Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Geschiedenis van de "prinselijke familie de Merode in Everberg
Geschiedenis van de verschillende rijke adelijke families in Vlaams Brabant zoals die van de Merodes, Arenberg enz.. met als hoogtepunt niet alleen de 17de eeuw maar ook de 18de eeuw rond de periode van de Franse revolutie.
Medicinale oorsprong van jenevers en likeuren
Sterkedranken waaronder jenevers en likeuren vinden hun oorsprong in medicinale toepassingen die vaak "per druppel" werden toegediend en gearomatiseerd met allerhande extracten en -distillaten van kruiden, niet alleen om de alcoholische smaak te verzachten maar ook en vooral omwille van de geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven aan die kruiden. Elixir, de meest bekende en meest gedronken likeur in Vlaanderen, kent een gelijkaardige oorsprong en toepassing maar het bijzondere aan deze likeur is dat zij ook een opvallende plaats inneemt in de ontwikkeling van de dierengeneeskunde.
Stucwerkplafonds van Jan Christiaen Hansche
In de Abdij van Park in Leuven vind je drie uitzonderlijke stucwerkplafonds van Jan Christiaen Hansche. In de tweede helft van de 17de eeuw liet abt Libert de Pape de plafonds van de refter, de bibliotheek en de ontvangstruimte rijkelijk versieren. De figuren komen letterlijk los van het plafond. Hanscha had als geen ander de driedimensionaliteit in de vingers waardoor zijn figuren als volleerde ruimtevaarders tegen het plafond lijken te hangen. De plafonds zijn van zo'n technisch vernuft dat het de meester-kalksnijder Jan Christiaen Hansche naam en faam verleenden in Vlaanderen en Brussel.
Velofanfares, het verhaal van een vergeten geschiedenis
Fietsend musiceren, een in hoofdzaak Vlaamse traditie. Ik beschik over uniek beeldmateriaal. Een link met bewegend beeld behoort ook tot de mogelijkheden.
In deze aanvraag laad ik een prachtige actiefoto op van de wedstrijden voor velofanfares die er op het Wapenplein te Oostende op 21 juni 1931 werden gehouden. We zien Velofanfare Hoboken uit Hoboken in grote getale tijdens hun deelname. De befaamde fotograaf Maurice Antony maakte dit beeld op glasplaat. Ik ging de bijzondere toestemming om deze foto te gebruiken in mijn boek, vragen aan de 95-jarige dochter Elise Antony en verkreeg ze. Misschien moet ik bijkomende toestemming vragen om ze te gebruiken in het virtueel museum, eerst zou ik daarvoor te rade gaan bij Heemkundige Kring De Plate die mij hierbij (Elise Antony) bij stond.
Gedurende meer dan twee en een half jaar zocht ik in muffe dozen van heemkundige kringen en stadsarchieven en viel van de ene in de andere verbazing. Ik vond steeds meer eigenaardigheden, foto's, documenten, verhalen en namen van nog meer velofanfares die er bij ons hebben bestaan.
Driekoningentaart
Het Bakkerijmuseum verzamelt sporen van het bakambacht en de bakcultuur in Vlaanderen. De traditie van Driekoningen en de bijbehorende taart is vandaag nog steeds een traditie die tot de levendige en rijke bakcultuur van Vlaanderen behoort.
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
Andreas Vesalius: de vader van de moderne anatomie
Vlaanderen als voedingsbodem voor wetenschappelijk onderzoek, vroeger en nu
Een sterke band met Sint-Gummarus
Aan de verering van de H. Gummarus zijn bijzondere tradities verbonden. Jaarlijks laten gelovigen de band van de H. Gummarus op hun schouders leggen. Het zilveren schrijn met de relieken van de heilige, draagt men in processie rond door de stad. Verschillende Lierse gemeenschappen verbinden zich aan de H. Gummarus en houden deze traditie in ere.
Belevingstentoonstelling Zusters van St-Jozef
De voorbije vier eeuwen waren de Zusters van Sint-Jozef actief in het onderwijs, de geestelijke gezondheidszorg, de ouderenzorg en pastorale activiteiten. Bezield door de durf en ijver van hun stichter Jean-Pierre Médaille durfden ze het aan om landsgrenzen en zelfs oceanen over te steken.
Deze interactieve tentoonstelling laat je kennismaken met de geschiedenis en het gedachtengoed van de Zusters van Sint-Jozef.
Vrouwen emancipatie binnen de liberale beweging
Het verhaal past in de bredere emancipatiebeweging in Vlaanderen. Het beantwoordt de vraag op welke manier vrouwen zich hebben verenigd in het verleden om hun stem te laten horen.
De groentetuin van Vlaanderen
In de streek tussen Antwerpen en Brussel bevindt/bevond zich de groentetuin van Vlaanderen. Van de eerste glazen dorpen in Wommelgem en Wilrijk tot de witloofdriehoek tussen Mechelen, Leuven en Brussel. Tot op de dag van vandaag telt deze streek heel veel actieve spelers in de tuinbouw, met zowel moderne als traditionele teelten. De meerderheid van onze gezonde voeding komt nog steeds uit deze historische groentestreek.
Karel Van Wijnendaele en de Ronde van Vlaanderen
Karel Van Wijnendaele en de Ronde van Vlaanderen.
De Codex Eyckensis, het oudste boek van België
De Codex Eyckensis is het oudste bewaarde verluchte evangelieboek in België, Nederland en Luxemburg. Het uit twee delen bestaande perkamenten handschrift zou geschreven en verlucht zijn door een monnik in de tweede helft van de 8e eeuw. Het behoorde eens tot de vroegmiddeleeuwse abdij van Aldeneik aan de Maas, en wordt sinds 1571 bewaard in het nabijgelegen Maaseik. De Codex Eyckensis illustreert en symboliseert de zgn. tweede kersteningsgolf, toen Angelsaksische missionarissen zoals Bonifatius door Rome naar de Frankische en heidense gebieden in Noordwest- Europa werden gezonden om daar het christelijk geloof te verspreiden en kloosters te stichten. Vergelijkend onderzoek met andere gelijkaardige codices wees uit dat de Codex Eyckensis wellicht werd vervaardigd in het door Willibrordus gestichte klooster in Echternach (nu Luxemburg) en dat het van daaruit in het vrouwenklooster van Aldeneik is beland. Dergelijke codices werden gebruikt om het woord van God te prediken onder te bekeren volkeren. Dit proces vormde de motor voor de kerstening van Noordwest-Europa en dus ook het huidige Vlaanderen. Het christelijk geloof zou tot de dag van vandaag het leven, denken en doen van de bevolking aldaar sterk bepalen.
De strijd van Ambiorix tegen Caesar
Van 58 tot 51 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Julius Caesar Gallië, een immens gebied ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën en ten westen van de Rijn dat het huidige Frankrijk, België en Luxemburg omvat, evenals grote delen van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In 57 v. Chr. onderwierp hij de Belgae, die het noorden van Gallië bewoonden, en daarmee ook het grondgebied van het huidige België. In de herfst van 54 v. Chr. leidde Ambiorix een opstand tegen de Romeinen. Ambiorix was een leider van de Eburonen, een Belgische stam die o.a. de oostelijke helft van het huidige Vlaanderen bewoonde. De opstand begon met een verrassende overwinning van de Eburonen: ze slaagden erin ongeveer anderhalf Romeins legioen te vernietigen. Naburige stammen als de Aduatuci en de Nerviërs volgden hun voorbeeld. In 53 v. Chr. sloeg Caesar evenwel hard terug met een enorme militaire overmacht. Daarmee was de Romeinse verovering van onze gewesten een feit. Meer dan vier eeuwen lang bleef onze regio deel van het Romeinse rijk.
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
Fierteltraditie in Ronse
Immaterieel Erfgoed in Vlaanderen: de traditie van religieuze ommegangen/bedevaarten in Vlaanderen.
De kunst van het maken van spekken
Een spek is snoepgoed dat in Vlaanderen ook nonnenbil of meiskesvlees genoemd wordt. Een andere naam ervoor is witte drop of slappe Jan. In het Engels heet het marshmallow. Marshmallows zijn sponsachtige snoepjes die in allerlei vormen voorkomen, vaak met een roze of witte kleur. Ze worden gemaakt uit suiker of maïsstroop, geweekte gelatine, Arabische gom en smaakstoffen. Deze ingrediënten worden samen opgeklopt tot een sponzig geheel, wat de basis vormt voor de marshmallow.
Tattoos, niet meer weg te denken uit ons straatbeeld, een ambacht met een rijke geschiedenis over heel de wereld maar ook vlaanderen heeft een geschiedenis
Het tattoothema, hoe het in vlaanderen geevolueerd is, de geschiedenis, het hoe en waarom, de ambacht vroeger en nu
Kunstwerkstede De Coene, een van de belangrijkste houtverwerkende bedrijven van België
Het thema creatief design en productontwikkeling voert ons terug tot de middeleeuwse ambachten en is van belang voor heel de beeldvorming van Vlaanderen door de eeuwen heen.
Gegraveerde rolsteen uit een ver verleden
De rolsteen is een kwartsitische zandsteen die door een prehistorische jager-verzamelaar op het einde van de laatste ijstijd werd opgeraapt op een plek waar grind van het Kempisch Plateau dagzoomde. Hij maakte er tien groeven in, twee groepjes van vijf, en vulde ze op met een rode kleurstof. Hij verloor de steen of hij liet de steen bewust achter op de plaats die we nu kennen als de Maatheide in Lommel. Op die plaats kampeerden in die periode herhaaldelijk jager-verzamelaars op een hoge en droge zandrug aan de oever van een meertje. Het waren kolonisten, want het waren de eerste moderne mensen (homo sapiens) die in de Kempen rondzwierven.