Deel op facebook
Deel op Instagram
Deel op facebook
Deel op Instagram

Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?

Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.

153
0
Geef je eigen verhaal

Deze verhalen werden reeds ingediend

Willekeurig Populair Recent
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 153 bijdragen
Franse klassen in Antwerpse scholen

Het fenomeen van de transmutatieklassen in Vlaanderen. Het systeem vindt zijn oorsprong in Brussel aan het einde van de 19de eeuw om de tweetaligheid bij leerlingen te bevorderen. Meer dan dertig jaar later wordt het systeem opnieuw geïntroduceerd in Vlaanderen om leerlingen Nederlands aan te leren.

Sophie G.
0 0
lees meer
Naar Iseland, naar Iseland, naar Iseland toe… Onze Vlaamse IJslandvaarders

Stel je voor dat je op het einde van de winter, in maart, met een zeilboot vertrekt richting IJsland om er te vissen. In barre omstandigheden, want stormweer en ijsschotsen maken de reis tot een levensgevaarlijke expeditie. Alsof dat niet volstaat, kom je pas binnen een half jaar terug thuis, als de herfst alweer in het land is. Of nog erger: je ziet je vaderland nooit meer terug en blijft achter in de ijzige wateren rond IJsland. Het lijkt nu misschien onvoorstelbaar, maar voor generaties vissers langs de Westkust was het jarenlang bittere realiteit. Vooraleer de stoomschepen hun intrede deden aan het einde van de negentiende eeuw, trotseerden ze al eeuwen de IJslandse golven aan boord van grote zeilschepen. In de Noord-Franse havens van Gravelines en Duinkerke scheepten ze in op zogenaamde goélettes (of galetten in vervlaamste vorm). De Vlamingen stonden er bekend als harde en ervaren werkers. Tot aan het begin van de twintigste eeuw trokken jaarlijks tussen 100 en 200 Vlaamse vissers zo naar IJsland om hun geluk te beproeven. De kabeljauwcampagne rond IJsland besloeg zes maanden. De reis naar IJsland zelf, de traverse, duurde twee à drie weken afhankelijk van de weersomstandigheden. Het vissen op kabeljauw gebeurde met lang kollijnen die onderaan voorzien waren van een stuk lood en een vishaak. De vangst werd op een heel specifieke manier bewerkt, gezouten en luchtledig verpakt in tonnen: de visserij ten zoute. Na drie maanden van zwaar werk in gure omstandigheden, kregen de vissers een weekje rust. De galette zocht eind mei een IJslandse baai op om er vers drinkwater in te slaan en herstellingen uit te voeren. Na dat ‘baaien’ volgde het achterseizoen, dat duurde tot de kabeljauw niet meer bewaard kon worden omdat het zout op was. Na 6 maanden kon dan toch de retourtraverse ingezet worden. Eindelijk terug huiswaarts.

Ruth P.
0 0
lees meer
Ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens

De ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens en het verhaal van stichters Jules en Irma Dhondt-Dhaenens. De historische collectie van het museum is een tijdscapsule die het verhaal vertelt van een geëngageerd mecenaskoppel. Irma en Jules Dhondt-Dhaenens kochten kunst vanuit een sterke band met de kunstenaars en de Leiestreek en zetten zich in voor de bevordering van het Vlaamse cultuurlandschap. Hun collectie is een verrassende dwarsdoorsnede aan stijlen en kunstenaars, ook al is die in de kern vooral bekend voor de Latemse scholen.

Rik V.
0 0
lees meer
Hasselt Hertekend

Met Architectuurwijzer willen we graag 'Hasselt Hertekend' voorstellen. Tot midden 19de eeuw kenmerkt Hasselt zich als een middeleeuws stadje met kerken, kloosters, jeneverstokerijen en burgerwoningen binnen de omwalling. De erkenning als provinciale hoofdstad in 1839, de afbraak van de stadsomwalling en de aanleg van een boulevard, een spoorlijn en een kanaal zorgen voor een keerpunt in de geschiedenis. Vanaf het midden van de 19de eeuw wordt Hasselt in diverse fases ‘hertekend’ tot de stad die we vandaag kennen.

Amélie L.
0 0
lees meer
Volksdans in Vlaanderen

Het thema van volksdans in Vlaanderen... In het buitenland geroemd om zijn rijkdom aan passen en figuren. Bij elk feest danste en zong men.

Lisette L.
0 0
lees meer
: Collectie strafrechtelijke voorwerpen Veurne

De stad Veurne bezit een unieke verzameling gerechtigheidsvoorwerpen of schandstrafstukken. De collectie dateert uit de periode 1499-1623.

Waarschijnlijk zijn de voorwerpen afkomstig uit de Vierschaar van de stad zelf of van de Kasselrij Veurne. Deze schandstrafstukken zijn zeer unieke voorwerpen uit de geschiedenis van Vlaanderen.

De collectie bestaat uit 11 geelkoperen stukken, namelijk 7 platen met opschriften, 2 afbeeldingen van hoofden, en 2 afbeeldingen van handen.

De voorwerpen vertegenwoordigden zware financiële straffen voor wie die opgelegd kreeg. De voorwerpen werden tentoongesteld in de Vierschaar en bleven zo jarenlang een schande voor de veroordeelde zelf, maar ook voor zijn familie.

De koperen hoofden met (ontbrekende) ring of slot door de lippen, betekenden een straf voor aansporen tot oproer, voor het beledigen van God, voor smaad of laster tegenover ambtenaren die de stad bestuurden of het gerecht vertegenwoordigden.

De handen, gebalde vuist of hand die een (ontbrekende) dolk vasthoudt staan symbool voor wie lichamelijk geweld heeft gepleegd.

De begeleidende platen vermeldden de naam van de veroordeelde, de reden van de veroordeling en het vonnis met datum. De gerechtigheidsvoorwerpen waren dus bedoeld als voorbeeld voor het volk en als eerherstel voor het slachtoffer, en tentoongesteld voor het volk. De voorwerpen verwijzen dus zeker niet naar verminkingen zoals eerder in de vroege Middeleeuwen.

 

De stukken worden bewaard in het vroegere Stadhuis van Veurne, ingericht  als museum.

 

De Vierschaar is het gerechtelijk bestuur in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime.

Carmen B.
0 0
lees meer
De oudste kaart van Vlaanderen

Binnen de manuscriptenverzameling van de Openbare Bibliotheek Brugge bewaren we een middeleeuwse kaart die bekend staat als de oudste kaart van Vlaanderen. Het is een topstuk. De kaart werd opgenomen in het boek De geschiedenis van België in 100 oude kaarten dat in 2021 verscheen.

An D.
0 0
lees meer
Parels en pailletten

Lierse kant is handborduurwerk op machinaal geweven tule. De tule is opgespannen op een raam. De katoenen draad wordt met een haaknaald via kettingsteken op de tule geborduurd. Deze Lierse kant wordt over heel Europa en zelfs naar Amerika uitgevoerd. Vooral de variant met parels en pailletten die verwerkt worden in luxueuze handtassen en avondjurken kent een groot succes.

Sandy G. van Stadsmuseum Lier
0 0
lees meer
Vakantiekolonies aan de Belgische kust. Honderdduizenden kinderen zagen dankzij de vakantiekolonies voor het eerst de zee, in de tijd dat op vakantie gaan nog niet vanzelfsprekend was.

Evolutie gezondheid en hygiëne

Martine V.
0 0
lees meer
700 Jaar Duinheren aan de Vlaamse Kust

Bijna 700 jaar drukte de gemeenschap van de cisterciënzerabdij O.-L.-V.-Ten Duinen te Koksijde haar stempel op de ontwikkeling van de Noordzeekust van Duinkerke in Frankrijk, over de Vlaamse Kust tot het verdronken land van Saeftinghe in Nederland. Van bij de eerste abdij in 1128 – toen nog benedictijns – tot in 1833, het overlijden van de laatste Duinheer Nikolaas De Roover, waren de monniken van de Duinenabdij belangrijke maatschappelijke influencers aan de Vlaamse Kust. De sporen van de gemeenschap te Koksijde zijn vandaag nog altijd zichtbaar in het bewaarde erfgoed van architectuur en kunst tot dagelijkse voorwerpen, de historische domeinen, het kustlandschap en last but not least de imposante archeologische site en de devotie rond de Zalige Idesbald. Dit laatste vertaalt zich in plaatsnamen, persoonsnamen en immaterieel erfgoed, van volksdevotie tot de biercultuur.

Dirk V.
0 0
lees meer
De 'tijdelijke' tombe van Robrecht van Béthune in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper

We schrijven begin 14de eeuw. Graaf van Vlaanderen Gwijde van Dampierre en zijn zoon Robrecht van Béthune verzetten zich hevig tegen de annexatieplannen van de Franse koning Filips IV de Schone. De Franse vorst zet hen daarom gevangen. Na de dood van vader wordt Robrecht vrijgelaten. De Fransen dwingen hem wel om het nadelige Verdrag van Athis-sur-Orge (1305) te ondertekenen. Het graafschap Vlaanderen moet enorme herstelbetalingen doen aan de Franse koning. Na zijn vrijlating in 1305 verblijft Robrecht van Béthune regelmatig in zijn residentie aan het Zaalhof in Ieper. Hij houdt diplomatiek en militair lange tijd stand tegen de Franse koning. Mede onder druk van zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers geeft de bejaarde graaf Robrecht de strijd op. In april 1320 brengt hij in Parijs leenhulde aan de Franse koning. Robrecht van Béthune overlijdt in zijn grafelijke residentie op het Zaalhof in Ieper op 17 september 1322. Hij krijgt een graf in de kapittelkerk van Sint-Maarten in Ieper.

Alexander D.
0 0
lees meer
Het kalf van Catho

In 1914 werd er in één van de 20 staatsboerderijen in Lommel-Kolonie – bewoond door Hendrikus Poelmans (°Lommel 23/12/1856 en +Lommel 02/11/1918) en Catharina (Catho) Claes °Lommel 10/09/1879 en +Munsterbilzen 17/06/1961) - een kalf met twee koppen geboren. Omdat dit zo een unieke gebeurtenis was, werd het dier opgezet en werd het een rariteit waar de inwoners van het gehucht nieuwsgierig naar kwamen kijken. Uit de Gazet van Lommel 2de jaargang, nr. 14 Zondag 5 april 1914 Pagina 2 Provincienieuws Colonie “Bij den pachter Poelmans alhier, is deze week een wonderkalf geboren, hebbende twee koppen gansch volmaakt. Spijtig dat het dier niet levend is kunnen geboren worden; de vaars ook is moeten afgemaakt worden”.

Veerle L.
0 0
lees meer
Elke grens blijft een avontuur.

Als grensgemeente weten we in De Klinge beter dan wie wat een grens betekent, dat heeft corona ons nogmaals bewezen. Iedereen wil de grenzen weg, tot er een ziekte uitbreekt bij de mens of bij dieren. Denk maar aan de huidige vluchtelingenprobleem. 

Eric D.
0 0
lees meer
Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum

'Kiezers, kiezeressen, als vrouw kan zij meer de toestanden van verdriet, van ongeluk begrijpen dan gelijk welke man'. Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum.

Christoph D.
0 0
lees meer
Het Guldenboek van de Vlaamse studentenkring 'Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend' aan de toen eentalig Franstalige Université Libre de Bruxelles

Het Guldenboek getuigt van een aantal historische evoluties zoals de overgang van de Vlaamse Beweging als culturele beweging naar een politieke en sociale beweging. Het toont ook aan hoe een aantal studenten de Vlaamse identiteit aan een vrijzinnig vooruitstrevend gedachtegoed koppelden, waarmee ze een progressieve vleugel vormden in de Vlaamse Beweging. Het Guldenboek legt de politieke, culturele en sociale netwerken bloot van jonge Vlaamse intellectuelen tussen 1886 en WO I in een vroegere Vlaamse stad, het toen nog nauwelijks verfranste Brussel, en het getuigt tegelijk over de verfransing.

Ellen V.
0 0
lees meer
De waka huia van Victor Spencer (1896-1918)

Multiculturaliteit, pelgrimage als erfgoedpraktijk

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur

De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni

Jan D.
0 0
lees meer
Pioniers in het Waasland

Ondernemingszin en politiek engagement. De stempel die geestelijke ordes drukten op de middeleeuwse samenleving is niet alleen van religieuze aard.

Anniek E.
0 0
lees meer
De transvaalstrijd of Boerenoorlog

Steun van de Vlaamse Beweging aan de Zuid-Afrikaners of Boeren - Vlaamse bewustwording. 

Nathan L.
0 0
lees meer
Emile Claus en “Bietenoogst”

Emile Claus algemeen erkend als belangrijkste impressionist in Vlaanderen - “Bietenoogst” (1890), opgenomen op de Topstukkenlijst en erkend als één van de 10 belangrijkste kunstwerken in Vlaanderen. - 2024 uitgeroepen als Emile Clausjaar. - Emile Claus als Vlaamse Meester (cf. goedgekeurd dossier relance-project Vlaamse Meester door Toerisme Vlaanderen)

Wim L. van Museum van Deinze en de Leiestreek
0 0
lees meer
Snippers van verloren verhalen 

De recyclage van middeleeuwse handschriften 

Maartje D.
0 0
lees meer
Vrouwen emancipatie binnen de liberale beweging

Het verhaal past in de bredere emancipatiebeweging in Vlaanderen. Het beantwoordt de vraag op welke manier vrouwen zich hebben verenigd in het verleden om hun stem te laten horen. 

Nathan L.
0 0
lees meer
De Stiene Steekers zijn een groep vrouwen die de oude traditie van het garnaalvissen in ere herstellen. Wij gaan te voet in zee, bij laagwater, met een steeknet met een steek

garnaalstoet , laatste zondag van juni in Oostduinkerke

Christiane B.
0 0
lees meer
Velofanfares, het verhaal van een vergeten geschiedenis

Fietsend musiceren, een in hoofdzaak Vlaamse traditie. Ik beschik over uniek beeldmateriaal. Een link met bewegend beeld behoort ook tot de mogelijkheden.

In deze aanvraag laad ik een prachtige actiefoto op van de wedstrijden voor velofanfares die er op het Wapenplein te Oostende op 21 juni 1931 werden gehouden. We zien Velofanfare Hoboken uit Hoboken in grote getale tijdens hun deelname. De befaamde fotograaf Maurice Antony maakte dit beeld op glasplaat. Ik ging de bijzondere toestemming om deze foto te gebruiken in mijn boek, vragen aan de 95-jarige dochter Elise Antony en verkreeg ze. Misschien moet ik bijkomende toestemming vragen om ze te gebruiken in het virtueel museum, eerst zou ik daarvoor te rade gaan bij Heemkundige Kring De Plate die mij hierbij (Elise Antony) bij stond.

Gedurende meer dan twee en een half jaar zocht ik in muffe dozen van heemkundige kringen en stadsarchieven en viel van de ene in de andere verbazing. Ik vond steeds meer eigenaardigheden, foto's, documenten, verhalen en namen van nog meer velofanfares die er bij ons hebben bestaan. 

Geert V.
0 0
lees meer
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 153 bijdragen