Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
De middeleeuwse stad Ieper op kaart
De Vlaamse steden behoren in de middeleeuwen tot de grootste van Europa. Ieper telt op een bepaalt moment maar liefst 40.000 inwoners, dat is meer dan vandaag. Bovendien zijn de steden rijk. Voor Ieper is deze rijkdom te danken aan de bloeiende lakenindustrie. De rijkdom zie je mooi weerspiegelt op het oudste stadsplattegrond van Ieper. Google Maps avant la lettre. Recente archeologische opgravingen bevestigden bovendien enkele details op de kaart.
Emile Claus en “Bietenoogst”
Emile Claus algemeen erkend als belangrijkste impressionist in Vlaanderen - “Bietenoogst” (1890), opgenomen op de Topstukkenlijst en erkend als één van de 10 belangrijkste kunstwerken in Vlaanderen. - 2024 uitgeroepen als Emile Clausjaar. - Emile Claus als Vlaamse Meester (cf. goedgekeurd dossier relance-project Vlaamse Meester door Toerisme Vlaanderen)
Het Guldenboek van de Vlaamse studentenkring 'Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend' aan de toen eentalig Franstalige Université Libre de Bruxelles
Het Guldenboek getuigt van een aantal historische evoluties zoals de overgang van de Vlaamse Beweging als culturele beweging naar een politieke en sociale beweging. Het toont ook aan hoe een aantal studenten de Vlaamse identiteit aan een vrijzinnig vooruitstrevend gedachtegoed koppelden, waarmee ze een progressieve vleugel vormden in de Vlaamse Beweging. Het Guldenboek legt de politieke, culturele en sociale netwerken bloot van jonge Vlaamse intellectuelen tussen 1886 en WO I in een vroegere Vlaamse stad, het toen nog nauwelijks verfranste Brussel, en het getuigt tegelijk over de verfransing.
Oudenaardse wandtapijten als relatiegeschenk in de Spaanse Nederlanden.
Het wandtapijt ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, afkomstig uit de reeks wandtapijten met scenes uit het leven van Alexander de Grote. De reeks Alexander-wandtapijten bevindt zich momenteel in de collectie van het MOU – Museum Oudenaarde, en bestaat uit vier verschillende werken: ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, ‘Alexander wordt een kroon aangeboden’, ‘Alexander op het slagveld’ en ‘Het legerkamp bij de rivier Granikos’, allen te dateren tussen 1580-1590 , binnen de Spaanse Nederlanden. Het MOU is wat betreft de collectie wandtapijten uniek in Vlaanderen: geen enkel ander Vlaams museum biedt een representatief overzicht van Oudenaardse wandtapijten. Tegelijkertijd is deze collectie ook representatief voor de Vlaamse tapijtweefkunst en haar verschillende genres. Oudenaarde wandtapijten werden niet alleen geproduceerd als exportproduct van de hoogste klasse, maar ook als het relatiegeschenk bij uitstek.
het verhaal van Egmont (en de sporen ervan in Zottegem: Egmontkamer, Egmontcrypte, Egmontkasteel, Egmontstandbeelden)
het verhaal van (Lamoraal van) Egmont : een tragisch en levendig persoonlijk verhaal, ingebed in één van de hoofdthema's ('Geloven en twijfelen'/ scrollstory godsdienstoorlogen)
Van Groeningeabdij naar Abby
Het verhaal van de Kortrijkse Groeningebdij, gelinkt aan de Guldensporenslag en het mirakelbeeld van Onze-Lieve-Vrouw van Groeninge
De Mechelse catechismus. Geloofsonderricht voor het volk.
De Mechelse catechismus is een in de kerkprovincie Mechelen officieel door de bisschoppen uitgevaardigde samenvatting van de kerkelijke leer. Sinds de oprichting van het bisdom en de kerkprovincie Mechelen in 1559 werden er vier 'Mechelse' catechismussen uitgevaardigd. We willen de aandacht vestigen op de tweede Mechelse catechismus, getiteld "Catechismus oft Christelijcke leeringhe ghedeylt in vyf deelen ende een en veertigh lessen voor de catholycke Jonkheydt van het Aartschbisdom ende alle andere Bisdommen der Provincie van Mechelen". De eerste uitgave verscheen te Antwerpen bij Jan van Keerbergen in 1623. In KU Leuven Bibliotheken Maurits Sabbebibliotheek bevindt zich een exemplaar van deze eerste editie uit de collectie van de voormalige Oude Bibliotheek van het Grootseminarie Mechelen. Het exemplaar behoorde toe aan Jan Malderus, bisschop van Antwerpen van 1611 tot 1633, en bevat ook een aantekening van zijn hand. Jan Malderus heeft samen met de jezuïet Willem de Pretere, zijn biechtvader en eerste catechist, een groot aandeel gehad in de redactie van deze catechismus. De catechismus van 1623 kende veel herdrukken en bleef meer dan twee eeuwen lang (tot 1842) de eenheidscatechismus van de Mechelse kerkprovincie. Het is één van de meest invloedrijke boeken van het vroegmoderne Vlaanderen.
Een sterke band met Sint-Gummarus
Aan de verering van de H. Gummarus zijn bijzondere tradities verbonden. Jaarlijks laten gelovigen de band van de H. Gummarus op hun schouders leggen. Het zilveren schrijn met de relieken van de heilige, draagt men in processie rond door de stad. Verschillende Lierse gemeenschappen verbinden zich aan de H. Gummarus en houden deze traditie in ere.
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
De Beiaardcultuur in Vlaanderen: dat klinkt (erf)goed!
De beiaardkunst, of het musiceren op torenklokken met stokkenklavieren, is een muzikale traditie die haar wortels heeft in het Vlaanderen van de 16de eeuw. De beiaardcultuur zelf is echter meer dan enkel het musiceren. Het gaat ook om de kennis en kunde van de beiaardiers, het wijzigende repertoire dat gespeeld wordt binnen de traditie van bv. ‘marktbespelingen’ en zomeravondconcerten, en de opleiding van nieuwe generaties beiaardiers. Als collectief gebeuren speelt beiaardmuziek nog steeds een rol in het vertolken van waarden en gevoelens die in locale gemeenschappen leven…
Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum
'Kiezers, kiezeressen, als vrouw kan zij meer de toestanden van verdriet, van ongeluk begrijpen dan gelijk welke man'. Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum.
De Ros Beiaardommegang van 1888 door Jan Verhas (1891) Olie op doek (200,5 x 269 cm)
Ommegangtradities en processies, in het bijzonder de Ros beiaardommegang van Dendermonde
De harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette
De 18de eeuw is een eeuw van extremen. Terwijl de gewone bevolking in soms erbarmelijke omstandigheden moet leven en werken, leeft de adel en hoge burgerij in alle luxe. Zij zijn sterk op Frankrijk gericht en volgen de laatste mode uit Parijs. In Ieper bouwt François Merghelynck een prachtig stadspaleis, dat in de 19de eeuw tot museum wordt omgevormd. De collectie herbergt prachtige objecten die getuigen van de adellijke cultuur uit de 18de eeuw en het vakmanschap uit die periode. Eén object springt extra in het oog: een harp van de instrumentenmaker van Marie-Antoinette.
Druk aan het werk in het atelier van Christoffel Plantijn
Intact. Drukklaar. Zo staan ze er bij, de oudste drukpersen ter wereld. Plantijn zelf of zijn schoonzoon Jan Moretus hebben de beide drukpersen misschien nog gekend. Ze hebben zichtbaar een bewogen leven achter de rug. Ze zijn de eerste getuigen van een mijlpaal in de geschiedenis: de uitvinding van de boekdrukkunst. Welkom in de drukkerij van de uitgever Christoffel Plantijn. Hij start in 1555 zijn succesvolle bedrijf ‘De Gulden Passer’. Het drukkersatelier is het kloppend hart van het bedrijf. In de tijd van Christoffel Plantijn zelf (zo rond 1575) stonden er zeker 16 drukpersen. De drukkerij telde 56 personeelsleden. Er wordt hard gewerkt, maar ook geklaagd, geruzied en geleefd. Die levendige verhalen kennen we uit het bewaarde bedrijfsarchief. Plantijns bedrijf was in die tijd wereldwijd de grootste in zijn soort. Heel het atelier van de drukkerij ligt er na bijna 450 jaar nog steeds bij alsof de drukkers en letterzetters elk moment aan het werk kunnen gaan.
Hasselt Hertekend
Met Architectuurwijzer willen we graag 'Hasselt Hertekend' voorstellen. Tot midden 19de eeuw kenmerkt Hasselt zich als een middeleeuws stadje met kerken, kloosters, jeneverstokerijen en burgerwoningen binnen de omwalling. De erkenning als provinciale hoofdstad in 1839, de afbraak van de stadsomwalling en de aanleg van een boulevard, een spoorlijn en een kanaal zorgen voor een keerpunt in de geschiedenis. Vanaf het midden van de 19de eeuw wordt Hasselt in diverse fases ‘hertekend’ tot de stad die we vandaag kennen.
De transvaalstrijd of Boerenoorlog
Steun van de Vlaamse Beweging aan de Zuid-Afrikaners of Boeren - Vlaamse bewustwording.
Karel Van Wijnendaele en de Ronde van Vlaanderen
Karel Van Wijnendaele en de Ronde van Vlaanderen.
Le Phoenix: de eerste moderne metaalfabriek van Vlaanderen
Gent is vandaag alom gekend om haar roemrijke textielverleden. Niet voor niets kreeg ze de bijnaam ‘Manchester van het vasteland’. Maar katoen was niet het enige dat er de industriële revolutie van de 19e eeuw aandreef. Wie weet nog dat samen met die spinnerijen en weverijen ook metaalfabrieken in de Arteveldestad floreerden? Dat is een veel minder bekend stukje Gentse geschiedenis. Le Phoenix, Carels, Van den Kerchove, ABC … vooral de Gentse machinebouwers stonden in de 19e eeuw met hun stoommachines en motoren aan de top van de Vlaamse en zelfs Europese machinebouw! Van Vlaanderen over Roemenië, Rusland en Belgisch Congo: Gentse machines dreven wereldwijd talloze fabrieken aan. Is het dan verwonderlijk dat Rudolf Diesel in 1894 de allereerste licentie om zijn befaamde Dieselmotor te produceren aan het Gentse bedrijf Carels gaf?
Driekoningentaart
Het Bakkerijmuseum verzamelt sporen van het bakambacht en de bakcultuur in Vlaanderen. De traditie van Driekoningen en de bijbehorende taart is vandaag nog steeds een traditie die tot de levendige en rijke bakcultuur van Vlaanderen behoort.
: Collectie strafrechtelijke voorwerpen Veurne
De stad Veurne bezit een unieke verzameling gerechtigheidsvoorwerpen of schandstrafstukken. De collectie dateert uit de periode 1499-1623.
Waarschijnlijk zijn de voorwerpen afkomstig uit de Vierschaar van de stad zelf of van de Kasselrij Veurne. Deze schandstrafstukken zijn zeer unieke voorwerpen uit de geschiedenis van Vlaanderen.
De collectie bestaat uit 11 geelkoperen stukken, namelijk 7 platen met opschriften, 2 afbeeldingen van hoofden, en 2 afbeeldingen van handen.
De voorwerpen vertegenwoordigden zware financiële straffen voor wie die opgelegd kreeg. De voorwerpen werden tentoongesteld in de Vierschaar en bleven zo jarenlang een schande voor de veroordeelde zelf, maar ook voor zijn familie.
De koperen hoofden met (ontbrekende) ring of slot door de lippen, betekenden een straf voor aansporen tot oproer, voor het beledigen van God, voor smaad of laster tegenover ambtenaren die de stad bestuurden of het gerecht vertegenwoordigden.
De handen, gebalde vuist of hand die een (ontbrekende) dolk vasthoudt staan symbool voor wie lichamelijk geweld heeft gepleegd.
De begeleidende platen vermeldden de naam van de veroordeelde, de reden van de veroordeling en het vonnis met datum. De gerechtigheidsvoorwerpen waren dus bedoeld als voorbeeld voor het volk en als eerherstel voor het slachtoffer, en tentoongesteld voor het volk. De voorwerpen verwijzen dus zeker niet naar verminkingen zoals eerder in de vroege Middeleeuwen.
De stukken worden bewaard in het vroegere Stadhuis van Veurne, ingericht als museum.
De Vierschaar is het gerechtelijk bestuur in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime.
Door de Gandrien-route ontdek je Gent maak je kennis met de Gentse en Vlaamse wielergeschiedenis
De Gandrien een wandel -en fietsroute bestemd voor een breed publiek geïnteresseerd in de Vlaamse wielergeschiedenis. Het verbindt Gentse plekken met historische feiten maar biedt vooral verhalen.