Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Belgische Kunst: Een Verhaal van Connecties en Collecties
Het publiek moet zeker de thematische en historische diversiteit van de Belgische moderne en hedendaagse kunst zien, met bijzondere aandacht voor hoe deze kunstenaars op een hoog beeldend niveau met elkaar en met de wereld in dialoog gingen. Belangrijk hierbij zijn de figuren zoals James Ensor, Léon Spilliaert, Constant Permeke, en moderne kunstenaars zoals Raoul De Keyser en Marcel Broodthaers.
De strijd van Ambiorix tegen Caesar
Van 58 tot 51 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Julius Caesar Gallië, een immens gebied ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën en ten westen van de Rijn dat het huidige Frankrijk, België en Luxemburg omvat, evenals grote delen van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In 57 v. Chr. onderwierp hij de Belgae, die het noorden van Gallië bewoonden, en daarmee ook het grondgebied van het huidige België. In de herfst van 54 v. Chr. leidde Ambiorix een opstand tegen de Romeinen. Ambiorix was een leider van de Eburonen, een Belgische stam die o.a. de oostelijke helft van het huidige Vlaanderen bewoonde. De opstand begon met een verrassende overwinning van de Eburonen: ze slaagden erin ongeveer anderhalf Romeins legioen te vernietigen. Naburige stammen als de Aduatuci en de Nerviërs volgden hun voorbeeld. In 53 v. Chr. sloeg Caesar evenwel hard terug met een enorme militaire overmacht. Daarmee was de Romeinse verovering van onze gewesten een feit. Meer dan vier eeuwen lang bleef onze regio deel van het Romeinse rijk.
De bloeitijd van het humanisme in Leuven
Tijdens de 16e eeuw beleefde de Leuvense universiteit haar gouden eeuw. Vernieuwende denkers zoals Desiderius Erasmus en Juan Luis Vives verbleven hier en gaven er soms les. De eerste druk van het spraakmakende boek Utopia van Thomas More verscheen in Leuven in 1516 bij Dirk Martens. In 1517 was Erasmus de drijvende kracht achter de stichting van het baanbrekende Collegium Trilingue, waar studenten les kregen in de drie gewijde talen, Latijn, Grieks en Hebreeuws, via de rechtstreekse studie van de Bijbel en de klassieken. De pedagogische aanpak drukte zijn stempel op de ‘humaniora’, het secundair onderwijs zoals dit in onze streken ontwikkeld werd. Het college kende beroemde docenten zoals Justus Lipsius. Verscheidene studenten ontpopten zich nadien als vernieuwers in andere domeinen: Gemma Frisius in de wiskunde, Vesalius in de geneeskunde, Mercator in de cartografie, Andreas Masius in de tekstkritiek en de studie van de Bijbel, enzovoort. Ook afgestudeerden uit die periode bleven met elkaar in contact, zoals blijkt uit de correspondentie van Frans Cranevelt (1485-1564), die erkend is als topstuk door de Vlaamse Gemeenschap.
Contios, de reus van Kontich
Reus Contios is geen klassieke folklore reus maar een verhalenreus. Werkgroep REUZENplan organiseert artistiek sociale spektakels waarin deze 6m hoge reus, steeds de hoofdacteur speelt. Zij trekken van wijk tot wijk en gaan telkens op zoek naar nieuwe partners om telkens nieuwe verhalen in een spektakel om te zetten. Dit gebeurt steeds i.s.m. scholen, sport- en podiumverenigingen, vluchtelingen, ouderlingen, enz. ...
Om hun doel te bereiken, gaan ze op zoek naar professionele artiesten (auteur, componist, tekenaar, muzikanten, zangers, acteurs, …) die de medewerkers begeleiden en het geheel opkrikken naar een hoger niveau.
De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit
"Tracht maar in Kaapland Uwen weg te maken, voorloopig is het hier voor een eerlijk man met gezond verstand een droevige tijd.” De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit rond de eeuwwisseling.
De lege stoelen
Verbinding met eigentijds thema: de oorlogen die vandaag nog uitgevochten worden waaronder sommige met enkele parallellen met WOI
Naar Iseland, naar Iseland, naar Iseland toe… Onze Vlaamse IJslandvaarders
Stel je voor dat je op het einde van de winter, in maart, met een zeilboot vertrekt richting IJsland om er te vissen. In barre omstandigheden, want stormweer en ijsschotsen maken de reis tot een levensgevaarlijke expeditie. Alsof dat niet volstaat, kom je pas binnen een half jaar terug thuis, als de herfst alweer in het land is. Of nog erger: je ziet je vaderland nooit meer terug en blijft achter in de ijzige wateren rond IJsland. Het lijkt nu misschien onvoorstelbaar, maar voor generaties vissers langs de Westkust was het jarenlang bittere realiteit. Vooraleer de stoomschepen hun intrede deden aan het einde van de negentiende eeuw, trotseerden ze al eeuwen de IJslandse golven aan boord van grote zeilschepen. In de Noord-Franse havens van Gravelines en Duinkerke scheepten ze in op zogenaamde goélettes (of galetten in vervlaamste vorm). De Vlamingen stonden er bekend als harde en ervaren werkers. Tot aan het begin van de twintigste eeuw trokken jaarlijks tussen 100 en 200 Vlaamse vissers zo naar IJsland om hun geluk te beproeven. De kabeljauwcampagne rond IJsland besloeg zes maanden. De reis naar IJsland zelf, de traverse, duurde twee à drie weken afhankelijk van de weersomstandigheden. Het vissen op kabeljauw gebeurde met lang kollijnen die onderaan voorzien waren van een stuk lood en een vishaak. De vangst werd op een heel specifieke manier bewerkt, gezouten en luchtledig verpakt in tonnen: de visserij ten zoute. Na drie maanden van zwaar werk in gure omstandigheden, kregen de vissers een weekje rust. De galette zocht eind mei een IJslandse baai op om er vers drinkwater in te slaan en herstellingen uit te voeren. Na dat ‘baaien’ volgde het achterseizoen, dat duurde tot de kabeljauw niet meer bewaard kon worden omdat het zout op was. Na 6 maanden kon dan toch de retourtraverse ingezet worden. Eindelijk terug huiswaarts.
Werkstation Biekorfstraat - Panamarenko (1940-2019)
Panamarenko was kunstenaar, uitvinder, technieker, wiskundige, filosoof en visionair. En dat alles tegelijk. Hij maakte zeppelins, vliegende rugzakken, helikopters met pedalen, onderzeeërs, ruimteschepen en wandelende kippen, en groeide uit tot een icoon van de naoorlogse avant-gardekunst. Zijn werk is internationaal bekend. Dat het grootste deel van zijn oeuvre tot stand kwam in zijn atelier in Antwerpen, waar hij ook meer dan 30 jaar woonde, is minder geweten. In 2007 schonk de kunstenaar het pand en de inboedel aan de Vlaamse Gemeenschap en het wordt sindsdien beheerd door het M HKA. Het huis zelf groeide – na ingrepen door Panamarenko en kunstenaar-architect Luc Deleu – uit tot een totaalkunstwerk en een monument, met als ultieme bekroning een helikopterplatform op het dak. Met de schat aan erfgoed die er bewaard wordt – van gebruiksvoorwerpen, fotoalbums en inspiratiebronnen, tot ontwerptekeningen, prototypes en multipels – komt het magische universum van Panamarenko er tot leven.
De tijd van Daens en de Roelanders: een bijzondere beweging uit de Denderstreek
De “tijd van Daens” staat symbool voor de miserabele omstandigheden waarin arbeiders en boeren aan het einde van de 19e eeuw werkten en leefden. Priester Adolf Daens werd het boegbeeld van de strijd tegen deze enorme ongelijkheid, maar hij stond niet alleen.
De Beiaardcultuur in Vlaanderen: dat klinkt (erf)goed!
De beiaardkunst, of het musiceren op torenklokken met stokkenklavieren, is een muzikale traditie die haar wortels heeft in het Vlaanderen van de 16de eeuw. De beiaardcultuur zelf is echter meer dan enkel het musiceren. Het gaat ook om de kennis en kunde van de beiaardiers, het wijzigende repertoire dat gespeeld wordt binnen de traditie van bv. ‘marktbespelingen’ en zomeravondconcerten, en de opleiding van nieuwe generaties beiaardiers. Als collectief gebeuren speelt beiaardmuziek nog steeds een rol in het vertolken van waarden en gevoelens die in locale gemeenschappen leven…
Zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten te Hasselt
De Hasseltse Zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten. Eeuwenjong
De personenverhalen van het In Flanders Fields Museum
De grote en de kleine geschiedenis van mensen die in de Eerste Wereldoorlog leefden, overleefden, op de vlucht sloegen en soms ook stierven
De waka huia van Victor Spencer (1896-1918)
Multiculturaliteit, pelgrimage als erfgoedpraktijk
Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
'Energie en democratie'. Het politieke en maatschappelijke debat rond het milieu in de jaren 1970
Straks winkelen met een Vlaamse munt
Dit is het verhaal van de Vlaamse Frank die midden jaren 80 een geduchte concurrent werd van de Belgische frank.
De groentetuin van Vlaanderen
In de streek tussen Antwerpen en Brussel bevindt/bevond zich de groentetuin van Vlaanderen. Van de eerste glazen dorpen in Wommelgem en Wilrijk tot de witloofdriehoek tussen Mechelen, Leuven en Brussel. Tot op de dag van vandaag telt deze streek heel veel actieve spelers in de tuinbouw, met zowel moderne als traditionele teelten. De meerderheid van onze gezonde voeding komt nog steeds uit deze historische groentestreek.
Het kalf van Catho
In 1914 werd er in één van de 20 staatsboerderijen in Lommel-Kolonie – bewoond door Hendrikus Poelmans (°Lommel 23/12/1856 en +Lommel 02/11/1918) en Catharina (Catho) Claes °Lommel 10/09/1879 en +Munsterbilzen 17/06/1961) - een kalf met twee koppen geboren. Omdat dit zo een unieke gebeurtenis was, werd het dier opgezet en werd het een rariteit waar de inwoners van het gehucht nieuwsgierig naar kwamen kijken. Uit de Gazet van Lommel 2de jaargang, nr. 14 Zondag 5 april 1914 Pagina 2 Provincienieuws Colonie “Bij den pachter Poelmans alhier, is deze week een wonderkalf geboren, hebbende twee koppen gansch volmaakt. Spijtig dat het dier niet levend is kunnen geboren worden; de vaars ook is moeten afgemaakt worden”.
Bernard Campmans, 40ste abt van de Duinenabdij (1623-1642): meesterlijk strateeg
Het Abdijmuseum verwierf recent meerdere stukken die verwijzen naar abt Bernard Campmans, een van de grootste strategen van de Duinenabdij. - Hij slaagde kort na zijn verkiezing erin om het vermeende lichaam van Abt Idesbald temidden de ruïne op te graven. Hij legde zo de basis voor de nog altijd bestaande devotie rond de Z. Idesbald. Het bezoek van aartshertogin Isabella gaf de prille verering de nodige boost. - Als gewezen rentmeester van Kloosterzande (NL) saneerde hij de abdijfinanciën en bracht hij de gemeenschap naar Brugge. - Hij verwierf van de bisschop van Brugge de vroegere dochterstichting Ter Doest. Hij liet op haar domein in Brugge de nieuwe abdij bouwen; nu het Grootseminarie. - Hij stimuleerde het culturele leven door de herinrichting van de bibliotheek, liet monniken studeren aan universiteiten en bestelde kunstwerken bij gerenommeerde kunstenaars uit die tijd.
Sint-Bavo en de valkerij in de Vlaanderen
Valkerij is zowel in Vlaanderen als door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed. In de periode van de gulden middeleeuwen, onder het bewind van de Bourgondiërs kende de valkerij in de Nederlanden een hoogconjunctuur. De bekendste figuur was Maria Van Bourgondië, toen vorstin van de Nederlanden, welke op 27 maart 1482 verongelukte tijdens een reigerjacht met valk te Torhout. Ze ligt begraven in de O.L.V. Kerk te Brugge. Elk jaar, op de eerste zondag van oktober vieren valkeniers de naamdag van hun patroonheilige Sint-Bavo in de Sint-Baafskathedraal te Gent welke tevens patroonheilige is van het bisdom Gent.
De Liermolen in Grimbergen
De Liermolen in Grimbergen, afdeling van het MOT, krijgt in 2024 met de steun van Vlaanderen een totale make-over. Alle gebouwen worden gerestaureerd en krijgen deels een nieuwe invulling, onder meer als erfgoedlogies. Het wordt een unieke beleving om te logeren in de voormalige molenaarswoning met werkende graanwatermolen te midden van een actieve museumsite. Aan de overkant van het erf komt een trekkershut voor de bedevaarders op weg naar Compostella. Het MOT heeft aan de Liermolen een educatieve werking met stages Vakwerk, een bijenhal in vakwerk waar imkers demonstaties houden, een bakhuis waar het brood gebakken wordt, een watermolen waar molenaars graan malen en een Wan-kot in vakwerk waar we graan dorsen en wannen. In de grote schuur, momenteel een Open depot van karren en wagens, komen na de restauratie hedendaagse workshop- en tentoonstellingszalen. Er wordt een onthaalpunt ingericht waar bezoekers info krijgen over het erfgoed en de natuur in de Maalbeekvallei.
Theobalds Boothuisje in de Vlaanderenstraat, t'smalste Art-nouveau pand van Oostende
Theobalds Boothuisje is een Klein Museum, een Galerie en het Atelier van beeldend kunstenaar Irène Philips.
Volksdans in Vlaanderen
Het thema van volksdans in Vlaanderen... In het buitenland geroemd om zijn rijkdom aan passen en figuren. Bij elk feest danste en zong men.
Wij willen ze levend! Steunpunt Levend erfgoed
Steunpunt Levend Erfgoed, SLE ijvert sinds 1993 voor de instandhouding van de oorspronkelijke en veelal zeldzaam geworden lokale rassen van landbouw- en neerhofdieren. Niet alleen kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en duiven, maar ook honden, schapen, geiten, varkens, runderen en paarden dragen onze zorgen weg.
SLE brengt de problematiek rond oude huisdierrassen onder de aandacht. Steunpunt Levend Erfgoed organiseert acties om onze rassen in de kijker te plaatsen, bouwt netwerken uit, biedt dienstverlening aan overheden/organisaties en organiseert fokprogramma's.