Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Het vluchtverhaal en kunstverhaal van Saif
Het onderwerp van vluchtelingen en hedendaagse migratie.
De hersenen van Guido Gezelle
De taalvirtuoos Guido Gezelle, van wie het archief bewaard wordt in de Openbare Bibliotheek Brugge. Gezelles papieren erfenis was zeer uitgebreid en divers. Er zijn boeken met aanstrepingen en notities, poëziehandschriften met toevoegingen en verbeteringen van de dichter, duizenden brieven die getuigen van zijn enorme werkkracht, relicten zoals bidprentjes, diploma’s, foto’s en andere bijzondere objecten. Op het online belevingsplatform gezelle.be zijn tal van verhalen uitgewerkt die de veelzijdigheid van Gezelle tonen. Waarom had Gezelle een tomahawk en was hij gefascineerd door indianen ? Wie was Lady Smith, de mysterieuze buurvrouw van Gezelle ? Had Gezelle een uitzonderlijk brein ? Waarom werden de messen geslepen in aanloop naar het Gezelles eeuwfeest in Brugge? Elk van deze verhalen kan gelinkt worden aan één of meerdere plaatsen in Vlaanderen.
De strijd van Ambiorix tegen Caesar
Van 58 tot 51 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Julius Caesar Gallië, een immens gebied ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën en ten westen van de Rijn dat het huidige Frankrijk, België en Luxemburg omvat, evenals grote delen van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In 57 v. Chr. onderwierp hij de Belgae, die het noorden van Gallië bewoonden, en daarmee ook het grondgebied van het huidige België. In de herfst van 54 v. Chr. leidde Ambiorix een opstand tegen de Romeinen. Ambiorix was een leider van de Eburonen, een Belgische stam die o.a. de oostelijke helft van het huidige Vlaanderen bewoonde. De opstand begon met een verrassende overwinning van de Eburonen: ze slaagden erin ongeveer anderhalf Romeins legioen te vernietigen. Naburige stammen als de Aduatuci en de Nerviërs volgden hun voorbeeld. In 53 v. Chr. sloeg Caesar evenwel hard terug met een enorme militaire overmacht. Daarmee was de Romeinse verovering van onze gewesten een feit. Meer dan vier eeuwen lang bleef onze regio deel van het Romeinse rijk.
Antonia Engelen, vrome vrouw, begijn
Begijnen zijn vrouwen die sinds de 13de eeuw een gemeenschap vormen waarin ze zelfbewust samenleven. In hun zoektocht naar een veilige geaccepteerde woonvorm en een manier om hun vrouwelijke spiritualiteit te beleven ontstaan de begijnhoven. Ze bloeien vooral in de Lage Landen. Vandaag vormen deze plekken nog steeds eilandjes in het stedelijke weefsel die getuigen van de fascinerende traditie van de begijnen.
Sint-Bavo en de valkerij in de Vlaanderen
Valkerij is zowel in Vlaanderen als door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed. In de periode van de gulden middeleeuwen, onder het bewind van de Bourgondiërs kende de valkerij in de Nederlanden een hoogconjunctuur. De bekendste figuur was Maria Van Bourgondië, toen vorstin van de Nederlanden, welke op 27 maart 1482 verongelukte tijdens een reigerjacht met valk te Torhout. Ze ligt begraven in de O.L.V. Kerk te Brugge. Elk jaar, op de eerste zondag van oktober vieren valkeniers de naamdag van hun patroonheilige Sint-Bavo in de Sint-Baafskathedraal te Gent welke tevens patroonheilige is van het bisdom Gent.
Praalgraf van Anselm Adornes en Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge
Het praalgraf van Anselm Adornes en zijn vrouw Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge. Een loodzware tombe gemaakt uit Doornikse steen aan de hand van beeldhouwer Cornelis Tielman.
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
Zijn rugzak redde zijn leven
De Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder de Slag bij Passendale, 1917.
Hasselt Hertekend
Tot midden 19de eeuw kenmerkt Hasselt zich als een middeleeuws omwald stadje. De erkenning als provinciale hoofdstad in 1839 en de afbraak van de stadsomwalling zorgen voor een keerpunt in de geschiedenis. Een nieuwe boulevard rond de stad, een spoorlijn en een kanaal vormen de basis voor de latere stadsontwikkeling. Vanaf het midden van de 19de eeuw wordt Hasselt ‘hertekend’ tot de stad die we vandaag kennen.
In de expo ‘Hasselt Hertekend’ (2023) in het Cultuurcentrum Hasselt illustreert Architectuurwijzer hoe de stad is gegroeid doorheen drie periodes: de 19de-eeuwse stadsontwikkeling rond de boulevard (1839-1914), de 20ste-eeuwse stadsuitbreiding met karakteristieke interbellumarchitectuur (1918-1940) en de naoorlogse welvaartsperiode met grootschalige gebouwen en infrastructuren (1945-1979). Zo ontstaat een lezing van de stad in drie historische lagen met een eigen tijdsgeest en typerende gebouwen. Deze lezing helpt om de historische waarde en de ruimtelijke betekenis van het Hasselts erfgoed uit elke periode te begrijpen. Alle tekeningen, teksten, foto’s en archiefmateriaal uit de expo zijn op een website verzameld als naslagwerk.
Bijzondere aandacht gaat naar de historische en architecturale kwaliteit van de typische stadswoningen uit de interbellumperiode. Huis Douchar en Huis Gilissen van de befaamde Belgische architecten Léon Stynen en Huib Hoste vormen belangrijk beschermd erfgoed uit deze periode. Geveltekeningen en detailfoto’s tonen wat de interbellumwoningen samen betekenen voor het stadsbeeld van Hasselt.
Het Sint-Alexiusbegijnhof van Dendermonde
De begijnenbeweging in het algemeen en de geschiedenis van het Sint-Alexiusbegijnhof van Dendermonde in het bijzonder.
Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
'Energie en democratie'. Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !
De Codex Eyckensis, het oudste boek van België
De Codex Eyckensis is het oudste bewaarde verluchte evangelieboek in België, Nederland en Luxemburg. Het uit twee delen bestaande perkamenten handschrift zou geschreven en verlucht zijn door een monnik in de tweede helft van de 8e eeuw. Het behoorde eens tot de vroegmiddeleeuwse abdij van Aldeneik aan de Maas, en wordt sinds 1571 bewaard in het nabijgelegen Maaseik. De Codex Eyckensis illustreert en symboliseert de zgn. tweede kersteningsgolf, toen Angelsaksische missionarissen zoals Bonifatius door Rome naar de Frankische en heidense gebieden in Noordwest- Europa werden gezonden om daar het christelijk geloof te verspreiden en kloosters te stichten. Vergelijkend onderzoek met andere gelijkaardige codices wees uit dat de Codex Eyckensis wellicht werd vervaardigd in het door Willibrordus gestichte klooster in Echternach (nu Luxemburg) en dat het van daaruit in het vrouwenklooster van Aldeneik is beland. Dergelijke codices werden gebruikt om het woord van God te prediken onder te bekeren volkeren. Dit proces vormde de motor voor de kerstening van Noordwest-Europa en dus ook het huidige Vlaanderen. Het christelijk geloof zou tot de dag van vandaag het leven, denken en doen van de bevolking aldaar sterk bepalen.
Le Phoenix: de eerste moderne metaalfabriek van Vlaanderen
Gent is vandaag alom gekend om haar roemrijke textielverleden. Niet voor niets kreeg ze de bijnaam ‘Manchester van het vasteland’. Maar katoen was niet het enige dat er de industriële revolutie van de 19e eeuw aandreef. Wie weet nog dat samen met die spinnerijen en weverijen ook metaalfabrieken in de Arteveldestad floreerden? Dat is een veel minder bekend stukje Gentse geschiedenis. Le Phoenix, Carels, Van den Kerchove, ABC … vooral de Gentse machinebouwers stonden in de 19e eeuw met hun stoommachines en motoren aan de top van de Vlaamse en zelfs Europese machinebouw! Van Vlaanderen over Roemenië, Rusland en Belgisch Congo: Gentse machines dreven wereldwijd talloze fabrieken aan. Is het dan verwonderlijk dat Rudolf Diesel in 1894 de allereerste licentie om zijn befaamde Dieselmotor te produceren aan het Gentse bedrijf Carels gaf?
Geuzenhoek Korsele
Het museum in Korsele (wijk in Horebeke) vertelt de geschiedenis van het protestantisme.
Die geschiedensi was tot 1585 inheems, m.a.w. het protestantisme kende tot aan de scheiding van de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden vooral veel aanhang in de steden (Gent, Antwerpen) en op het platteland van de zuidelijke Nederlanden. Dat bijzonder interessant verhaal belichten we in het museum. Vlakbij het museum ligt een bucolisch, protestants kerkhof (met een unieke treurbeuk) en bevindt zich een protestantse kerk.
Stucwerkplafonds van Jan Christiaen Hansche
In de Abdij van Park in Leuven vind je drie uitzonderlijke stucwerkplafonds van Jan Christiaen Hansche. In de tweede helft van de 17de eeuw liet abt Libert de Pape de plafonds van de refter, de bibliotheek en de ontvangstruimte rijkelijk versieren. De figuren komen letterlijk los van het plafond. Hanscha had als geen ander de driedimensionaliteit in de vingers waardoor zijn figuren als volleerde ruimtevaarders tegen het plafond lijken te hangen. De plafonds zijn van zo'n technisch vernuft dat het de meester-kalksnijder Jan Christiaen Hansche naam en faam verleenden in Vlaanderen en Brussel.
Velofanfares, het verhaal van een vergeten geschiedenis
Fietsend musiceren, een in hoofdzaak Vlaamse traditie. Ik beschik over uniek beeldmateriaal. Een link met bewegend beeld behoort ook tot de mogelijkheden.
In deze aanvraag laad ik een prachtige actiefoto op van de wedstrijden voor velofanfares die er op het Wapenplein te Oostende op 21 juni 1931 werden gehouden. We zien Velofanfare Hoboken uit Hoboken in grote getale tijdens hun deelname. De befaamde fotograaf Maurice Antony maakte dit beeld op glasplaat. Ik ging de bijzondere toestemming om deze foto te gebruiken in mijn boek, vragen aan de 95-jarige dochter Elise Antony en verkreeg ze. Misschien moet ik bijkomende toestemming vragen om ze te gebruiken in het virtueel museum, eerst zou ik daarvoor te rade gaan bij Heemkundige Kring De Plate die mij hierbij (Elise Antony) bij stond.
Gedurende meer dan twee en een half jaar zocht ik in muffe dozen van heemkundige kringen en stadsarchieven en viel van de ene in de andere verbazing. Ik vond steeds meer eigenaardigheden, foto's, documenten, verhalen en namen van nog meer velofanfares die er bij ons hebben bestaan.
De garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke
Het blijft een prachtig zicht: die geel geklede vissers, gezeten op Brabantse trekpaarden, die vol vertrouwen het groengrijze water van de Noordzee doorploegen om grijze garnalen te vangen. De garnaalvisserij te paard is een eeuwenoud ambacht waarbij met behulp van een Belgisch trekpaard op garnalen gevist wordt. dat Het is een traditie die nauw verbonden is met de natuur en afhankelijk is van de elementen en het getij. Het is een sprekend voorbeeld van een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie. Twaalf families (en 15 erkende garnaalvissers te paard) in Oostduinkerke zijn actief in de garnaalvisserij. Dit immaterieel erfgoed is echter van belang voor de hele gemeenschap van Oostduinkerke en Koksijde, die de garnaalvisserij te paard als belangrijk voor hun identiteit beschouwen. De vissers gaan een paar keer per week met paard en net de zee in, behalve in de wintermaanden. Het vissen duurt zo’n drie uur: anderhalf uur voor tot anderhalf uur na laagtij. Het paard stapt tot aan de borst door het water, parallel met de kust. Men gebruikt een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Gezien dit net een enorme trekkracht vergt, worden hiervoor Brabantse trekpaarden ingezet. Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerzijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water.
De Lakenhallen van Ieper, meervoudig icoon
De heropgebouwde Lakenhallen van Ieper zijn een belangrijk symbool van oorlogsleed en van wederopstanding. Het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum zijn er in onder gebracht.
Paling vissen op het getij van de rivier
Over vissen met boten op een rivier zijn weinig verhalen bekend of neergeschreven. Helemaal bijzonder wordt het wanneer die boten niet voortgedreven werden met een zeil, roeispaan of motor maar varen op het getij. Veertig jaar geleden werd deze traditie gerecupereerd als toeristische trekpleister in de stad Lier.
Wij willen ze levend! Steunpunt Levend erfgoed
Steunpunt Levend Erfgoed, SLE ijvert sinds 1993 voor de instandhouding van de oorspronkelijke en veelal zeldzaam geworden lokale rassen van landbouw- en neerhofdieren. Niet alleen kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en duiven, maar ook honden, schapen, geiten, varkens, runderen en paarden dragen onze zorgen weg.
SLE brengt de problematiek rond oude huisdierrassen onder de aandacht. Steunpunt Levend Erfgoed organiseert acties om onze rassen in de kijker te plaatsen, bouwt netwerken uit, biedt dienstverlening aan overheden/organisaties en organiseert fokprogramma's.
Tattoos, niet meer weg te denken uit ons straatbeeld, een ambacht met een rijke geschiedenis over heel de wereld maar ook vlaanderen heeft een geschiedenis
Het tattoothema, hoe het in vlaanderen geevolueerd is, de geschiedenis, het hoe en waarom, de ambacht vroeger en nu
De valse koning
Het openbreken van de gesloten katholieke samenleving in Vlaanderen in de loop van de jaren 1950: het spanningsveld tussen moderniteit (nieuwe media, democratisering) en traditie (beslotenheid, gezagsgetrouwheid)
De Lakenhallen van Ieper
De middeleeuwse lakenindustrie heeft het graafschap Vlaanderen grootgemaakt. Vanaf de 12de eeuw behoren de Vlaamse steden, met Ieper, Gent en Brugge voorop, tot de grootste steden van Europa. Geen enkel gebied is zo verstedelijkt als het toenmalige graafschap. En dit heeft de streek te danken aan de lakenindustrie. Laken, een wollen, vervilte stof, is enorm in trek: het is warm, zacht en waterafstotend. Vooral het middeleeuwse Ieper stond bekend om zijn kwalitatieve laken: de Ieperse dickedinne. 1 stuk laken is 1,75 meter breed, 29 meter lang en weegt circa 30 kilogram.