Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Het Prinsenkasteel in Grimbergen
Het Prinsenkasteel in Grimbergen is een kasteelruïne die deel uitmaakt van de afdeling Guldendal van het MOT. In 2024 starten er met de steun van Vlaanderen dringende instandhoudingswerken. Enkel de donjon is nog vrij intact bewaard en biedt plaats aan de tentoonstelling Steigers en steen. Bouwen aan het Prinsenkasteel. De andere vleugels van de eens zo imposante waterburcht zijn na de brand, aangestoken bij het vertrek van de Duitse bezetters in september 1944, vervallen en uiteindelijk ingestort. Het MOT is een museum rond technieken met natuurlijke aandrijving: wind, water en spieren. Het hoofdgebouw is het Guldendal, de voormalige paardenstallen van het Prinsenkasteel. Hier is er een tentoonstelling rond de houtbewerking. Buiten is er een smidse waar smeeddemonstraties plaatsvinden en een hoefstal waar zware trekpaarden worden beslaan. Op het nabijgelegen kasteeleiland heeft het MOT grote plannen om in en rond de donjon te werken rond historische bouwtechnieken.
Keramiekindustrie la Majolique de Hasselt
Het belang van een lokale industrie, la Majolique de Hasselt, ontstaan door een samenloop van omstandigheden waarbij door het samenvallen van een aantal puzzelstukjes snel commercieel succes werd geboekt. De evolutie van het assortiment het gebruik en ontwikkeling van een bestaande technologie (druipglazuur) gaf haar producten een eigen karakter. Ze speelde ook een voortrekkersrol in de ontwikkeling van keramiek als drager van reclameboodschappen. De evolutie van de productie naar een uniek product dat breed verspreid werd in de Belgische zware industrie consolideerde haar succes. Deze fabriek had een bijzondere invloed op het sociaal leven van een aantal vrouwen en meisjes eind 19e begin 20e eeuw
Theobalds Boothuisje in de Vlaanderenstraat, t'smalste Art-nouveau pand van Oostende
Theobalds Boothuisje is een Klein Museum, een Galerie en het Atelier van beeldend kunstenaar Irène Philips.
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen
Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.
Scherven brengen geluk – rituele depositie in Romeinse site Vrasene
Rituelen uit het Romeins verleden
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !
De Codex Eyckensis, het oudste boek van België
De Codex Eyckensis is het oudste bewaarde verluchte evangelieboek in België, Nederland en Luxemburg. Het uit twee delen bestaande perkamenten handschrift zou geschreven en verlucht zijn door een monnik in de tweede helft van de 8e eeuw. Het behoorde eens tot de vroegmiddeleeuwse abdij van Aldeneik aan de Maas, en wordt sinds 1571 bewaard in het nabijgelegen Maaseik. De Codex Eyckensis illustreert en symboliseert de zgn. tweede kersteningsgolf, toen Angelsaksische missionarissen zoals Bonifatius door Rome naar de Frankische en heidense gebieden in Noordwest- Europa werden gezonden om daar het christelijk geloof te verspreiden en kloosters te stichten. Vergelijkend onderzoek met andere gelijkaardige codices wees uit dat de Codex Eyckensis wellicht werd vervaardigd in het door Willibrordus gestichte klooster in Echternach (nu Luxemburg) en dat het van daaruit in het vrouwenklooster van Aldeneik is beland. Dergelijke codices werden gebruikt om het woord van God te prediken onder te bekeren volkeren. Dit proces vormde de motor voor de kerstening van Noordwest-Europa en dus ook het huidige Vlaanderen. Het christelijk geloof zou tot de dag van vandaag het leven, denken en doen van de bevolking aldaar sterk bepalen.
Elke grens blijft een avontuur.
Als grensgemeente weten we in De Klinge beter dan wie wat een grens betekent, dat heeft corona ons nogmaals bewezen. Iedereen wil de grenzen weg, tot er een ziekte uitbreekt bij de mens of bij dieren. Denk maar aan de huidige vluchtelingenprobleem.
Bernard Campmans, 40ste abt van de Duinenabdij (1623-1642): meesterlijk strateeg
Het Abdijmuseum verwierf recent meerdere stukken die verwijzen naar abt Bernard Campmans, een van de grootste strategen van de Duinenabdij. - Hij slaagde kort na zijn verkiezing erin om het vermeende lichaam van Abt Idesbald temidden de ruïne op te graven. Hij legde zo de basis voor de nog altijd bestaande devotie rond de Z. Idesbald. Het bezoek van aartshertogin Isabella gaf de prille verering de nodige boost. - Als gewezen rentmeester van Kloosterzande (NL) saneerde hij de abdijfinanciën en bracht hij de gemeenschap naar Brugge. - Hij verwierf van de bisschop van Brugge de vroegere dochterstichting Ter Doest. Hij liet op haar domein in Brugge de nieuwe abdij bouwen; nu het Grootseminarie. - Hij stimuleerde het culturele leven door de herinrichting van de bibliotheek, liet monniken studeren aan universiteiten en bestelde kunstwerken bij gerenommeerde kunstenaars uit die tijd.
Driekoningentaart
Het Bakkerijmuseum verzamelt sporen van het bakambacht en de bakcultuur in Vlaanderen. De traditie van Driekoningen en de bijbehorende taart is vandaag nog steeds een traditie die tot de levendige en rijke bakcultuur van Vlaanderen behoort.
Naar Iseland, naar Iseland, naar Iseland toe… Onze Vlaamse IJslandvaarders
Stel je voor dat je op het einde van de winter, in maart, met een zeilboot vertrekt richting IJsland om er te vissen. In barre omstandigheden, want stormweer en ijsschotsen maken de reis tot een levensgevaarlijke expeditie. Alsof dat niet volstaat, kom je pas binnen een half jaar terug thuis, als de herfst alweer in het land is. Of nog erger: je ziet je vaderland nooit meer terug en blijft achter in de ijzige wateren rond IJsland. Het lijkt nu misschien onvoorstelbaar, maar voor generaties vissers langs de Westkust was het jarenlang bittere realiteit. Vooraleer de stoomschepen hun intrede deden aan het einde van de negentiende eeuw, trotseerden ze al eeuwen de IJslandse golven aan boord van grote zeilschepen. In de Noord-Franse havens van Gravelines en Duinkerke scheepten ze in op zogenaamde goélettes (of galetten in vervlaamste vorm). De Vlamingen stonden er bekend als harde en ervaren werkers. Tot aan het begin van de twintigste eeuw trokken jaarlijks tussen 100 en 200 Vlaamse vissers zo naar IJsland om hun geluk te beproeven. De kabeljauwcampagne rond IJsland besloeg zes maanden. De reis naar IJsland zelf, de traverse, duurde twee à drie weken afhankelijk van de weersomstandigheden. Het vissen op kabeljauw gebeurde met lang kollijnen die onderaan voorzien waren van een stuk lood en een vishaak. De vangst werd op een heel specifieke manier bewerkt, gezouten en luchtledig verpakt in tonnen: de visserij ten zoute. Na drie maanden van zwaar werk in gure omstandigheden, kregen de vissers een weekje rust. De galette zocht eind mei een IJslandse baai op om er vers drinkwater in te slaan en herstellingen uit te voeren. Na dat ‘baaien’ volgde het achterseizoen, dat duurde tot de kabeljauw niet meer bewaard kon worden omdat het zout op was. Na 6 maanden kon dan toch de retourtraverse ingezet worden. Eindelijk terug huiswaarts.
Het Guldenboek van de Vlaamse studentenkring 'Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend' aan de toen eentalig Franstalige Université Libre de Bruxelles
Het Guldenboek getuigt van een aantal historische evoluties zoals de overgang van de Vlaamse Beweging als culturele beweging naar een politieke en sociale beweging. Het toont ook aan hoe een aantal studenten de Vlaamse identiteit aan een vrijzinnig vooruitstrevend gedachtegoed koppelden, waarmee ze een progressieve vleugel vormden in de Vlaamse Beweging. Het Guldenboek legt de politieke, culturele en sociale netwerken bloot van jonge Vlaamse intellectuelen tussen 1886 en WO I in een vroegere Vlaamse stad, het toen nog nauwelijks verfranste Brussel, en het getuigt tegelijk over de verfransing.
Het vluchtverhaal en kunstverhaal van Saif
Het onderwerp van vluchtelingen en hedendaagse migratie.
De strijd van Ambiorix tegen Caesar
Van 58 tot 51 v. Chr. veroverde de Romeinse generaal Julius Caesar Gallië, een immens gebied ten noorden van de Alpen en de Pyreneeën en ten westen van de Rijn dat het huidige Frankrijk, België en Luxemburg omvat, evenals grote delen van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In 57 v. Chr. onderwierp hij de Belgae, die het noorden van Gallië bewoonden, en daarmee ook het grondgebied van het huidige België. In de herfst van 54 v. Chr. leidde Ambiorix een opstand tegen de Romeinen. Ambiorix was een leider van de Eburonen, een Belgische stam die o.a. de oostelijke helft van het huidige Vlaanderen bewoonde. De opstand begon met een verrassende overwinning van de Eburonen: ze slaagden erin ongeveer anderhalf Romeins legioen te vernietigen. Naburige stammen als de Aduatuci en de Nerviërs volgden hun voorbeeld. In 53 v. Chr. sloeg Caesar evenwel hard terug met een enorme militaire overmacht. Daarmee was de Romeinse verovering van onze gewesten een feit. Meer dan vier eeuwen lang bleef onze regio deel van het Romeinse rijk.
Van Groeningeabdij naar Abby
Het verhaal van de Kortrijkse Groeningebdij, gelinkt aan de Guldensporenslag en het mirakelbeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Groeninge
Zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten te Hasselt
De Hasseltse Zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten. Eeuwenjong
Oudenaardse wandtapijten als relatiegeschenk in de Spaanse Nederlanden.
Het wandtapijt ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, afkomstig uit de reeks wandtapijten met scenes uit het leven van Alexander de Grote. De reeks Alexander-wandtapijten bevindt zich momenteel in de collectie van het MOU – Museum Oudenaarde, en bestaat uit vier verschillende werken: ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, ‘Alexander wordt een kroon aangeboden’, ‘Alexander op het slagveld’ en ‘Het legerkamp bij de rivier Granikos’, allen te dateren tussen 1580-1590 , binnen de Spaanse Nederlanden. Het MOU is wat betreft de collectie wandtapijten uniek in Vlaanderen: geen enkel ander Vlaams museum biedt een representatief overzicht van Oudenaardse wandtapijten. Tegelijkertijd is deze collectie ook representatief voor de Vlaamse tapijtweefkunst en haar verschillende genres. Oudenaarde wandtapijten werden niet alleen geproduceerd als exportproduct van de hoogste klasse, maar ook als het relatiegeschenk bij uitstek.
De lege stoelen
Verbinding met eigentijds thema: de oorlogen die vandaag nog uitgevochten worden waaronder sommige met enkele parallellen met WOI
Stad en platteland. Landbouwgronden voor een zorgzame stad
De relatie tussen stad en platteland, met de rol die steden (stedelijke instellingen en families) speelden in de ontginning en het beheer van het platteland én het belang van deze landbouwgronden om voedsel en inkomsten te voorzien voor de stedelijke zorginstellingen.
het verhaal van Egmont (en de sporen ervan in Zottegem: Egmontkamer, Egmontcrypte, Egmontkasteel, Egmontstandbeelden)
het verhaal van (Lamoraal van) Egmont : een tragisch en levendig persoonlijk verhaal, ingebed in één van de hoofdthema's ('Geloven en twijfelen'/ scrollstory godsdienstoorlogen)
De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit
"Tracht maar in Kaapland Uwen weg te maken, voorloopig is het hier voor een eerlijk man met gezond verstand een droevige tijd.” De emoties en inzet rond de vernederlandsing van de Gentse universiteit rond de eeuwwisseling.
Asbest
Minder evidente thema's verdienen ook zeker een plaats in het virtueel museum. Thema's die schuren, die lastige episodes uit onze geschiedenis belichten. Asbest is zo'n thema. In de uitwerking zijn er veel mogelijkheden; een individueel (asbesthoudend) object vertelt een heel specifiek en zeer herkenbaar verhaal (bijvoorbeeld: bloembak uit eternit). De keuze kan ook vallen op asbest als thema, zodat de geschiedenis van verschillende regio's met elkaar verbonden worden.