Deel op facebook
Deel op twitter
Deel op facebook
Deel op twitter

Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?

Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.

142
0
Geef je eigen verhaal

Deze verhalen werden reeds ingediend

Willekeurig Populair Recent
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 142 bijdragen
Museum van antieke paardenkoetsen + ambacht restauratie van antieke paardenkoetsen

We zijn een museum met een collectie van antieke paardenkoetsen, gelegen te Bree. Op dit moment bestaat de collectie uit koetsen uit heel Europa. Het is de bedoeling in de toekomst om heel wat stukken uit de collectie te vervangen door koetsen die gebouwd zijn door Belgische koetsenbouwers. Naast deze koetsen besteden we ook aandacht aan het ambacht van koetsenbouwer.

Brecht J.
0 0
lees meer
Werkstation Biekorfstraat - Panamarenko (1940-2019)

Panamarenko was kunstenaar, uitvinder, technieker, wiskundige, filosoof en visionair. En dat alles tegelijk. Hij maakte zeppelins, vliegende rugzakken, helikopters met pedalen, onderzeeërs, ruimteschepen en wandelende kippen, en groeide uit tot een icoon van de naoorlogse avant-gardekunst. Zijn werk is internationaal bekend. Dat het grootste deel van zijn oeuvre tot stand kwam in zijn atelier in Antwerpen, waar hij ook meer dan 30 jaar woonde, is minder geweten. In 2007 schonk de kunstenaar het pand en de inboedel aan de Vlaamse Gemeenschap en het wordt sindsdien beheerd door het M HKA. Het huis zelf groeide – na ingrepen door Panamarenko en kunstenaar-architect Luc Deleu – uit tot een totaalkunstwerk en een monument, met als ultieme bekroning een helikopterplatform op het dak. Met de schat aan erfgoed die er bewaard wordt – van gebruiksvoorwerpen, fotoalbums en inspiratiebronnen, tot ontwerptekeningen, prototypes en multipels – komt het magische universum van Panamarenko er tot leven.

Evi B.
0 0
lees meer
Rennende fallussen en vliegende vulva's

Vanaf de late 12de eeuw worden insignes als volks en goedkoop massaproduct op grote schaal verspreid, in de hele westerse wereld. Deze loodtinnen speldjes bootsen de kostbare broches na die van edelmetalen worden gemaakt. Ze worden verkocht bij openbare vertoningen en religieuze spektakels, en tijdens processies, volkstonelen, wagenspelen en spektakelstukken waar rijk en arm samen het publiek uitmaken. Mensen brengen ze ook mee van bedevaartsoorden, als souvenir. Er bestaan honderden soorten insignes. Het gamma gaat van heilig tot zeer profaan of werelds, van puur devotioneel tot extreem seksueel, van gelovig tot bijgelovig. Veel voorstellingen zijn voor ons en ook voor onderzoekers moeilijk te vatten. Insignes worden overal in Europa teruggevonden, maar vooral in N-W-Europa. Er zouden tussen 1300-1500 10 à 20 miljoen insignes in Europa zijn gemaakt. Maar een fractie hiervan is overgeleverd tot vandaag (versmolten of verloren gegaan).

Sandrin van Yper en Merghelynck Museum C.
0 0
lees meer
De Lakenhallen van Ieper

De middeleeuwse lakenindustrie heeft het graafschap Vlaanderen grootgemaakt. Vanaf de 12de eeuw behoren de Vlaamse steden, met Ieper, Gent en Brugge voorop, tot de grootste steden van Europa. Geen enkel gebied is zo verstedelijkt als het toenmalige graafschap. En dit heeft de streek te danken aan de lakenindustrie. Laken, een wollen, vervilte stof, is enorm in trek: het is warm, zacht en waterafstotend. Vooral het middeleeuwse Ieper stond bekend om zijn kwalitatieve laken: de Ieperse dickedinne. 1 stuk laken is 1,75 meter breed, 29 meter lang en weegt circa 30 kilogram.

Sandrin van Yper en Merghelynck Museum C.
0 0
lees meer
Fierteltraditie in Ronse

Immaterieel Erfgoed in Vlaanderen: de traditie van religieuze ommegangen/bedevaarten in Vlaanderen.

Peter V.
0 0
lees meer
De Ros Beiaardommegang van 1888 door Jan Verhas (1891) Olie op doek (200,5 x 269 cm)

Ommegangtradities en processies, in het bijzonder de Ros beiaardommegang van Dendermonde

carolien V.
0 0
lees meer
De Namenlijst van het In Flanders Fields Museum

Moeilijke bladzijde uit de geschiedenis

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
De Ronde voor Vrouwen

Ronde van Vlaanderen voor vrouwen - vrouwenwielrennen

Diethard V.
0 0
lees meer
De personenverhalen van het In Flanders Fields Museum

De grote en de kleine geschiedenis van mensen die in de Eerste Wereldoorlog leefden, overleefden, op de vlucht sloegen en soms ook stierven

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
De mirakelverhalen van de Virga Jesse

Zoals overal heeft de Hasseltse Virga Jesse als schutspatroon van de stad veel mirakels verricht. Mirakels zijn straffe verhalen, die een uiting zijn van de universeel menselijke behoefte om onverwachte en onverklaarbare gebeurtenissen toe te schrijven aan een hogere macht. Overal horen mirakels, als immaterieel erfgoed, bij tradities als processies, religieuze feesten, ... Tegelijk zijn mirakels vaak wat ondergesneeuwd geraakt, omdat ze als volksdevotie werden beschouwd (of zelfs als bijgeloof).

Maar tijdens de middeleeuwen en zeker tijdens de 17de eeuw waren ze dé manier om het bestaan van een hogere macht aan te tonen. En trouwens, er gebeuren volgens de kranten nog weleens mirakels tijdens wereldbekers voetbal, ... 

Mirakelverhalen zijn straf, universeel, ongelooflijk, ... en vaak zeer mooi beschreven.

tine r.
0 0
lees meer
De Stamschijf uit het kasteelpark van Elverdinge

Het landschap als laatste getuige van de oorlog

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
Gregoriaanse muziek in Vlaanderen

Gregoriaans wordt in de katholieke kerk wereldwijd nog (heel af en toe) gezongen. In West-Europa is het de oudste nog gekende muziekvorm, goed gedocumenteerd, maar nu met uitsterven bedreigd. In Vlaanderen komt het gregoriaans binnen samen met de grote bekeerders: van Amandus en Bavo in Gent tot eeuwen later Norbertus in Antwerpen. Door Karel de Grote en Paus Gregorius worden instructies de wereld ingestuurd om het gregoriaans te uniformiseren - niet alleen uit muzikale of religieuze overwegingen, politiek speelde uiteraard altijd mee. In de Vlaamse en Brabantse kloosters en abdijen werden prachtig verluchte werken gekopieerd, waardoor we vandaag nog een behoorlijk goed idee hebben wat en hoe 1000 (!) jaar in Vlaanderen werd gezongen. En alle uniformiteit te spijt, de Gentenaren hadden toch hun eigen gregoriaans: er zijn officiegezangen bewaard, waar het leven van Bavo wordt verteld en de rol die de Fiere Stede daarin speelde.

Jan P.
0 0
lees meer
Emile Claus en “Bietenoogst”

Emile Claus algemeen erkend als belangrijkste impressionist in Vlaanderen - “Bietenoogst” (1890), opgenomen op de Topstukkenlijst en erkend als één van de 10 belangrijkste kunstwerken in Vlaanderen. - 2024 uitgeroepen als Emile Clausjaar. - Emile Claus als Vlaamse Meester (cf. goedgekeurd dossier relance-project Vlaamse Meester door Toerisme Vlaanderen)

Wim L. van Museum van Deinze en de Leiestreek
0 0
lees meer
Paling vissen op het getij van de rivier

Over vissen met boten op een rivier zijn weinig verhalen bekend of neergeschreven. Helemaal bijzonder wordt het wanneer die boten niet voortgedreven werden met een zeil, roeispaan of motor maar varen op het getij. Veertig jaar geleden werd deze traditie gerecupereerd als toeristische trekpleister in de stad Lier.

Sandy G. van Stadsmuseum Lier
0 0
lees meer
De Stiene Steekers zijn een groep vrouwen die de oude traditie van het garnaalvissen in ere herstellen. Wij gaan te voet in zee, bij laagwater, met een steeknet met een steek

garnaalstoet , laatste zondag van juni in Oostduinkerke

Christiane B.
0 0
lees meer
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
De eerste klavecimbelbouwers waren hier in de Lage Landen begin 16 eeuw. Het virginaal van Ioos Karest uit 1548 is het oudste bewaard (Vlaams) instrument en bevindt zich in het MIM te Brussel.
Van Boven J.
0 0
lees meer
De garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke

Het blijft een prachtig zicht: die geel geklede vissers, gezeten op Brabantse trekpaarden, die vol vertrouwen het groengrijze water van de Noordzee doorploegen om grijze garnalen te vangen. De garnaalvisserij te paard is een eeuwenoud ambacht waarbij met behulp van een Belgisch trekpaard op garnalen gevist wordt. dat Het is een traditie die nauw verbonden is met de natuur en afhankelijk is van de elementen en het getij. Het is een sprekend voorbeeld van een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie. Twaalf families (en 15 erkende garnaalvissers te paard) in Oostduinkerke zijn actief in de garnaalvisserij. Dit immaterieel erfgoed is echter van belang voor de hele gemeenschap van Oostduinkerke en Koksijde, die de garnaalvisserij te paard als belangrijk voor hun identiteit beschouwen. De vissers gaan een paar keer per week met paard en net de zee in, behalve in de wintermaanden. Het vissen duurt zo’n drie uur: anderhalf uur voor tot anderhalf uur na laagtij. Het paard stapt tot aan de borst door het water, parallel met de kust. Men gebruikt een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Gezien dit net een enorme trekkracht vergt, worden hiervoor Brabantse trekpaarden ingezet. Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerzijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water.

Ruth P.
0 0
lees meer
De strijd van Ambiorix tegen Caesar

Van 58 tot 51 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Julius Caesar Gallië, een immens gebied ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën en ten westen van de Rijn dat het huidige Frankrijk, België en Luxemburg omvat, evenals grote delen van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In 57 v. Chr. onderwierp hij de Belgae, die het noorden van Gallië bewoonden, en daarmee ook het grondgebied van het huidige België. In de herfst van 54 v. Chr. leidde Ambiorix een opstand tegen de Romeinen. Ambiorix was een leider van de Eburonen, een Belgische stam die o.a. de oostelijke helft van het huidige Vlaanderen bewoonde. De opstand begon met een verrassende overwinning van de Eburonen: ze slaagden erin ongeveer anderhalf Romeins legioen te vernietigen. Naburige stammen als de Aduatuci en de Nerviërs volgden hun voorbeeld. In 53 v. Chr. sloeg Caesar evenwel hard terug met een enorme militaire overmacht. Daarmee was de Romeinse verovering van onze gewesten een feit. Meer dan vier eeuwen lang bleef onze regio deel van het Romeinse rijk.

Igor V.
0 0
lees meer
Pioniers in het Waasland

Ondernemingszin en politiek engagement. De stempel die geestelijke ordes drukten op de middeleeuwse samenleving is niet alleen van religieuze aard.

Anniek E.
0 0
lees meer
De Romeinse zilverschat van Belsele

In het derde kwart van de 3de eeuw na Christus breken Germaanse troepen door de Romeinse limes. De Romeinse provincie waar onze regio deel van uitmaakt wordt geteisterd door gewelddadige raids. Vluchten is voor de toenmalige bewoners de enige optie. (thema vluchtelingen).

Anniek E.
0 0
lees meer
Handboekbinden en restauratie van papier en boekwerken

Het handboekbinden en de herstelling en restauratie van papier en boekwerken op kleine schaal voor het grote publiek.

Stan V.
0 0
lees meer
Nikolaas de Kanonnier

Nikolaas de Kanonnier, alias Nikolaas Hoedt

Alexander D.
0 0
lees meer
Elke grens blijft een avontuur.

Als grensgemeente weten we in De Klinge beter dan wie wat een grens betekent, dat heeft corona ons nogmaals bewezen. Iedereen wil de grenzen weg, tot er een ziekte uitbreekt bij de mens of bij dieren. Denk maar aan de huidige vluchtelingenprobleem. 

Eric D.
0 0
lees meer
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen

Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.

Veerle L.
0 0
lees meer
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 142 bijdragen