Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
De eerste landbouwers in Vlaanderen
Rond 5300 v. Chr. arriveerden de eerste landbouwers in het gebied dat we tegenwoordig kennen als het Vlaamse gewest. In de voorafgaande 500000 jaar leefden er in deze regio uitsluitend nomadische jagers-verzamelaars. Omstreeks 9000 v. Chr. begon men in het Nabije Oosten evenwel aan landbouw te doen. Rond 7000 v. Chr. was ook Oost-Europa op landbouw overgeschakeld. Door zelf voedsel te verbouwen hoeven landbouwers niet rond te trekken op zoek naar voedsel en kunnen ze zich dus ergens permanent vestigen. Landbouwgemeenschappen kennen een grotere bevolkingsaangroei dan jagers-verzamelaarsgroepen. Wanneer de bevolking van een nederzetting te groot werd, trok een deel verder om elders een nieuwe nederzetting te bouwen. Ze namen dan ook zaden, gedomesticeerde dieren en hun kennis over landbouwtechnieken met zich mee. Geleidelijk aan verspreidde de landbouw zich zo van Zuidoost-Europa over Centraal-Europa naar onze streken. In Centraal-Europa en bij ons behoorden deze eerste landbouwers tot de zogenaamde Bandkeramische cultuur. Hun aardewerk, dat ze versierden met bandvormige motieven, was ook het eerste aardewerk in onze streken.
Tattoos, niet meer weg te denken uit ons straatbeeld, een ambacht met een rijke geschiedenis over heel de wereld maar ook vlaanderen heeft een geschiedenis
Het tattoothema, hoe het in vlaanderen geevolueerd is, de geschiedenis, het hoe en waarom, de ambacht vroeger en nu
Luchtballon maakt noodlanding in Sint-Juliaan
De 19de eeuw is een tijd van vele vernieuwingen, ook in de fotografie. De Fransman Félix Tournachon, beter bekent onder zijn pseudoniem Nadar, was een pionier in het nemen van luchtfoto’s, genomen vanuit een luchtballon. In 1864 loopt de vierder vlucht met zijn ballon ‘le Géant’ echter fout af.
Druk aan het werk in het atelier van Christoffel Plantijn
Intact. Drukklaar. Zo staan ze er bij, de oudste drukpersen ter wereld. Plantijn zelf of zijn schoonzoon Jan Moretus hebben de beide drukpersen misschien nog gekend. Ze hebben zichtbaar een bewogen leven achter de rug. Ze zijn de eerste getuigen van een mijlpaal in de geschiedenis: de uitvinding van de boekdrukkunst. Welkom in de drukkerij van de uitgever Christoffel Plantijn. Hij start in 1555 zijn succesvolle bedrijf ‘De Gulden Passer’. Het drukkersatelier is het kloppend hart van het bedrijf. In de tijd van Christoffel Plantijn zelf (zo rond 1575) stonden er zeker 16 drukpersen. De drukkerij telde 56 personeelsleden. Er wordt hard gewerkt, maar ook geklaagd, geruzied en geleefd. Die levendige verhalen kennen we uit het bewaarde bedrijfsarchief. Plantijns bedrijf was in die tijd wereldwijd de grootste in zijn soort. Heel het atelier van de drukkerij ligt er na bijna 450 jaar nog steeds bij alsof de drukkers en letterzetters elk moment aan het werk kunnen gaan.
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen
Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.
De bietenlantaarns in de Westhoek
In Ieper en enkele andere Westhoek dorpen is het niet Sinterklaas, maar Sint-Maarten die de kinderen verblijdt met speelgoed. Op zijn naamdag 11 november vinden de kinderen ’s morgens pakjes en lekkernijen in huis. Aan de vooravond van zijn komst zingen meisjes en jongens uit volle borst tijdens de Sint-Maartensstoet. Tijdens de stoet dragen kinderen een grote, zelfgemaakte bietenlantaarn.
De Kortrijkse theaterdecors: unieke getuigen van een theatertraditie
De Kortrijkse decors, het werk van de Parijse decorschilder Dubosq vormen een unieke collectie, niet alleen al door omvang en hoeveelheid maar tevens door kwaliteit en goede bewaring.
De Lakenhallen van Ieper, meervoudig icoon
De heropgebouwde Lakenhallen van Ieper zijn een belangrijk symbool van oorlogsleed en van wederopstanding. Het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum zijn er in onder gebracht.
De Liermolen in Grimbergen
De Liermolen in Grimbergen, afdeling van het MOT, krijgt in 2024 met de steun van Vlaanderen een totale make-over. Alle gebouwen worden gerestaureerd en krijgen deels een nieuwe invulling, onder meer als erfgoedlogies. Het wordt een unieke beleving om te logeren in de voormalige molenaarswoning met werkende graanwatermolen te midden van een actieve museumsite. Aan de overkant van het erf komt een trekkershut voor de bedevaarders op weg naar Compostella. Het MOT heeft aan de Liermolen een educatieve werking met stages Vakwerk, een bijenhal in vakwerk waar imkers demonstaties houden, een bakhuis waar het brood gebakken wordt, een watermolen waar molenaars graan malen en een Wan-kot in vakwerk waar we graan dorsen en wannen. In de grote schuur, momenteel een Open depot van karren en wagens, komen na de restauratie hedendaagse workshop- en tentoonstellingszalen. Er wordt een onthaalpunt ingericht waar bezoekers info krijgen over het erfgoed en de natuur in de Maalbeekvallei.
'Het Rood Komplot van 1940-1950'. Toekomstvisies en propaganda rond de Koningskwestie in de literatuur en populaire cultuur
In februari 1950 verschijnt de brochure 'Komplot gezien door een historicus in ’t jaar 2200' samen met de Franstalige versie. De auteur is de West-Vlaamse liberale politicus Hilaire Lahaye, die hiermee in volle Koningskwestie een origineel pamflet ten voordele van Leopold III verspreidt. In de futuristische novelle werkt een historicus in het jaar 2200 aan een studie over een bijzondere episode uit de twintigste eeuw. Hij moet werken op basis van boeken en fragmenten van historische krantencollecties die de Derde Wereldoorlog hadden overleefd. Nu burgers zich met raketten verplaatsen en hun vakantie op de maan doorbrengen, wil hij achterhalen hoe het in 1940-1950 zover kon komen dat communisten en socialisten een republikeins complot beraamden tegen de Belgische monarchie via de koningskwestie. Uiteindelijk bracht een volksraadpleging in Lahayes toekomstbeeld rust en orde met de terugkeer van Leopold III. Dit fictieve einde bleek veel te optimistisch.
Hasselt Hertekend
Met Architectuurwijzer willen we graag 'Hasselt Hertekend' voorstellen. Tot midden 19de eeuw kenmerkt Hasselt zich als een middeleeuws stadje met kerken, kloosters, jeneverstokerijen en burgerwoningen binnen de omwalling. De erkenning als provinciale hoofdstad in 1839, de afbraak van de stadsomwalling en de aanleg van een boulevard, een spoorlijn en een kanaal zorgen voor een keerpunt in de geschiedenis. Vanaf het midden van de 19de eeuw wordt Hasselt in diverse fases ‘hertekend’ tot de stad die we vandaag kennen.
De personenverhalen van het In Flanders Fields Museum
De grote en de kleine geschiedenis van mensen die in de Eerste Wereldoorlog leefden, overleefden, op de vlucht sloegen en soms ook stierven
Kunstencentrum Ten Bogaerde
Kunstencentrum Ten Bogaerde biedt een platform voor internationale hedendaagse beeldende kunst en streeft naar de hoogste kwaliteit op vlak van presentatie, creatie, reflectie en publiekswerking. Door de ligging op een historische site vormt het een brug tussen het heden en het verleden, waardoor het recreatieve aanbod voor de meerwaardezoeker wordt verrijkt.
De Kortrijkse dakpannenindustrie
Het verhaal van de Kortrijkse dakpan die onder de naam Pottelberg een gigantisch succes werd, heden ten dage nog steeds alomtegenwoordig.
Naar Iseland, naar Iseland, naar Iseland toe… Onze Vlaamse IJslandvaarders
Stel je voor dat je op het einde van de winter, in maart, met een zeilboot vertrekt richting IJsland om er te vissen. In barre omstandigheden, want stormweer en ijsschotsen maken de reis tot een levensgevaarlijke expeditie. Alsof dat niet volstaat, kom je pas binnen een half jaar terug thuis, als de herfst alweer in het land is. Of nog erger: je ziet je vaderland nooit meer terug en blijft achter in de ijzige wateren rond IJsland. Het lijkt nu misschien onvoorstelbaar, maar voor generaties vissers langs de Westkust was het jarenlang bittere realiteit. Vooraleer de stoomschepen hun intrede deden aan het einde van de negentiende eeuw, trotseerden ze al eeuwen de IJslandse golven aan boord van grote zeilschepen. In de Noord-Franse havens van Gravelines en Duinkerke scheepten ze in op zogenaamde goélettes (of galetten in vervlaamste vorm). De Vlamingen stonden er bekend als harde en ervaren werkers. Tot aan het begin van de twintigste eeuw trokken jaarlijks tussen 100 en 200 Vlaamse vissers zo naar IJsland om hun geluk te beproeven. De kabeljauwcampagne rond IJsland besloeg zes maanden. De reis naar IJsland zelf, de traverse, duurde twee à drie weken afhankelijk van de weersomstandigheden. Het vissen op kabeljauw gebeurde met lang kollijnen die onderaan voorzien waren van een stuk lood en een vishaak. De vangst werd op een heel specifieke manier bewerkt, gezouten en luchtledig verpakt in tonnen: de visserij ten zoute. Na drie maanden van zwaar werk in gure omstandigheden, kregen de vissers een weekje rust. De galette zocht eind mei een IJslandse baai op om er vers drinkwater in te slaan en herstellingen uit te voeren. Na dat ‘baaien’ volgde het achterseizoen, dat duurde tot de kabeljauw niet meer bewaard kon worden omdat het zout op was. Na 6 maanden kon dan toch de retourtraverse ingezet worden. Eindelijk terug huiswaarts.
De middeleeuwse stad Ieper op kaart
De Vlaamse steden behoren in de middeleeuwen tot de grootste van Europa. Ieper telt op een bepaalt moment maar liefst 40.000 inwoners, dat is meer dan vandaag. Bovendien zijn de steden rijk. Voor Ieper is deze rijkdom te danken aan de bloeiende lakenindustrie. De rijkdom zie je mooi weerspiegelt op het oudste stadsplattegrond van Ieper. Google Maps avant la lettre. Recente archeologische opgravingen bevestigden bovendien enkele details op de kaart.
De Stamschijf uit het kasteelpark van Elverdinge
Het landschap als laatste getuige van de oorlog
De mammoet van Dendermonde
Hoewel de huidige klimaatsverandering voornamelijk 'man-made' is, is onze omgeving altijd al onderhevig geweest aan veranderingen. Als we onze blik richten naar de verre geschiedenis van onze streken zag het landschap er heel anders uit. Zeker tijdens de ijstijden veranderde er veel, de vlaamse vallei en het scheldebekken laten tot op de dag van vandaag sporen van hun verleden zien. De pleistocene fauna, met mammoeten en wolharige neushoorns, bevolkten toen een toendra-achtig landschap. Grote veranderingen in klimaat en landschap brengen steeds een grote impact teweeg op mens en andere fauna en flora.
Een unieke inkijk in een 18de-eeuws hospitaal
Het Sint-Janshospitaal in Brugge is één van de oudst bewaarde hospitaalgebouwen van Europa. De oude hospitaalzalen, de kapel, het zuster- en broederklooster, de historische apotheek ademen gewoonweg geschiedenis en de (kunst)voorwerpen die er worden bewaard en getoond, zijn specifiek gemaakt voor deze context. Ze getuigen van acht eeuwen zorg voor lichaam en ziel op deze plek. Het schilderij 'Zicht in de ziekenzalen' (1778) van Jan Beerblock biedt een unieke kijk in het vroegere hospitaalleven.
De intrede van kiesexamens in het laat 19de-eeuwse Vlaanderen
"Het welgelukken van het examen, welk U het Kiesrecht toekent". De intrede van kiesexamens in het laat 19de-eeuwse Vlaanderen.
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !