Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Stad en platteland. Landbouwgronden voor een zorgzame stad
De relatie tussen stad en platteland, met de rol die steden (stedelijke instellingen en families) speelden in de ontginning en het beheer van het platteland én het belang van deze landbouwgronden om voedsel en inkomsten te voorzien voor de stedelijke zorginstellingen.
Kerstbestand 1914
Het verhaal van de Eerste Wereldoorlog kent vele nuances. De monstrans toont ons de vredeswil die er tijdens de kerstperiode van 1914 aan het front aanwezig was.
De Beiaardcultuur in Vlaanderen: dat klinkt (erf)goed!
De beiaardkunst, of het musiceren op torenklokken met stokkenklavieren, is een muzikale traditie die haar wortels heeft in het Vlaanderen van de 16de eeuw. De beiaardcultuur zelf is echter meer dan enkel het musiceren. Het gaat ook om de kennis en kunde van de beiaardiers, het wijzigende repertoire dat gespeeld wordt binnen de traditie van bv. ‘marktbespelingen’ en zomeravondconcerten, en de opleiding van nieuwe generaties beiaardiers. Als collectief gebeuren speelt beiaardmuziek nog steeds een rol in het vertolken van waarden en gevoelens die in locale gemeenschappen leven…
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
Scheepsmodellen in flessen
Scheepsmodellen nabouwen en in flessen inbrengen is een techniek die al meer dan 100 jaar bestaat. Het scheepsmodel wordt op schaal volgens het oorspronkelijke model nagebouwd en volledig opgetuigd: geschilderd, voorzien van masten en zeilen, touwen en alle toebehoren. Vervolgens wordt het afgewerkte schaalmodel in de fles ingebracht.
De engel van "Passchendaele"
De Slag bij Passendale (1917) is een synoniem voor de ergste ontberingen van de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de waanzin en zinloosheid van vele gevechten. In honderd dagen werden naar schatting 600.000 soldaten gewond, gedood of vermist. Het resultaat was een frontlijn die zich slechts enkele kilometers verplaatste. Tijdens en na de oorlog verspreidde het woord "Passchendaele" en zijn beladen connotatie zich over de hele wereld.
Vakantiekolonies aan de Belgische kust. Honderdduizenden kinderen zagen dankzij de vakantiekolonies voor het eerst de zee, in de tijd dat op vakantie gaan nog niet vanzelfsprekend was.
Evolutie gezondheid en hygiëne
Praalgraf van Anselm Adornes en Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge
Het praalgraf van Anselm Adornes en zijn vrouw Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge. Een loodzware tombe gemaakt uit Doornikse steen aan de hand van beeldhouwer Cornelis Tielman.
De Liermolen in Grimbergen
De Liermolen in Grimbergen, afdeling van het MOT, krijgt in 2024 met de steun van Vlaanderen een totale make-over. Alle gebouwen worden gerestaureerd en krijgen deels een nieuwe invulling, onder meer als erfgoedlogies. Het wordt een unieke beleving om te logeren in de voormalige molenaarswoning met werkende graanwatermolen te midden van een actieve museumsite. Aan de overkant van het erf komt een trekkershut voor de bedevaarders op weg naar Compostella. Het MOT heeft aan de Liermolen een educatieve werking met stages Vakwerk, een bijenhal in vakwerk waar imkers demonstaties houden, een bakhuis waar het brood gebakken wordt, een watermolen waar molenaars graan malen en een Wan-kot in vakwerk waar we graan dorsen en wannen. In de grote schuur, momenteel een Open depot van karren en wagens, komen na de restauratie hedendaagse workshop- en tentoonstellingszalen. Er wordt een onthaalpunt ingericht waar bezoekers info krijgen over het erfgoed en de natuur in de Maalbeekvallei.
De lege stoelen
Verbinding met eigentijds thema: de oorlogen die vandaag nog uitgevochten worden waaronder sommige met enkele parallellen met WOI
'Het Rood Komplot van 1940-1950'. Toekomstvisies en propaganda rond de Koningskwestie in de literatuur en populaire cultuur
In februari 1950 verschijnt de brochure 'Komplot gezien door een historicus in ’t jaar 2200' samen met de Franstalige versie. De auteur is de West-Vlaamse liberale politicus Hilaire Lahaye, die hiermee in volle Koningskwestie een origineel pamflet ten voordele van Leopold III verspreidt. In de futuristische novelle werkt een historicus in het jaar 2200 aan een studie over een bijzondere episode uit de twintigste eeuw. Hij moet werken op basis van boeken en fragmenten van historische krantencollecties die de Derde Wereldoorlog hadden overleefd. Nu burgers zich met raketten verplaatsen en hun vakantie op de maan doorbrengen, wil hij achterhalen hoe het in 1940-1950 zover kon komen dat communisten en socialisten een republikeins complot beraamden tegen de Belgische monarchie via de koningskwestie. Uiteindelijk bracht een volksraadpleging in Lahayes toekomstbeeld rust en orde met de terugkeer van Leopold III. Dit fictieve einde bleek veel te optimistisch.
Emile Claus en “Bietenoogst”
Emile Claus algemeen erkend als belangrijkste impressionist in Vlaanderen - “Bietenoogst” (1890), opgenomen op de Topstukkenlijst en erkend als één van de 10 belangrijkste kunstwerken in Vlaanderen. - 2024 uitgeroepen als Emile Clausjaar. - Emile Claus als Vlaamse Meester (cf. goedgekeurd dossier relance-project Vlaamse Meester door Toerisme Vlaanderen)
De mirakelverhalen van de Virga Jesse
Zoals overal heeft de Hasseltse Virga Jesse als schutspatroon van de stad veel mirakels verricht. Mirakels zijn straffe verhalen, die een uiting zijn van de universeel menselijke behoefte om onverwachte en onverklaarbare gebeurtenissen toe te schrijven aan een hogere macht. Overal horen mirakels, als immaterieel erfgoed, bij tradities als processies, religieuze feesten, ... Tegelijk zijn mirakels vaak wat ondergesneeuwd geraakt, omdat ze als volksdevotie werden beschouwd (of zelfs als bijgeloof).
Maar tijdens de middeleeuwen en zeker tijdens de 17de eeuw waren ze dé manier om het bestaan van een hogere macht aan te tonen. En trouwens, er gebeuren volgens de kranten nog weleens mirakels tijdens wereldbekers voetbal, ...
Mirakelverhalen zijn straf, universeel, ongelooflijk, ... en vaak zeer mooi beschreven.
Kempisch kieken, wereldkieken
'Beste Campinisten!' Kempische commons op zijn mooist Campinisten zijn vrienden, leden, sympathisanten, fans, kwekers, ... van het Kempens Hoen. Het Kempens Hoen is niet enkel een vzw maar ook een ‘echt kieken’. 100 jaar geleden verdween bij ons het Belgische kippenras door oorlog, industrialisering en export. Het ras overleefde echter in het buitenland en werd in 2013 terug naar eigen bodem gebracht. Kempens Hoen vzw vraagt alle Kempenaren om bij te dragen aan een gemeenschappelijke doel: het Kempisch kieken in ere herstellen als gezond, productief en smakelijk streekras. In een participatief project laat de vzw de verschillende erfgoeddragers uitblinken: kwekers, ambassadeurs, boeren en chef-koks. Ze staan mooi naast elkaar op de website www.kempenshoen.be. De vzw publiceert daarnaast een blog met historische berichten over de ‘kiekens’ om zo de Kempenaren te inspireren en de oude verhalen te borgen. De vzw creëert ook nieuwe verhalen door onder meer keurmomenten tussen kwekers en tastings met chef-koks te organiseren. Minister van Cultuur Jan Jambon: “Het initiatief is breed gedragen en verenigt verschillende partners. Ontdekken, kweken, bereiden en proeven komen mooi aan bod op de website. De communicatie van de vzw is heel goed uitgedacht. Het project zorgt ervoor dat ‘levend erfgoed’ in de betekenis van ‘oude rassen’, zichtbaar wordt binnen het immaterieel-erfgoedbeleid.”
Rennende fallussen en vliegende vulva's
Vanaf de late 12de eeuw worden insignes als volks en goedkoop massaproduct op grote schaal verspreid, in de hele westerse wereld. Deze loodtinnen speldjes bootsen de kostbare broches na die van edelmetalen worden gemaakt. Ze worden verkocht bij openbare vertoningen en religieuze spektakels, en tijdens processies, volkstonelen, wagenspelen en spektakelstukken waar rijk en arm samen het publiek uitmaken. Mensen brengen ze ook mee van bedevaartsoorden, als souvenir. Er bestaan honderden soorten insignes. Het gamma gaat van heilig tot zeer profaan of werelds, van puur devotioneel tot extreem seksueel, van gelovig tot bijgelovig. Veel voorstellingen zijn voor ons en ook voor onderzoekers moeilijk te vatten. Insignes worden overal in Europa teruggevonden, maar vooral in N-W-Europa. Er zouden tussen 1300-1500 10 à 20 miljoen insignes in Europa zijn gemaakt. Maar een fractie hiervan is overgeleverd tot vandaag (versmolten of verloren gegaan).
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
De middeleeuwse stad Ieper op kaart
De Vlaamse steden behoren in de middeleeuwen tot de grootste van Europa. Ieper telt op een bepaalt moment maar liefst 40.000 inwoners, dat is meer dan vandaag. Bovendien zijn de steden rijk. Voor Ieper is deze rijkdom te danken aan de bloeiende lakenindustrie. De rijkdom zie je mooi weerspiegelt op het oudste stadsplattegrond van Ieper. Google Maps avant la lettre. Recente archeologische opgravingen bevestigden bovendien enkele details op de kaart.
De Lakenhallen van Ieper
De middeleeuwse lakenindustrie heeft het graafschap Vlaanderen grootgemaakt. Vanaf de 12de eeuw behoren de Vlaamse steden, met Ieper, Gent en Brugge voorop, tot de grootste steden van Europa. Geen enkel gebied is zo verstedelijkt als het toenmalige graafschap. En dit heeft de streek te danken aan de lakenindustrie. Laken, een wollen, vervilte stof, is enorm in trek: het is warm, zacht en waterafstotend. Vooral het middeleeuwse Ieper stond bekend om zijn kwalitatieve laken: de Ieperse dickedinne. 1 stuk laken is 1,75 meter breed, 29 meter lang en weegt circa 30 kilogram.
Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
'Energie en democratie'. Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
Gegraveerde rolsteen uit een ver verleden
De rolsteen is een kwartsitische zandsteen die door een prehistorische jager-verzamelaar op het einde van de laatste ijstijd werd opgeraapt op een plek waar grind van het Kempisch Plateau dagzoomde. Hij maakte er tien groeven in, twee groepjes van vijf, en vulde ze op met een rode kleurstof. Hij verloor de steen of hij liet de steen bewust achter op de plaats die we nu kennen als de Maatheide in Lommel. Op die plaats kampeerden in die periode herhaaldelijk jager-verzamelaars op een hoge en droge zandrug aan de oever van een meertje. Het waren kolonisten, want het waren de eerste moderne mensen (homo sapiens) die in de Kempen rondzwierven.
De stichting van Romeins Tongeren, de oudste stad van Vlaanderen
Rond 10 v. Chr. , ongeveer een halve eeuw na de Romeinse verovering van onze streken, stichtte het Romeins bestuur de stad Atuatuca Tungorum, het huidige Tongeren. Die naam verwijst naar de Tungri, die het voormalige gebied van de Eburonen bewoonden nadat de Romeinse generaal Julius Caesar deze laatste had uitgemoord. Van 16 tot 13 v. Chr. verbleef keizer Augustus persoonlijk in Gallië. Vermoedelijk besliste hij toen in samenspraak met het provinciebestuur van Gallia Belgica, waartoe het huidige Vlaanderen toen behoorde, de provincie op te delen in districten. Die districten kregen elk een nieuwe hoofdplaats. Tongeren werd de hoofdplaats van het district van de Tungri, dat zich uitstrekte over de oostelijke helft van het huidige België en enkele aangrenzende regio's in onze buurlanden. De stadsstichting had een enorme impact op de hele regio, die tot dan alleen kleinschalige landelijke bewoning had gekend. Bovendien maakte de nieuwe hoofdplaats deel uit van een netwerk dat het hele Romeinse rijk omvatte. Tongeren lag aan een strategische weg die de provinciehoofstad Keulen aan de Rijngrens verbond met Boulogne-sur-Mer aan de Noordzee.