Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Geuzenhoek Korsele
Het museum in Korsele (wijk in Horebeke) vertelt de geschiedenis van het protestantisme.
Die geschiedensi was tot 1585 inheems, m.a.w. het protestantisme kende tot aan de scheiding van de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden vooral veel aanhang in de steden (Gent, Antwerpen) en op het platteland van de zuidelijke Nederlanden. Dat bijzonder interessant verhaal belichten we in het museum. Vlakbij het museum ligt een bucolisch, protestants kerkhof (met een unieke treurbeuk) en bevindt zich een protestantse kerk.
Medicinale oorsprong van jenevers en likeuren
Sterkedranken waaronder jenevers en likeuren vinden hun oorsprong in medicinale toepassingen die vaak "per druppel" werden toegediend en gearomatiseerd met allerhande extracten en -distillaten van kruiden, niet alleen om de alcoholische smaak te verzachten maar ook en vooral omwille van de geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven aan die kruiden. Elixir, de meest bekende en meest gedronken likeur in Vlaanderen, kent een gelijkaardige oorsprong en toepassing maar het bijzondere aan deze likeur is dat zij ook een opvallende plaats inneemt in de ontwikkeling van de dierengeneeskunde.
13 mei 1944, een Halifax stort neer in Londerzeel.
Het virtueel museum is uitermate geschikt om lokale verhalen te brengen die tot de verbeelding spreken. Verhalen die doen lezen, prikkelen en ontdekken.
De oudste kaart van Vlaanderen
Binnen de manuscriptenverzameling van de Openbare Bibliotheek Brugge bewaren we een middeleeuwse kaart die bekend staat als de oudste kaart van Vlaanderen. Het is een topstuk. De kaart werd opgenomen in het boek De geschiedenis van België in 100 oude kaarten dat in 2021 verscheen.
De valse koning
Het openbreken van de gesloten katholieke samenleving in Vlaanderen in de loop van de jaren 1950: het spanningsveld tussen moderniteit (nieuwe media, democratisering) en traditie (beslotenheid, gezagsgetrouwheid)
De Ros Beiaardommegang van 1888 door Jan Verhas (1891) Olie op doek (200,5 x 269 cm)
Ommegangtradities en processies, in het bijzonder de Ros beiaardommegang van Dendermonde
Stad en platteland. Landbouwgronden voor een zorgzame stad
De relatie tussen stad en platteland, met de rol die steden (stedelijke instellingen en families) speelden in de ontginning en het beheer van het platteland én het belang van deze landbouwgronden om voedsel en inkomsten te voorzien voor de stedelijke zorginstellingen.
Kerstbestand 1914
Het verhaal van de Eerste Wereldoorlog kent vele nuances. De monstrans toont ons de vredeswil die er tijdens de kerstperiode van 1914 aan het front aanwezig was.
De transvaalstrijd of Boerenoorlog
Steun van de Vlaamse Beweging aan de Zuid-Afrikaners of Boeren - Vlaamse bewustwording.
Pioniers in het Waasland
Ondernemingszin en politiek engagement. De stempel die geestelijke ordes drukten op de middeleeuwse samenleving is niet alleen van religieuze aard.
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
Rubens extra muros
Rubens' werken geraakten verspreid over heel de wereld. Ook in Vlaanderen zelf zijn heel wat werken van hem te bezichtigen. Nu het Rubenshuis gesloten is, is dit de ideale gelegenheid om Rubens extra muros te verkennen.
Ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens
De ontstaansgeschiedenis van Museum Dhondt-Dhaenens en het verhaal van stichters Jules en Irma Dhondt-Dhaenens. De historische collectie van het museum is een tijdscapsule die het verhaal vertelt van een geëngageerd mecenaskoppel. Irma en Jules Dhondt-Dhaenens kochten kunst vanuit een sterke band met de kunstenaars en de Leiestreek en zetten zich in voor de bevordering van het Vlaamse cultuurlandschap. Hun collectie is een verrassende dwarsdoorsnede aan stijlen en kunstenaars, ook al is die in de kern vooral bekend voor de Latemse scholen.
Een ‘Pompei’ aan de Schelde
Water en de mens, een ambigue relatie bondgenoot als een vijand voor de mens geweest. Dit bewijst de verdronken middeleeuwse nederzetting nabij Doel die door de Sint-Elisabethsvloed van 1324 van de kaart werd geveegd. De strijd tussen mens en water proberen we in dit geval te vertellen in een verhaal over de onzekere middeleeuwse expansie van dorpskernen. Verder willen we de focus leggen op de strijd van de mens tegen de natuur, een strijd die met de opwarming van de aarde terug zeer actueel is.
Rennende fallussen en vliegende vulva's
Vanaf de late 12de eeuw worden insignes als volks en goedkoop massaproduct op grote schaal verspreid, in de hele westerse wereld. Deze loodtinnen speldjes bootsen de kostbare broches na die van edelmetalen worden gemaakt. Ze worden verkocht bij openbare vertoningen en religieuze spektakels, en tijdens processies, volkstonelen, wagenspelen en spektakelstukken waar rijk en arm samen het publiek uitmaken. Mensen brengen ze ook mee van bedevaartsoorden, als souvenir. Er bestaan honderden soorten insignes. Het gamma gaat van heilig tot zeer profaan of werelds, van puur devotioneel tot extreem seksueel, van gelovig tot bijgelovig. Veel voorstellingen zijn voor ons en ook voor onderzoekers moeilijk te vatten. Insignes worden overal in Europa teruggevonden, maar vooral in N-W-Europa. Er zouden tussen 1300-1500 10 à 20 miljoen insignes in Europa zijn gemaakt. Maar een fractie hiervan is overgeleverd tot vandaag (versmolten of verloren gegaan).
Keramiekindustrie la Majolique de Hasselt
Het belang van een lokale industrie, la Majolique de Hasselt, ontstaan door een samenloop van omstandigheden waarbij door het samenvallen van een aantal puzzelstukjes snel commercieel succes werd geboekt. De evolutie van het assortiment het gebruik en ontwikkeling van een bestaande technologie (druipglazuur) gaf haar producten een eigen karakter. Ze speelde ook een voortrekkersrol in de ontwikkeling van keramiek als drager van reclameboodschappen. De evolutie van de productie naar een uniek product dat breed verspreid werd in de Belgische zware industrie consolideerde haar succes. Deze fabriek had een bijzondere invloed op het sociaal leven van een aantal vrouwen en meisjes eind 19e begin 20e eeuw
Vakantiekolonies aan de Belgische kust. Honderdduizenden kinderen zagen dankzij de vakantiekolonies voor het eerst de zee, in de tijd dat op vakantie gaan nog niet vanzelfsprekend was.
Evolutie gezondheid en hygiëne
Vierkante schoonheid
Tussen 1840 en 1940 was België internationaal toonaangevend voor de productie van keramische vloer- en wandtegels met fabrieken als Boch Frères uit La Louvière, Helman uit Brussel / Sint-Agatha-Berchem en de Manufactures de Céramiques d'Hemixem Gilliot & Cie. Vooral in de art nouveauperiode was de decoratieve tegel een groot succes met internationale export binnen Europa, maar ook naar Latijns-Amerika, Afrika en Azië, en tot de verbeelding sprekende bestemmingen als Montevideo, Buenos Aires, Cuba, Egypte of Singapore.
Doelse kogge
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni