over geven.
  • Welke onderwerpen persoonlijke reacties triggeren.
  • Controle op juistheid van de gegevens, en eventueel deze verbeteren.
  • Proberen hun hobby’s te capteren en daarop inspelen, b.v. handwerken = bepaalde objecten in musea.
  • Potentieel archiefonderzoek stimuleren.
  • Welke challenges mensen leuk vinden.
  • Moeilijk, want onze organisatie werkt vooral B2B.

Vraag 7. Het virtueel museum wil maximaal inspelen op het het moment dat mensen (even) tijd hebben. Hoe belangrijk vind je dit principe in het concept?

  • 1 – niet belangrijk (0%)
  • 2 (9%)
  • 3 – redelijk belangrijk (34%)
  • 4 (17%)
  • 5 – heel belangrijk (40%)

Vraag 8. Kan je je vinden in het verwerken van cultuurhistorische verhalen in beknopte, leuke verhaalfragmenten?

  • Ja zeker, maar hoe link je dat met een locatie buiten het museum?
  • Ja, niet iedereen is geïnteresseerd in uitgebreide, diepgravende info. Wat gevoelige info betreft: vermijden dat er kort door de bocht gegaan wordt.
  • De korte snippits zijn zeker waardevol en kunnen een toeleiding naar de inhoudelijkere artikels en verhalen zijn.
  • Absoluut, als eerste contact met deze doelgroep, waarna verdieping mogelijk is.
  • Gezien de doelgroep wel ... Maar andere doelgroepen zoeken ook meer inhoudelijke verdieping ...
  • Zeker en zeker als rekening wordt gehouden met het aanbieden van verdieping tegelijk.
  • Jazeker!
  • Laagdrempelig, toegankelijk = waardevol. Met mogelijke goesting om naar meer op zoek te gaan.
  • Ja, zolang de info correct is.
  • Zeker, show the surface en trigger to scratch it.
  • Maar ook fragementen die naar hedendaagse cultuurevents kunnen verwijzen.
  • Fragmenten die leiden naar cliff hangers, zeker.
  • Als we ons daar als museum in kunnen vinden, zeer graag.
  • Ja, dat lijkt me een noodzaak om meer mensen aan te spreken.
  • Ja, hopelijk als opstap naar meer.
  • Zolang het daar niet bij blijft, voor mij is 1/1 belangrijk, het éne kan natuurlijk uit het andere vloeien.
  • Ja, maar de stap voorbij het vluchtige blijft een belangrijke.
  • Zolang er een trigger ontstaat, om verder te onderzoeken.
  • Ja, maar wie moet dat aanleveren?

Vraag 9. Koppeling fysiek-digitaal: hoe belangrijk vind je dit principe in het concept?

  • 1 – niet belangrijk (0%)
  • 2 (0%)
  • 3 – redelijk belangrijk (6%)
  • 4 (23%)
  • 5 – heel belangrijk (71%)

Vraag 10. In welke mate is het realistisch om op de locatie(s) van je organisatie een fysieke referentie naar dit concept te maken?

  • Ik word enthousiast van dit idee (63%)
  • Dit valt te bespreken onder bepaalde voorwaarden (37%)
  • Ik denk niet dat dit wenselijk is (0%)

Vraag 11. Collecties verbinden: hoe belangrijk vind je dit principe in het concept?

  • 1 – niet belangrijk (0%)
  • 2 (0%)
  • 3 – redelijk belangrijk (6%)
  • 4 (28%)
  • 5 – heel belangrijk (66%)

Vraag 12. In welke mate vind je deze soorten van samenwerking een versterking voor het hele erfgoedlandschap?

  • 1 – geen versterking (0%)
  • 2 (0%)
  • 3 – niet voor en niet tegen (6%)
  • 4 (32%)
  • 5- belangrijke versterking (62%)

Vraag 13. Grenzen overbruggend (verband met lokale economie): hoe belangrijk vind je dit principe in het concept?

  • 1 – niet belangrijk (3%)
  • 2 (26%)
  • 3 – redelijk belangrijk (32%)
  • 4 (12%)
  • 5 – heel belangrijk (12%)

Vraag 14. In welk onderdeel van het concept zie je voor jouw organisatie het meeste rendement?

  • Plekken (reflect) – 8%
  • Verhalen (learn) – 23%
  • Wegwijzers (discover) – 69%

Vraag 15. Op welk manier(en) zie jij je organisatie een rol spelen in het gepresenteerde concept?

  • Verborgen parels aankaarten.
  • Grote rol, we kunnen content (data, beelden, achtergrondinfo, ...) Aanleveren en mee helpen definiëren van interessante POI's.
  • Een kleine aanvullende rol.
  • Aanleveren van data en beelden, eventueel beperkte redactionele input.
  • Aanleveren van content: verhalen, tradities, collectie, ..., mee bekendmaken van het nieuwe platform.
  • Aanleveren data - oproep crowdsourcing naar erfgoedspelers.

Tijdens de sessie stelden de deelnemers verschillende vragen. De antwoorden kan je hier lezen.