Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Belevingstentoonstelling Zusters van St-Jozef
De voorbije vier eeuwen waren de Zusters van Sint-Jozef actief in het onderwijs, de geestelijke gezondheidszorg, de ouderenzorg en pastorale activiteiten. Bezield door de durf en ijver van hun stichter Jean-Pierre Médaille durfden ze het aan om landsgrenzen en zelfs oceanen over te steken.
Deze interactieve tentoonstelling laat je kennismaken met de geschiedenis en het gedachtengoed van de Zusters van Sint-Jozef.
Sint-Bavo en de valkerij in de Vlaanderen
Valkerij is zowel in Vlaanderen als door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed. In de periode van de gulden middeleeuwen, onder het bewind van de Bourgondiërs kende de valkerij in de Nederlanden een hoogconjunctuur. De bekendste figuur was Maria Van Bourgondië, toen vorstin van de Nederlanden, welke op 27 maart 1482 verongelukte tijdens een reigerjacht met valk te Torhout. Ze ligt begraven in de O.L.V. Kerk te Brugge. Elk jaar, op de eerste zondag van oktober vieren valkeniers de naamdag van hun patroonheilige Sint-Bavo in de Sint-Baafskathedraal te Gent welke tevens patroonheilige is van het bisdom Gent.
De Kortrijkse dakpannenindustrie
Het verhaal van de Kortrijkse dakpan die onder de naam Pottelberg een gigantisch succes werd, heden ten dage nog steeds alomtegenwoordig.
Kerstbestand 1914
Het verhaal van de Eerste Wereldoorlog kent vele nuances. De monstrans toont ons de vredeswil die er tijdens de kerstperiode van 1914 aan het front aanwezig was.
Carnaval in Aalst en de Denderstreek
De Denderstreek is een echte carnavalsregio. Aalst Carnaval is wereldberoemd, maar ook bijvoorbeeld Ninove, Denderleeuw en Lede hebben eigen carnavalstradities. Carnaval in de Denderstreek is een waar volksfeest met een typisch spottend, anarchistisch en (politiek) satirisch karakter waar het brede publiek aan deelneemt.
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
Het Tourpeloton in de schaduw van de eerste wielerpioniers.
De allereerste officiële wielerwedstrijd in België op 20 juli 1868 in het Jubelpark te Brussel.
De engel van "Passchendaele"
De Slag bij Passendale (1917) is een synoniem voor de ergste ontberingen van de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de waanzin en zinloosheid van vele gevechten. In honderd dagen werden naar schatting 600.000 soldaten gewond, gedood of vermist. Het resultaat was een frontlijn die zich slechts enkele kilometers verplaatste. Tijdens en na de oorlog verspreidde het woord "Passchendaele" en zijn beladen connotatie zich over de hele wereld.
Jeneverstoker in Hasselt vindt vaccin tegen runderpest uit
Midden 19de eeuw telt Hasselt één betekenisvolle industrie die het merendeel van de Hasseltse bevolking tewerkstelt: de jeneverindustrie. In ca. 25 jeneverstokerijen in de kleine binnenstad worden jaarlijks ruim 7.000 ossen vetgemest met de draf: het voedzame restproduct van de jeneverproductie. Jaarlijks brengen de Hasseltse stokers de ossen op de markt, die zo een enorm belangrijke extra bron van inkomsten waren voor de stokers. In 1836 brak helaas voor het eerst de 'veepest’ uit in Hasselt, een catastrofe voor de stokers én de inwoners van Hasselt. Deze epidemie trof toen ook het vee van de vader van de Hasseltse dr. Louis Willems die jeneverstoker was. In 1852 introduceert dr. Willems een procedé van actieve inenting die een plaatselijke infectie veroorzaakt waardoor het dier beschermd wordt tegen de natuurlijke ziekte. De "uitvinding" van dr. Willems vindt al vlug internationale erkenning in Nederland, Frankrijk, Engeland en Duitsland. Belgische erkenning komt er pas in 1865.
De Stamschijf uit het kasteelpark van Elverdinge
Het landschap als laatste getuige van de oorlog
Hasselt Hertekend
Met Architectuurwijzer willen we graag 'Hasselt Hertekend' voorstellen. Tot midden 19de eeuw kenmerkt Hasselt zich als een middeleeuws stadje met kerken, kloosters, jeneverstokerijen en burgerwoningen binnen de omwalling. De erkenning als provinciale hoofdstad in 1839, de afbraak van de stadsomwalling en de aanleg van een boulevard, een spoorlijn en een kanaal zorgen voor een keerpunt in de geschiedenis. Vanaf het midden van de 19de eeuw wordt Hasselt in diverse fases ‘hertekend’ tot de stad die we vandaag kennen.
De Kortrijkse theaterdecors: unieke getuigen van een theatertraditie
De Kortrijkse decors, het werk van de Parijse decorschilder Dubosq vormen een unieke collectie, niet alleen al door omvang en hoeveelheid maar tevens door kwaliteit en goede bewaring.
Stad en platteland. Landbouwgronden voor een zorgzame stad
De relatie tussen stad en platteland, met de rol die steden (stedelijke instellingen en families) speelden in de ontginning en het beheer van het platteland én het belang van deze landbouwgronden om voedsel en inkomsten te voorzien voor de stedelijke zorginstellingen.
Kunstwerkstede De Coene, een van de belangrijkste houtverwerkende bedrijven van België
Het thema creatief design en productontwikkeling voert ons terug tot de middeleeuwse ambachten en is van belang voor heel de beeldvorming van Vlaanderen door de eeuwen heen.
Het ultimatum van Duitse Generaal Max Ferdinand Karl von Boehn
De beleving van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en de Duitse bezetting. De rol van de Vlaamse Martelaarsteden: Aarschot, Leuven, Dendermonde.
Van warenhuis tot museum
Over de historiek van Mu.ZEE. De gebouwen waar het museum vandaag nog steeds is gehuisvest, waren aanvankelijk gebouwd als warenhuis van een coöperatieve. In dat warenhuis waren zeer verschillende producten te koop. Pas in de jaren 1980, wanneer het warenhuis failliet werd verklaard, kwam het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in de gebouwen.
Museum van antieke paardenkoetsen + ambacht restauratie van antieke paardenkoetsen
We zijn een museum met een collectie van antieke paardenkoetsen, gelegen te Bree. Op dit moment bestaat de collectie uit koetsen uit heel Europa. Het is de bedoeling in de toekomst om heel wat stukken uit de collectie te vervangen door koetsen die gebouwd zijn door Belgische koetsenbouwers. Naast deze koetsen besteden we ook aandacht aan het ambacht van koetsenbouwer.
het verhaal van Egmont (en de sporen ervan in Zottegem: Egmontkamer, Egmontcrypte, Egmontkasteel, Egmontstandbeelden)
het verhaal van (Lamoraal van) Egmont : een tragisch en levendig persoonlijk verhaal, ingebed in één van de hoofdthema's ('Geloven en twijfelen'/ scrollstory godsdienstoorlogen)
Een sterke band met Sint-Gummarus
Aan de verering van de H. Gummarus zijn bijzondere tradities verbonden. Jaarlijks laten gelovigen de band van de H. Gummarus op hun schouders leggen. Het zilveren schrijn met de relieken van de heilige, draagt men in processie rond door de stad. Verschillende Lierse gemeenschappen verbinden zich aan de H. Gummarus en houden deze traditie in ere.