Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Antonia Engelen, vrome vrouw, begijn
Begijnen zijn vrouwen die sinds de 13de eeuw een gemeenschap vormen waarin ze zelfbewust samenleven. In hun zoektocht naar een veilige geaccepteerde woonvorm en een manier om hun vrouwelijke spiritualiteit te beleven ontstaan de begijnhoven. Ze bloeien vooral in de Lage Landen. Vandaag vormen deze plekken nog steeds eilandjes in het stedelijke weefsel die getuigen van de fascinerende traditie van de begijnen.
Amanakwa en Sitoua: de adoptie van twee Congolese meisjes
Kolonisatie - dekolonisatie: Wijzigende opvattingen over relatie met de (ex)kolonie en kolonisatiemodel. Adaptatie vs. assimilatie?
Dierenschilders in de context van een nijvere burgerlijke stad
De Kortrijkse dierenschilders
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !
De harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette
De 18de eeuw is een eeuw van extremen. Terwijl de gewone bevolking in soms erbarmelijke omstandigheden moet leven en werken, leeft de adel en hoge burgerij in alle luxe. Zij zijn sterk op Frankrijk gericht en volgen de laatste mode uit Parijs. In Ieper bouwt François Merghelynck een prachtig stadspaleis, dat in de 19de eeuw tot museum wordt omgevormd. De collectie herbergt prachtige objecten die getuigen van de adellijke cultuur uit de 18de eeuw en het vakmanschap uit die periode. Eén object springt extra in het oog: een harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette.
Stad en platteland. Landbouwgronden voor een zorgzame stad
De relatie tussen stad en platteland, met de rol die steden (stedelijke instellingen en families) speelden in de ontginning en het beheer van het platteland én het belang van deze landbouwgronden om voedsel en inkomsten te voorzien voor de stedelijke zorginstellingen.
Fierteltraditie in Ronse
Immaterieel Erfgoed in Vlaanderen: de traditie van religieuze ommegangen/bedevaarten in Vlaanderen.
De stichting van Romeins Tongeren, de oudste stad van Vlaanderen
Rond 10 v. Chr. , ongeveer een halve eeuw na de Romeinse verovering van onze streken, stichtte het Romeins bestuur de stad Atuatuca Tungorum, het huidige Tongeren. Die naam verwijst naar de Tungri, die het voormalige gebied van de Eburonen bewoonden nadat de Romeinse generaal Julius Caesar deze laatste had uitgemoord. Van 16 tot 13 v. Chr. verbleef keizer Augustus persoonlijk in Gallië. Vermoedelijk besliste hij toen in samenspraak met het provinciebestuur van Gallia Belgica, waartoe het huidige Vlaanderen toen behoorde, de provincie op te delen in districten. Die districten kregen elk een nieuwe hoofdplaats. Tongeren werd de hoofdplaats van het district van de Tungri, dat zich uitstrekte over de oostelijke helft van het huidige België en enkele aangrenzende regio's in onze buurlanden. De stadsstichting had een enorme impact op de hele regio, die tot dan alleen kleinschalige landelijke bewoning had gekend. Bovendien maakte de nieuwe hoofdplaats deel uit van een netwerk dat het hele Romeinse rijk omvatte. Tongeren lag aan een strategische weg die de provinciehoofstad Keulen aan de Rijngrens verbond met Boulogne-sur-Mer aan de Noordzee.
De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit
"Tracht maar in Kaapland Uwen weg te maken, voorloopig is het hier voor een eerlijk man met gezond verstand een droevige tijd.” De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit rond de eeuwwisseling.
Ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens
De ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens en het verhaal van stichters Jules en Irma Dhondt-Dhaenens. De historische collectie van het museum is een tijdscapsule die het verhaal vertelt van een geëngageerd mecenaskoppel. Irma en Jules Dhondt-Dhaenens kochten kunst vanuit een sterke band met de kunstenaars en de Leiestreek en zetten zich in voor de bevordering van het Vlaamse cultuurlandschap. Hun collectie is een verrassende dwarsdoorsnede aan stijlen en kunstenaars, ook al is die in de kern vooral bekend voor de Latemse scholen.
De garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke
Het blijft een prachtig zicht: die geel geklede vissers, gezeten op Brabantse trekpaarden, die vol vertrouwen het groengrijze water van de Noordzee doorploegen om grijze garnalen te vangen. De garnaalvisserij te paard is een eeuwenoud ambacht waarbij met behulp van een Belgisch trekpaard op garnalen gevist wordt. dat Het is een traditie die nauw verbonden is met de natuur en afhankelijk is van de elementen en het getij. Het is een sprekend voorbeeld van een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie. Twaalf families (en 15 erkende garnaalvissers te paard) in Oostduinkerke zijn actief in de garnaalvisserij. Dit immaterieel erfgoed is echter van belang voor de hele gemeenschap van Oostduinkerke en Koksijde, die de garnaalvisserij te paard als belangrijk voor hun identiteit beschouwen. De vissers gaan een paar keer per week met paard en net de zee in, behalve in de wintermaanden. Het vissen duurt zo’n drie uur: anderhalf uur voor tot anderhalf uur na laagtij. Het paard stapt tot aan de borst door het water, parallel met de kust. Men gebruikt een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Gezien dit net een enorme trekkracht vergt, worden hiervoor Brabantse trekpaarden ingezet. Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerzijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water.
De Lakenhallen van Ieper, meervoudig icoon
De heropgebouwde Lakenhallen van Ieper zijn een belangrijk symbool van oorlogsleed en van wederopstanding. Het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum zijn er in onder gebracht.
Pioniers in het Waasland
Ondernemingszin en politiek engagement. De stempel die geestelijke ordes drukten op de middeleeuwse samenleving is niet alleen van religieuze aard.
De oudste kaart van Vlaanderen
Binnen de manuscriptenverzameling van de Openbare Bibliotheek Brugge bewaren we een middeleeuwse kaart die bekend staat als de oudste kaart van Vlaanderen. Het is een topstuk. De kaart werd opgenomen in het boek De geschiedenis van België in 100 oude kaarten dat in 2021 verscheen.
het verhaal van Egmont (en de sporen ervan in Zottegem: Egmontkamer, Egmontcrypte, Egmontkasteel, Egmontstandbeelden)
het verhaal van (Lamoraal van) Egmont : een tragisch en levendig persoonlijk verhaal, ingebed in één van de hoofdthema's ('Geloven en twijfelen'/ scrollstory godsdienstoorlogen)
De engel van "Passchendaele"
De Slag bij Passendale (1917) is een synoniem voor de ergste ontberingen van de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de waanzin en zinloosheid van vele gevechten. In honderd dagen werden naar schatting 600.000 soldaten gewond, gedood of vermist. Het resultaat was een frontlijn die zich slechts enkele kilometers verplaatste. Tijdens en na de oorlog verspreidde het woord "Passchendaele" en zijn beladen connotatie zich over de hele wereld.
Zijn rugzak redde zijn leven
De Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder de Slag bij Passendale, 1917.
Emile Claus en “Bietenoogst”
Emile Claus algemeen erkend als belangrijkste impressionist in Vlaanderen - “Bietenoogst” (1890), opgenomen op de Topstukkenlijst en erkend als één van de 10 belangrijkste kunstwerken in Vlaanderen. - 2024 uitgeroepen als Emile Clausjaar. - Emile Claus als Vlaamse Meester (cf. goedgekeurd dossier relance-project Vlaamse Meester door Toerisme Vlaanderen)
De razzia's van 1 en 11 augustus 1944 in Meensel-Kiezegem tijdens WOII
Tweede Wereldoorlog, Verzet en Collaboratie
De Codex Eyckensis, het oudste boek van België
De Codex Eyckensis is het oudste bewaarde verluchte evangelieboek in België, Nederland en Luxemburg. Het uit twee delen bestaande perkamenten handschrift zou geschreven en verlucht zijn door een monnik in de tweede helft van de 8e eeuw. Het behoorde eens tot de vroegmiddeleeuwse abdij van Aldeneik aan de Maas, en wordt sinds 1571 bewaard in het nabijgelegen Maaseik. De Codex Eyckensis illustreert en symboliseert de zgn. tweede kersteningsgolf, toen Angelsaksische missionarissen zoals Bonifatius door Rome naar de Frankische en heidense gebieden in Noordwest- Europa werden gezonden om daar het christelijk geloof te verspreiden en kloosters te stichten. Vergelijkend onderzoek met andere gelijkaardige codices wees uit dat de Codex Eyckensis wellicht werd vervaardigd in het door Willibrordus gestichte klooster in Echternach (nu Luxemburg) en dat het van daaruit in het vrouwenklooster van Aldeneik is beland. Dergelijke codices werden gebruikt om het woord van God te prediken onder te bekeren volkeren. Dit proces vormde de motor voor de kerstening van Noordwest-Europa en dus ook het huidige Vlaanderen. Het christelijk geloof zou tot de dag van vandaag het leven, denken en doen van de bevolking aldaar sterk bepalen.
De 'tijdelijke' tombe van Robrecht van Béthune in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper
We schrijven begin 14de eeuw. Graaf van Vlaanderen Gwijde van Dampierre en zijn zoon Robrecht van Béthune verzetten zich hevig tegen de annexatieplannen van de Franse koning Filips IV de Schone. De Franse vorst zet hen daarom gevangen. Na de dood van vader wordt Robrecht vrijgelaten. De Fransen dwingen hem wel om het nadelige Verdrag van Athis-sur-Orge (1305) te ondertekenen. Het graafschap Vlaanderen moet enorme herstelbetalingen doen aan de Franse koning. Na zijn vrijlating in 1305 verblijft Robrecht van Béthune regelmatig in zijn residentie aan het Zaalhof in Ieper. Hij houdt diplomatiek en militair lange tijd stand tegen de Franse koning. Mede onder druk van zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers geeft de bejaarde graaf Robrecht de strijd op. In april 1320 brengt hij in Parijs leenhulde aan de Franse koning. Robrecht van Béthune overlijdt in zijn grafelijke residentie op het Zaalhof in Ieper op 17 september 1322. Hij krijgt een graf in de kapittelkerk van Sint-Maarten in Ieper.