Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
De valse koning
Het openbreken van de gesloten katholieke samenleving in Vlaanderen in de loop van de jaren 1950: het spanningsveld tussen moderniteit (nieuwe media, democratisering) en traditie (beslotenheid, gezagsgetrouwheid)
Het vluchtverhaal en kunstverhaal van Saif
Het onderwerp van vluchtelingen en hedendaagse migratie.
De Ros Beiaardommegang van 1888 door Jan Verhas (1891) Olie op doek (200,5 x 269 cm)
Ommegangtradities en processies, in het bijzonder de Ros beiaardommegang van Dendermonde
De keizer komt!
Vlaanderen is ontstaan vanuit de kuststreek en was in de 10de eeuw beperkt tot de linkeroever van de Schelde tot het midden van de 11de eeuw. Aan de andere kant van de Schelde bevond zich immers het Heilig Roomse Rijk, het keizerrijk dat reikte tot het zuiden van Italië en het noorden van Duitsland. Vanaf 994 ontstaan er politieke spanningen tussen de graaf van Vlaanderen en de Duitse keizer, en worden in de handelsnederzetting Ename aan de Schelde belangrijke investeringen gedaan in de versterking en uitbouw van de handelsactiviteiten. Ook wordt een nieuwe kerk gebouwd, toegewijd aan de Italiaanse martelaar Sint-Laurentius, de patroonheilige van de Ottoonse dynastie die het Heilig Roomse Rijk bestuurde. Deze kerk is vandaag uitzonderlijk goed bewaard en gerestaureerd na grondig archeologisch en bouwkundig onderzoek.
Het ultimatum van Duitse Generaal Max Ferdinand Karl von Boehn
De beleving van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en de Duitse bezetting. De rol van de Vlaamse Martelaarsteden: Aarschot, Leuven, Dendermonde.
Jeneverstoker in Hasselt vindt vaccin tegen runderpest uit
Midden 19de eeuw telt Hasselt één betekenisvolle industrie die het merendeel van de Hasseltse bevolking tewerkstelt: de jeneverindustrie. In ca. 25 jeneverstokerijen in de kleine binnenstad worden jaarlijks ruim 7.000 ossen vetgemest met de draf: het voedzame restproduct van de jeneverproductie. Jaarlijks brengen de Hasseltse stokers de ossen op de markt, die zo een enorm belangrijke extra bron van inkomsten waren voor de stokers. In 1836 brak helaas voor het eerst de 'veepest’ uit in Hasselt, een catastrofe voor de stokers én de inwoners van Hasselt. Deze epidemie trof toen ook het vee van de vader van de Hasseltse dr. Louis Willems die jeneverstoker was. In 1852 introduceert dr. Willems een procedé van actieve inenting die een plaatselijke infectie veroorzaakt waardoor het dier beschermd wordt tegen de natuurlijke ziekte. De "uitvinding" van dr. Willems vindt al vlug internationale erkenning in Nederland, Frankrijk, Engeland en Duitsland. Belgische erkenning komt er pas in 1865.
Scheepsmodellen in flessen
Scheepsmodellen nabouwen en in flessen inbrengen is een techniek die al meer dan 100 jaar bestaat. Het scheepsmodel wordt op schaal volgens het oorspronkelijke model nagebouwd en volledig opgetuigd: geschilderd, voorzien van masten en zeilen, touwen en alle toebehoren. Vervolgens wordt het afgewerkte schaalmodel in de fles ingebracht.
De eerste mensen in Vlaanderen
De tot nog toe oudste sporen van menselijke aanwezigheid in het gebied dat we tegenwoordig het Vlaamse gewest noemen zijn minstens 400000 jaar, maximaal 500000 (een half miljoen) jaar oud. Het gaat om silex (vuurstenen) werktuigen gemaakt door Heidelbergmensen (Homo heidelbergensis). Heidelbergmensen waren de voorouders van zowel de neanderthaler (Homo neanderthalensis) als van de moderne mens (Homo sapiens). De Heidelbergmens was 700000 à 500000 jaar geleden de eerste mensensoort die Europa ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën koloniseerde. Het is dus mogelijk dat er in de Vlaamse ondergrond nog oudere resten op ontdekking wachten. In onze gewesten bevinden archeologische sites uit die tijd zich immers zeer diep onder de grond. Dat komt omdat ze tijdens de ijstijden begraven zijn onder metersdikke zand- of leemafzettingen. Ze komen daarom slechts bij toeval aan het licht onderin metersdiepe zand- of leemgroeves. Tussen 300000 en 200000 jaar geleden evolueerden de Heidelbergmensen ongeveer gelijktijdig in Europa tot neanderthalers en in Afrika tot moderne mensen.
Het Gentse Pierke
Over heel Vlaanderen creëren poppenspelers in kleine theaters een fantasierijke wereld vol verwondering of hilariteit. Bekend zijn de Neus, de Schele, de Bult uit de Antwerpse Poesjenellen. Of stangpoppentheater Toone in Brussel. Er zijn ook heel wat minder bekende theaters, die daarom niet minder magisch zijn. De meest levendige poppenspeltraditie vind je wellicht in Gent. De figuur van Pierke speelt al meer dan honderd jaar de hoofdrol in het Gentse poppenspel. Eerder brengt hij als klein rolletje al luchtige intermezzo’s in meer serieuze stukken. Het rebelse, maar goedhartige Pierke spreekt tot de verbeelding van jong en oud, zowel vroeger als vandaag. Hij heeft lak aan regels en gaat de strijd aan met slechteriken. Hij verbindt verschillende generaties in hun gezamenlijke herinneringen aan het Pierkespel. De spelers blijven trouw aan een lange traditie maar evolueren tegelijkertijd mee met hun tijd. Het is een mooi voorbeeld van hoe dynamisch immaterieel erfgoed kan zijn.
Door de Gandrien-route ontdek je Gent maak je kennis met de Gentse en Vlaamse wielergeschiedenis
De Gandrien een wandel -en fietsroute bestemd voor een breed publiek geïnteresseerd in de Vlaamse wielergeschiedenis. Het verbindt Gentse plekken met historische feiten maar biedt vooral verhalen.
Fierteltraditie in Ronse
Immaterieel Erfgoed in Vlaanderen: de traditie van religieuze ommegangen/bedevaarten in Vlaanderen.
Het receptenboek van apothecaresse Eleonora Verbeke
Eleonora Verbeke, zuster-apothekeres in het Sint-Janshospitaal, speelde een belangrijke rol in het aanleggen van een zogenaamd ‘Winckel Bouck’. In dit werkboek, dat start in 1751, worden allerlei recepten voor geneeskundige bereidingen beschreven, maar ook voor alledaagse zoete recepten. Het boek is geschreven in het Nederlands met een sterke Brugse inslag. De recepten zijn opgetekend in een relatief makkelijk leesbaar handschrift en zelfs de Latijnse woorden krijgen een Brugs accent. Het document is dan ook heel interessant om de volksbenaming van allerhande kruiden te kennen. Het geeft ook een overzicht van zowel de meest gebruikte medicinale bereidingen als de meest voorkomende aandoeningen vanaf midden achttiende eeuw in het Brugse Sint-Janshospitaal.
Kunstencentrum Ten Bogaerde
Kunstencentrum Ten Bogaerde biedt een platform voor internationale hedendaagse beeldende kunst en streeft naar de hoogste kwaliteit op vlak van presentatie, creatie, reflectie en publiekswerking. Door de ligging op een historische site vormt het een brug tussen het heden en het verleden, waardoor het recreatieve aanbod voor de meerwaardezoeker wordt verrijkt.
Een unieke inkijk in een 18de-eeuws hospitaal
Het Sint-Janshospitaal in Brugge is één van de oudst bewaarde hospitaalgebouwen van Europa. De oude hospitaalzalen, de kapel, het zuster- en broederklooster, de historische apotheek ademen gewoonweg geschiedenis en de (kunst)voorwerpen die er worden bewaard en getoond, zijn specifiek gemaakt voor deze context. Ze getuigen van acht eeuwen zorg voor lichaam en ziel op deze plek. Het schilderij 'Zicht in de ziekenzalen' (1778) van Jan Beerblock biedt een unieke kijk in het vroegere hospitaalleven.
De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit
"Tracht maar in Kaapland Uwen weg te maken, voorloopig is het hier voor een eerlijk man met gezond verstand een droevige tijd.” De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit rond de eeuwwisseling.
Pioniers in het Waasland
Ondernemingszin en politiek engagement. De stempel die geestelijke ordes drukten op de middeleeuwse samenleving is niet alleen van religieuze aard.
Tattoos, niet meer weg te denken uit ons straatbeeld, een ambacht met een rijke geschiedenis over heel de wereld maar ook vlaanderen heeft een geschiedenis
Het tattoothema, hoe het in vlaanderen geevolueerd is, de geschiedenis, het hoe en waarom, de ambacht vroeger en nu
De Lakenhallen van Ieper
De middeleeuwse lakenindustrie heeft het graafschap Vlaanderen grootgemaakt. Vanaf de 12de eeuw behoren de Vlaamse steden, met Ieper, Gent en Brugge voorop, tot de grootste steden van Europa. Geen enkel gebied is zo verstedelijkt als het toenmalige graafschap. En dit heeft de streek te danken aan de lakenindustrie. Laken, een wollen, vervilte stof, is enorm in trek: het is warm, zacht en waterafstotend. Vooral het middeleeuwse Ieper stond bekend om zijn kwalitatieve laken: de Ieperse dickedinne. 1 stuk laken is 1,75 meter breed, 29 meter lang en weegt circa 30 kilogram.
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen
Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.
Belgische Kunst: Een Verhaal van Connecties en Collecties
Het publiek moet zeker de thematische en historische diversiteit van de Belgische moderne en hedendaagse kunst zien, met bijzondere aandacht voor hoe deze kunstenaars op een hoog beeldend niveau met elkaar en met de wereld in dialoog gingen. Belangrijk hierbij zijn de figuren zoals James Ensor, Léon Spilliaert, Constant Permeke, en moderne kunstenaars zoals Raoul De Keyser en Marcel Broodthaers.