Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
De Lakenhallen van Ieper
De middeleeuwse lakenindustrie heeft het graafschap Vlaanderen grootgemaakt. Vanaf de 12de eeuw behoren de Vlaamse steden, met Ieper, Gent en Brugge voorop, tot de grootste steden van Europa. Geen enkel gebied is zo verstedelijkt als het toenmalige graafschap. En dit heeft de streek te danken aan de lakenindustrie. Laken, een wollen, vervilte stof, is enorm in trek: het is warm, zacht en waterafstotend. Vooral het middeleeuwse Ieper stond bekend om zijn kwalitatieve laken: de Ieperse dickedinne. 1 stuk laken is 1,75 meter breed, 29 meter lang en weegt circa 30 kilogram.
Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
'Energie en democratie'. Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
Antonia Engelen, vrome vrouw, begijn
Begijnen zijn vrouwen die sinds de 13de eeuw een gemeenschap vormen waarin ze zelfbewust samenleven. In hun zoektocht naar een veilige geaccepteerde woonvorm en een manier om hun vrouwelijke spiritualiteit te beleven ontstaan de begijnhoven. Ze bloeien vooral in de Lage Landen. Vandaag vormen deze plekken nog steeds eilandjes in het stedelijke weefsel die getuigen van de fascinerende traditie van de begijnen.
Een unieke inkijk in een 18de-eeuws hospitaal
Het Sint-Janshospitaal in Brugge is één van de oudst bewaarde hospitaalgebouwen van Europa. De oude hospitaalzalen, de kapel, het zuster- en broederklooster, de historische apotheek ademen gewoonweg geschiedenis en de (kunst)voorwerpen die er worden bewaard en getoond, zijn specifiek gemaakt voor deze context. Ze getuigen van acht eeuwen zorg voor lichaam en ziel op deze plek. Het schilderij 'Zicht in de ziekenzalen' (1778) van Jan Beerblock biedt een unieke kijk in het vroegere hospitaalleven.
De hoed en Majoor Kopaf
Een archief bewaart zeker niet enkel papieren archief, integendeel ook objecten maken deel uit van onze erfgoedverzameling en zijn een verrijking van onze collectie.
De historische collectie Agfa-Gevaert: een uniek stuk Vlaams industrieel en cultureel erfgoed
De historische collectie Agfa-Gevaert vertelt het verhaal van een bedrijf dat uitgroeide tot een wereldspeler, maar vertelt ook de geschiedenis van onze binnenlandse fotografie en van de industrialisering in de eerste helft van de 20ste eeuw. De collectie is heel divers en bevat allerlei objecten, onder meer de verschillende fotopapieren van Gevaert, verpakkingen, toestellen, maquettes, briefwisseling en demonstratie-albums. Het merendeel van de collectie stamt uit de periode van het bedrijf vóór de fusie van Gevaert met Agfa in 1964 (vandaar de benaming historische collectie Agfa-Gevaert). Sporen van de belangrijke economische, sociale en Vlaamse ontwikkelingen zijn overvloedig terug te vinden in de historische collectie Agfa-Gevaert, die hierdoor een monumentaal gewicht krijgt. De ontstaansgeschiedenis van deze verzameling is trouwens opmerkelijk. De historische collectie is geen zuiver bedrijfsarchief: het bedrijf zelf was er amper bij betrokken. Agfa-Gevaert had namelijk geen collectiebeleid: het waren in de eerste plaats (ex-)werknemers die zich engageerden om stukken te verzamelen. Zo valt het grote aandeel persoonlijke documenten en objecten in de collectie op, terwijl het archief van het bestuursniveau minder volledig is overgeleverd.
Kempisch kieken, wereldkieken
'Beste Campinisten!' Kempische commons op zijn mooist Campinisten zijn vrienden, leden, sympathisanten, fans, kwekers, ... van het Kempens Hoen. Het Kempens Hoen is niet enkel een vzw maar ook een ‘echt kieken’. 100 jaar geleden verdween bij ons het Belgische kippenras door oorlog, industrialisering en export. Het ras overleefde echter in het buitenland en werd in 2013 terug naar eigen bodem gebracht. Kempens Hoen vzw vraagt alle Kempenaren om bij te dragen aan een gemeenschappelijke doel: het Kempisch kieken in ere herstellen als gezond, productief en smakelijk streekras. In een participatief project laat de vzw de verschillende erfgoeddragers uitblinken: kwekers, ambassadeurs, boeren en chef-koks. Ze staan mooi naast elkaar op de website www.kempenshoen.be. De vzw publiceert daarnaast een blog met historische berichten over de ‘kiekens’ om zo de Kempenaren te inspireren en de oude verhalen te borgen. De vzw creëert ook nieuwe verhalen door onder meer keurmomenten tussen kwekers en tastings met chef-koks te organiseren. Minister van Cultuur Jan Jambon: “Het initiatief is breed gedragen en verenigt verschillende partners. Ontdekken, kweken, bereiden en proeven komen mooi aan bod op de website. De communicatie van de vzw is heel goed uitgedacht. Het project zorgt ervoor dat ‘levend erfgoed’ in de betekenis van ‘oude rassen’, zichtbaar wordt binnen het immaterieel-erfgoedbeleid.”
De Mechelse catechismus. Geloofsonderricht voor het volk.
De Mechelse catechismus is een in de kerkprovincie Mechelen officieel door de bisschoppen uitgevaardigde samenvatting van de kerkelijke leer. Sinds de oprichting van het bisdom en de kerkprovincie Mechelen in 1559 werden er vier 'Mechelse' catechismussen uitgevaardigd. We willen de aandacht vestigen op de tweede Mechelse catechismus, getiteld "Catechismus oft Christelijcke leeringhe ghedeylt in vyf deelen ende een en veertigh lessen voor de catholycke Jonkheydt van het Aartschbisdom ende alle andere Bisdommen der Provincie van Mechelen". De eerste uitgave verscheen te Antwerpen bij Jan van Keerbergen in 1623. In KU Leuven Bibliotheken Maurits Sabbebibliotheek bevindt zich een exemplaar van deze eerste editie uit de collectie van de voormalige Oude Bibliotheek van het Grootseminarie Mechelen. Het exemplaar behoorde toe aan Jan Malderus, bisschop van Antwerpen van 1611 tot 1633, en bevat ook een aantekening van zijn hand. Jan Malderus heeft samen met de jezuïet Willem de Pretere, zijn biechtvader en eerste catechist, een groot aandeel gehad in de redactie van deze catechismus. De catechismus van 1623 kende veel herdrukken en bleef meer dan twee eeuwen lang (tot 1842) de eenheidscatechismus van de Mechelse kerkprovincie. Het is één van de meest invloedrijke boeken van het vroegmoderne Vlaanderen.
Straks winkelen met een Vlaamse munt
Dit is het verhaal van de Vlaamse Frank die midden jaren 80 een geduchte concurrent werd van de Belgische frank.
Het Prinsenkasteel in Grimbergen
Het Prinsenkasteel in Grimbergen is een kasteelruïne die deel uitmaakt van de afdeling Guldendal van het MOT. In 2024 starten er met de steun van Vlaanderen dringende instandhoudingswerken. Enkel de donjon is nog vrij intact bewaard en biedt plaats aan de tentoonstelling Steigers en steen. Bouwen aan het Prinsenkasteel. De andere vleugels van de eens zo imposante waterburcht zijn na de brand, aangestoken bij het vertrek van de Duitse bezetters in september 1944, vervallen en uiteindelijk ingestort. Het MOT is een museum rond technieken met natuurlijke aandrijving: wind, water en spieren. Het hoofdgebouw is het Guldendal, de voormalige paardenstallen van het Prinsenkasteel. Hier is er een tentoonstelling rond de houtbewerking. Buiten is er een smidse waar smeeddemonstraties plaatsvinden en een hoefstal waar zware trekpaarden worden beslaan. Op het nabijgelegen kasteeleiland heeft het MOT grote plannen om in en rond de donjon te werken rond historische bouwtechnieken.
Het ultimatum van Duitse Generaal Max Ferdinand Karl von Boehn
De beleving van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en de Duitse bezetting. De rol van de Vlaamse Martelaarsteden: Aarschot, Leuven, Dendermonde.
Vierkante schoonheid
Tussen 1840 en 1940 was België internationaal toonaangevend voor de productie van keramische vloer- en wandtegels met fabrieken als Boch Frères uit La Louvière, Helman uit Brussel / Sint-Agatha-Berchem en de Manufactures de Céramiques d'Hemixem Gilliot & Cie. Vooral in de art nouveauperiode was de decoratieve tegel een groot succes met internationale export binnen Europa, maar ook naar Latijns-Amerika, Afrika en Azië, en tot de verbeelding sprekende bestemmingen als Montevideo, Buenos Aires, Cuba, Egypte of Singapore.
Gregoriaanse muziek in Vlaanderen
Gregoriaans wordt in de katholieke kerk wereldwijd nog (heel af en toe) gezongen. In West-Europa is het de oudste nog gekende muziekvorm, goed gedocumenteerd, maar nu met uitsterven bedreigd. In Vlaanderen komt het gregoriaans binnen samen met de grote bekeerders: van Amandus en Bavo in Gent tot eeuwen later Norbertus in Antwerpen. Door Karel de Grote en Paus Gregorius worden instructies de wereld ingestuurd om het gregoriaans te uniformiseren - niet alleen uit muzikale of religieuze overwegingen, politiek speelde uiteraard altijd mee. In de Vlaamse en Brabantse kloosters en abdijen werden prachtig verluchte werken gekopieerd, waardoor we vandaag nog een behoorlijk goed idee hebben wat en hoe 1000 (!) jaar in Vlaanderen werd gezongen. En alle uniformiteit te spijt, de Gentenaren hadden toch hun eigen gregoriaans: er zijn officiegezangen bewaard, waar het leven van Bavo wordt verteld en de rol die de Fiere Stede daarin speelde.
De harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette
De 18de eeuw is een eeuw van extremen. Terwijl de gewone bevolking in soms erbarmelijke omstandigheden moet leven en werken, leeft de adel en hoge burgerij in alle luxe. Zij zijn sterk op Frankrijk gericht en volgen de laatste mode uit Parijs. In Ieper bouwt François Merghelynck een prachtig stadspaleis, dat in de 19de eeuw tot museum wordt omgevormd. De collectie herbergt prachtige objecten die getuigen van de adellijke cultuur uit de 18de eeuw en het vakmanschap uit die periode. Eén object springt extra in het oog: een harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette.
De Lakenhallen van Ieper, meervoudig icoon
De heropgebouwde Lakenhallen van Ieper zijn een belangrijk symbool van oorlogsleed en van wederopstanding. Het In Flanders Fields Museum en het Yper Museum zijn er in onder gebracht.
Andreas Vesalius: de vader van de moderne anatomie
Vlaanderen als voedingsbodem voor wetenschappelijk onderzoek, vroeger en nu
De eerste landbouwers in Vlaanderen
Rond 5300 v. Chr. arriveerden de eerste landbouwers in het gebied dat we tegenwoordig kennen als het Vlaamse gewest. In de voorafgaande 500000 jaar leefden er in deze regio uitsluitend nomadische jagers-verzamelaars. Omstreeks 9000 v. Chr. begon men in het Nabije Oosten evenwel aan landbouw te doen. Rond 7000 v. Chr. was ook Oost-Europa op landbouw overgeschakeld. Door zelf voedsel te verbouwen hoeven landbouwers niet rond te trekken op zoek naar voedsel en kunnen ze zich dus ergens permanent vestigen. Landbouwgemeenschappen kennen een grotere bevolkingsaangroei dan jagers-verzamelaarsgroepen. Wanneer de bevolking van een nederzetting te groot werd, trok een deel verder om elders een nieuwe nederzetting te bouwen. Ze namen dan ook zaden, gedomesticeerde dieren en hun kennis over landbouwtechnieken met zich mee. Geleidelijk aan verspreidde de landbouw zich zo van Zuidoost-Europa over Centraal-Europa naar onze streken. In Centraal-Europa en bij ons behoorden deze eerste landbouwers tot de zogenaamde Bandkeramische cultuur. Hun aardewerk, dat ze versierden met bandvormige motieven, was ook het eerste aardewerk in onze streken.
Het receptenboek van apothecaresse Eleonora Verbeke
Eleonora Verbeke, zuster-apothekeres in het Sint-Janshospitaal, speelde een belangrijke rol in het aanleggen van een zogenaamd ‘Winckel Bouck’. In dit werkboek, dat start in 1751, worden allerlei recepten voor geneeskundige bereidingen beschreven, maar ook voor alledaagse zoete recepten. Het boek is geschreven in het Nederlands met een sterke Brugse inslag. De recepten zijn opgetekend in een relatief makkelijk leesbaar handschrift en zelfs de Latijnse woorden krijgen een Brugs accent. Het document is dan ook heel interessant om de volksbenaming van allerhande kruiden te kennen. Het geeft ook een overzicht van zowel de meest gebruikte medicinale bereidingen als de meest voorkomende aandoeningen vanaf midden achttiende eeuw in het Brugse Sint-Janshospitaal.
Doelse kogge
De engel van "Passchendaele"
De Slag bij Passendale (1917) is een synoniem voor de ergste ontberingen van de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de waanzin en zinloosheid van vele gevechten. In honderd dagen werden naar schatting 600.000 soldaten gewond, gedood of vermist. Het resultaat was een frontlijn die zich slechts enkele kilometers verplaatste. Tijdens en na de oorlog verspreidde het woord "Passchendaele" en zijn beladen connotatie zich over de hele wereld.