Deel op facebook
Deel op Instagram
Deel op facebook
Deel op Instagram

Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?

Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.

153
0
Geef je eigen verhaal

Deze verhalen werden reeds ingediend

Willekeurig Populair Recent
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 153 bijdragen
Hasseltse speculaas. Feit en fictie

Over Hasseltse speculaas worden er diverse ontstaansverhalen verteld. Maar zijn het alleen stadslegendes of zit er toch een grond van waarheid in de verhalen? Eén van de verhalen geeft een duidelijke binding met de voormalige Abdij van Herckenrode en geeft ons tevens een beeld van hoe materieel en immaterieel erfgoed met elkaar verbonden kunnen zijn!

Collen J.
0 0
lees meer
Doelse kogge
Het belang van Vlaanderen in het algemeen en Antwerpen in het bijzonder als maritiem handelspunt vanaf de middeleeuwen tot de 18e Opgraving van een middeleleeuws scheepswrak en conservatie ervan
Anniek E.
0 0
lees meer
Rubens extra muros

Rubens' werken geraakten verspreid over heel de wereld. Ook in Vlaanderen zelf zijn heel wat werken van hem te bezichtigen. Nu het Rubenshuis gesloten is, is dit de ideale gelegenheid om Rubens extra muros te verkennen.

Elise G.
0 0
lees meer
Ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens

De ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens en het verhaal van stichters Jules en Irma Dhondt-Dhaenens. De historische collectie van het museum is een tijdscapsule die het verhaal vertelt van een geëngageerd mecenaskoppel. Irma en Jules Dhondt-Dhaenens kochten kunst vanuit een sterke band met de kunstenaars en de Leiestreek en zetten zich in voor de bevordering van het Vlaamse cultuurlandschap. Hun collectie is een verrassende dwarsdoorsnede aan stijlen en kunstenaars, ook al is die in de kern vooral bekend voor de Latemse scholen.

Rik V.
0 0
lees meer
De harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette

De 18de eeuw is een eeuw van extremen. Terwijl de gewone bevolking in soms erbarmelijke omstandigheden moet leven en werken, leeft de adel en hoge burgerij in alle luxe. Zij zijn sterk op Frankrijk gericht en volgen de laatste mode uit Parijs. In Ieper bouwt François Merghelynck een prachtig stadspaleis, dat in de 19de eeuw tot museum wordt omgevormd. De collectie herbergt prachtige objecten die getuigen van de adellijke cultuur uit de 18de eeuw en het vakmanschap uit die periode. Eén object springt extra in het oog: een harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette.

Sandrin van yper en merghelynck museum C.
0 0
lees meer
De keizer komt!

Vlaanderen is ontstaan vanuit de kuststreek en was in de 10de eeuw beperkt tot de linkeroever van de Schelde tot het midden van de 11de eeuw. Aan de andere kant van de Schelde bevond zich immers het Heilig Roomse Rijk, het keizerrijk dat reikte tot het zuiden van Italië en het noorden van Duitsland. Vanaf 994 ontstaan er politieke spanningen tussen de graaf van Vlaanderen en de Duitse keizer, en worden in de handelsnederzetting Ename aan de Schelde belangrijke investeringen gedaan in de versterking en uitbouw van de handelsactiviteiten. Ook wordt een nieuwe kerk gebouwd, toegewijd aan de Italiaanse martelaar Sint-Laurentius, de patroonheilige van de Ottoonse dynastie die het Heilig Roomse Rijk bestuurde.  Deze kerk is vandaag uitzonderlijk goed bewaard en gerestaureerd na grondig archeologisch en bouwkundig onderzoek.

Daniel P.
0 0
lees meer
Gregoriaanse muziek in Vlaanderen

Gregoriaans wordt in de katholieke kerk wereldwijd nog (heel af en toe) gezongen. In West-Europa is het de oudste nog gekende muziekvorm, goed gedocumenteerd, maar nu met uitsterven bedreigd. In Vlaanderen komt het gregoriaans binnen samen met de grote bekeerders: van Amandus en Bavo in Gent tot eeuwen later Norbertus in Antwerpen. Door Karel de Grote en Paus Gregorius worden instructies de wereld ingestuurd om het gregoriaans te uniformiseren - niet alleen uit muzikale of religieuze overwegingen, politiek speelde uiteraard altijd mee. In de Vlaamse en Brabantse kloosters en abdijen werden prachtig verluchte werken gekopieerd, waardoor we vandaag nog een behoorlijk goed idee hebben wat en hoe 1000 (!) jaar in Vlaanderen werd gezongen. En alle uniformiteit te spijt, de Gentenaren hadden toch hun eigen gregoriaans: er zijn officiegezangen bewaard, waar het leven van Bavo wordt verteld en de rol die de Fiere Stede daarin speelde.

Jan P.
0 0
lees meer
Het Kasteel van Loppem

Het Kasteel van Loppem

Marijn F.
0 0
lees meer
De eerste landbouwers in Vlaanderen

Rond 5300 v. Chr. arriveerden de eerste landbouwers in het gebied dat we tegenwoordig kennen als het Vlaamse gewest. In de voorafgaande 500000 jaar leefden er in deze regio uitsluitend nomadische jagers-verzamelaars. Omstreeks 9000 v. Chr. begon men in het Nabije Oosten evenwel aan landbouw te doen. Rond 7000 v. Chr. was ook Oost-Europa op landbouw overgeschakeld. Door zelf voedsel te verbouwen hoeven landbouwers niet rond te trekken op zoek naar voedsel en kunnen ze zich dus ergens permanent vestigen. Landbouwgemeenschappen kennen een grotere bevolkingsaangroei dan jagers-verzamelaarsgroepen. Wanneer de bevolking van een nederzetting te groot werd, trok een deel verder om elders een nieuwe nederzetting te bouwen. Ze namen dan ook zaden, gedomesticeerde dieren en hun kennis over landbouwtechnieken met zich mee. Geleidelijk aan verspreidde de landbouw zich zo van Zuidoost-Europa over Centraal-Europa naar onze streken. In Centraal-Europa en bij ons behoorden deze eerste landbouwers tot de zogenaamde Bandkeramische cultuur. Hun aardewerk, dat ze versierden met bandvormige motieven, was ook het eerste aardewerk in onze streken.

Igor V.
0 0
lees meer
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen

Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.

Veerle L.
0 0
lees meer
De Stamschijf uit het kasteelpark van Elverdinge

Het landschap als laatste getuige van de oorlog

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
De eerste klavecimbelbouwers waren hier in de Lage Landen begin 16 eeuw. Het virginaal van Ioos Karest uit 1548 is het oudste bewaard (Vlaams) instrument en bevindt zich in het MIM te Brussel.
Van Boven J.
0 0
lees meer
De stichting van Romeins Tongeren, de oudste stad van Vlaanderen

Rond 10 v. Chr. , ongeveer een halve eeuw na de Romeinse verovering van onze streken, stichtte het Romeins bestuur de stad Atuatuca Tungorum, het huidige Tongeren. Die naam verwijst naar de Tungri, die het voormalige gebied van de Eburonen bewoonden nadat de Romeinse generaal Julius Caesar deze laatste had uitgemoord. Van 16 tot 13 v. Chr. verbleef keizer Augustus persoonlijk in Gallië. Vermoedelijk besliste hij toen in samenspraak met het provinciebestuur van Gallia Belgica, waartoe het huidige Vlaanderen toen behoorde, de provincie op te delen in districten. Die districten kregen elk een nieuwe hoofdplaats. Tongeren werd de hoofdplaats van het district van de Tungri, dat zich uitstrekte over de oostelijke helft van het huidige België en enkele aangrenzende regio's in onze buurlanden. De stadsstichting had een enorme impact op de hele regio, die tot dan alleen kleinschalige landelijke bewoning had gekend. Bovendien maakte de nieuwe hoofdplaats deel uit van een netwerk dat het hele Romeinse rijk omvatte. Tongeren lag aan een strategische weg die de provinciehoofstad Keulen aan de Rijngrens verbond met Boulogne-sur-Mer aan de Noordzee.

Igor V.
0 0
lees meer
De engel van "Passchendaele"

De Slag bij Passendale (1917) is een synoniem voor de ergste ontberingen van de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de waanzin en zinloosheid van vele gevechten. In honderd dagen werden naar schatting 600.000 soldaten gewond, gedood of vermist. Het resultaat was een frontlijn die zich slechts enkele kilometers verplaatste. Tijdens en na de oorlog verspreidde het woord "Passchendaele" en zijn beladen connotatie zich over de hele wereld.

Wouter D.
0 0
lees meer
Wij willen ze levend! Steunpunt Levend erfgoed

Steunpunt Levend Erfgoed, SLE ijvert sinds 1993 voor de instandhouding van de oorspronkelijke en veelal zeldzaam geworden lokale rassen van landbouw- en neerhofdieren. Niet alleen kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en duiven, maar ook honden, schapen, geiten, varkens, runderen en paarden dragen onze zorgen weg.
SLE brengt de problematiek rond oude huisdierrassen onder de aandacht. Steunpunt Levend Erfgoed organiseert acties om onze rassen in de kijker te plaatsen, bouwt netwerken uit, biedt dienstverlening aan overheden/organisaties en organiseert fokprogramma's. 

Sofie D.
0 0
lees meer
Parels en pailletten

Lierse kant is handborduurwerk op machinaal geweven tule. De tule is opgespannen op een raam. De katoenen draad wordt met een haaknaald via kettingsteken op de tule geborduurd. Deze Lierse kant wordt over heel Europa en zelfs naar Amerika uitgevoerd. Vooral de variant met parels en pailletten die verwerkt worden in luxueuze handtassen en avondjurken kent een groot succes.

Sandy G. van Stadsmuseum Lier
0 0
lees meer
De razzia's van 1 en 11 augustus 1944 in Meensel-Kiezegem tijdens WOII

Tweede Wereldoorlog, Verzet en Collaboratie

Tom D.
0 0
lees meer
De personenverhalen van het In Flanders Fields Museum

De grote en de kleine geschiedenis van mensen die in de Eerste Wereldoorlog leefden, overleefden, op de vlucht sloegen en soms ook stierven

Annick V. van In Flanders Fields Museum
0 0
lees meer
Fierteltraditie in Ronse

Immaterieel Erfgoed in Vlaanderen: de traditie van religieuze ommegangen/bedevaarten in Vlaanderen.

Peter V.
0 0
lees meer
De bloeitijd van het humanisme in Leuven

Tijdens de 16e eeuw beleefde de Leuvense universiteit haar gouden eeuw. Vernieuwende denkers zoals Desiderius Erasmus en Juan Luis Vives verbleven hier en gaven er soms les. De eerste druk van het spraakmakende boek Utopia van Thomas More verscheen in Leuven in 1516 bij Dirk Martens. In 1517 was Erasmus de drijvende kracht achter de stichting van het baanbrekende Collegium Trilingue, waar studenten les kregen in de drie gewijde talen, Latijn, Grieks en Hebreeuws, via de rechtstreekse studie van de Bijbel en de klassieken. De pedagogische aanpak drukte zijn stempel op de ‘humaniora’, het secundair onderwijs zoals dit in onze streken ontwikkeld werd. Het college kende beroemde docenten zoals Justus Lipsius. Verscheidene studenten ontpopten zich nadien als vernieuwers in andere domeinen: Gemma Frisius in de wiskunde, Vesalius in de geneeskunde, Mercator in de cartografie, Andreas Masius in de tekstkritiek en de studie van de Bijbel, enzovoort. Ook afgestudeerden uit die periode bleven met elkaar in contact, zoals blijkt uit de correspondentie van Frans Cranevelt (1485-1564), die erkend is als topstuk door de Vlaamse Gemeenschap.

An S.
0 0
lees meer
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur

De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni

Jan D.
0 0
lees meer
Vrouwen emancipatie binnen de liberale beweging

Het verhaal past in de bredere emancipatiebeweging in Vlaanderen. Het beantwoordt de vraag op welke manier vrouwen zich hebben verenigd in het verleden om hun stem te laten horen. 

Nathan L.
0 0
lees meer
: Collectie strafrechtelijke voorwerpen Veurne

De stad Veurne bezit een unieke verzameling gerechtigheidsvoorwerpen of schandstrafstukken. De collectie dateert uit de periode 1499-1623.

Waarschijnlijk zijn de voorwerpen afkomstig uit de Vierschaar van de stad zelf of van de Kasselrij Veurne. Deze schandstrafstukken zijn zeer unieke voorwerpen uit de geschiedenis van Vlaanderen.

De collectie bestaat uit 11 geelkoperen stukken, namelijk 7 platen met opschriften, 2 afbeeldingen van hoofden, en 2 afbeeldingen van handen.

De voorwerpen vertegenwoordigden zware financiële straffen voor wie die opgelegd kreeg. De voorwerpen werden tentoongesteld in de Vierschaar en bleven zo jarenlang een schande voor de veroordeelde zelf, maar ook voor zijn familie.

De koperen hoofden met (ontbrekende) ring of slot door de lippen, betekenden een straf voor aansporen tot oproer, voor het beledigen van God, voor smaad of laster tegenover ambtenaren die de stad bestuurden of het gerecht vertegenwoordigden.

De handen, gebalde vuist of hand die een (ontbrekende) dolk vasthoudt staan symbool voor wie lichamelijk geweld heeft gepleegd.

De begeleidende platen vermeldden de naam van de veroordeelde, de reden van de veroordeling en het vonnis met datum. De gerechtigheidsvoorwerpen waren dus bedoeld als voorbeeld voor het volk en als eerherstel voor het slachtoffer, en tentoongesteld voor het volk. De voorwerpen verwijzen dus zeker niet naar verminkingen zoals eerder in de vroege Middeleeuwen.

 

De stukken worden bewaard in het vroegere Stadhuis van Veurne, ingericht  als museum.

 

De Vierschaar is het gerechtelijk bestuur in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime.

Carmen B.
0 0
lees meer
het verhaal van Egmont (en de sporen ervan in Zottegem: Egmontkamer, Egmontcrypte, Egmontkasteel, Egmontstandbeelden)

het verhaal van (Lamoraal van) Egmont : een tragisch en levendig persoonlijk verhaal, ingebed in één van de hoofdthema's ('Geloven en twijfelen'/ scrollstory godsdienstoorlogen)

Wouter C.
0 0
lees meer
Toon opnieuw willekeurig 24 van de 153 bijdragen