Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
De mirakelverhalen van de Virga Jesse
Zoals overal heeft de Hasseltse Virga Jesse als schutspatroon van de stad veel mirakels verricht. Mirakels zijn straffe verhalen, die een uiting zijn van de universeel menselijke behoefte om onverwachte en onverklaarbare gebeurtenissen toe te schrijven aan een hogere macht. Overal horen mirakels, als immaterieel erfgoed, bij tradities als processies, religieuze feesten, ... Tegelijk zijn mirakels vaak wat ondergesneeuwd geraakt, omdat ze als volksdevotie werden beschouwd (of zelfs als bijgeloof).
Maar tijdens de middeleeuwen en zeker tijdens de 17de eeuw waren ze dé manier om het bestaan van een hogere macht aan te tonen. En trouwens, er gebeuren volgens de kranten nog weleens mirakels tijdens wereldbekers voetbal, ...
Mirakelverhalen zijn straf, universeel, ongelooflijk, ... en vaak zeer mooi beschreven.
De waka huia van Victor Spencer (1896-1918)
Multiculturaliteit, pelgrimage als erfgoedpraktijk
De transvaalstrijd of Boerenoorlog
Steun van de Vlaamse Beweging aan de Zuid-Afrikaners of Boeren - Vlaamse bewustwording.
Werkstation Biekorfstraat - Panamarenko (1940-2019)
Panamarenko was kunstenaar, uitvinder, technieker, wiskundige, filosoof en visionair. En dat alles tegelijk. Hij maakte zeppelins, vliegende rugzakken, helikopters met pedalen, onderzeeërs, ruimteschepen en wandelende kippen, en groeide uit tot een icoon van de naoorlogse avant-gardekunst. Zijn werk is internationaal bekend. Dat het grootste deel van zijn oeuvre tot stand kwam in zijn atelier in Antwerpen, waar hij ook meer dan 30 jaar woonde, is minder geweten. In 2007 schonk de kunstenaar het pand en de inboedel aan de Vlaamse Gemeenschap en het wordt sindsdien beheerd door het M HKA. Het huis zelf groeide – na ingrepen door Panamarenko en kunstenaar-architect Luc Deleu – uit tot een totaalkunstwerk en een monument, met als ultieme bekroning een helikopterplatform op het dak. Met de schat aan erfgoed die er bewaard wordt – van gebruiksvoorwerpen, fotoalbums en inspiratiebronnen, tot ontwerptekeningen, prototypes en multipels – komt het magische universum van Panamarenko er tot leven.
De tuin van Rubens
De tuin van het Rubenshuis vormt een belangrijk kruispunt op de historische site, zowel vandaag als in Rubens’ tijd. Toen al was het een groene oase en een plaats van verpozing. Momenteel wordt er hard gewerkt aan de uitvoering van een nieuw tuinontwerp. De plantenkeuze grijpt terug naar variëteiten die in Rubens’ tijd gebruikt werden. De historische tuin vertegenwoordigt een onderbelicht type erfgoed en herbergt ook de enige twee originele 17de-eeuwse architecturale elementen van het Rubenshuis: de portiek en het paviljoen.
Naar Iseland, naar Iseland, naar Iseland toe… Onze Vlaamse IJslandvaarders
Stel je voor dat je op het einde van de winter, in maart, met een zeilboot vertrekt richting IJsland om er te vissen. In barre omstandigheden, want stormweer en ijsschotsen maken de reis tot een levensgevaarlijke expeditie. Alsof dat niet volstaat, kom je pas binnen een half jaar terug thuis, als de herfst alweer in het land is. Of nog erger: je ziet je vaderland nooit meer terug en blijft achter in de ijzige wateren rond IJsland. Het lijkt nu misschien onvoorstelbaar, maar voor generaties vissers langs de Westkust was het jarenlang bittere realiteit. Vooraleer de stoomschepen hun intrede deden aan het einde van de negentiende eeuw, trotseerden ze al eeuwen de IJslandse golven aan boord van grote zeilschepen. In de Noord-Franse havens van Gravelines en Duinkerke scheepten ze in op zogenaamde goélettes (of galetten in vervlaamste vorm). De Vlamingen stonden er bekend als harde en ervaren werkers. Tot aan het begin van de twintigste eeuw trokken jaarlijks tussen 100 en 200 Vlaamse vissers zo naar IJsland om hun geluk te beproeven. De kabeljauwcampagne rond IJsland besloeg zes maanden. De reis naar IJsland zelf, de traverse, duurde twee à drie weken afhankelijk van de weersomstandigheden. Het vissen op kabeljauw gebeurde met lang kollijnen die onderaan voorzien waren van een stuk lood en een vishaak. De vangst werd op een heel specifieke manier bewerkt, gezouten en luchtledig verpakt in tonnen: de visserij ten zoute. Na drie maanden van zwaar werk in gure omstandigheden, kregen de vissers een weekje rust. De galette zocht eind mei een IJslandse baai op om er vers drinkwater in te slaan en herstellingen uit te voeren. Na dat ‘baaien’ volgde het achterseizoen, dat duurde tot de kabeljauw niet meer bewaard kon worden omdat het zout op was. Na 6 maanden kon dan toch de retourtraverse ingezet worden. Eindelijk terug huiswaarts.
Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum
'Kiezers, kiezeressen, als vrouw kan zij meer de toestanden van verdriet, van ongeluk begrijpen dan gelijk welke man'. Verkiezingspropaganda voor vrouwelijke kandidaten tijdens gemeenteraadsverkiezingen in het interbellum.
Het Sint-Alexiusbegijnhof van Dendermonde
De begijnenbeweging in het algemeen en de geschiedenis van het Sint-Alexiusbegijnhof van Dendermonde in het bijzonder.
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !
Wij willen ze levend! Steunpunt Levend erfgoed
Steunpunt Levend Erfgoed, SLE ijvert sinds 1993 voor de instandhouding van de oorspronkelijke en veelal zeldzaam geworden lokale rassen van landbouw- en neerhofdieren. Niet alleen kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en duiven, maar ook honden, schapen, geiten, varkens, runderen en paarden dragen onze zorgen weg.
SLE brengt de problematiek rond oude huisdierrassen onder de aandacht. Steunpunt Levend Erfgoed organiseert acties om onze rassen in de kijker te plaatsen, bouwt netwerken uit, biedt dienstverlening aan overheden/organisaties en organiseert fokprogramma's.
Geschiedenis van de "prinselijke familie de Merode in Everberg
Geschiedenis van de verschillende rijke adelijke families in Vlaams Brabant zoals die van de Merodes, Arenberg enz.. met als hoogtepunt niet alleen de 17de eeuw maar ook de 18de eeuw rond de periode van de Franse revolutie.
De historische collectie Agfa-Gevaert: een uniek stuk Vlaams industrieel en cultureel erfgoed
De historische collectie Agfa-Gevaert vertelt het verhaal van een bedrijf dat uitgroeide tot een wereldspeler, maar vertelt ook de geschiedenis van onze binnenlandse fotografie en van de industrialisering in de eerste helft van de 20ste eeuw. De collectie is heel divers en bevat allerlei objecten, onder meer de verschillende fotopapieren van Gevaert, verpakkingen, toestellen, maquettes, briefwisseling en demonstratie-albums. Het merendeel van de collectie stamt uit de periode van het bedrijf vóór de fusie van Gevaert met Agfa in 1964 (vandaar de benaming historische collectie Agfa-Gevaert). Sporen van de belangrijke economische, sociale en Vlaamse ontwikkelingen zijn overvloedig terug te vinden in de historische collectie Agfa-Gevaert, die hierdoor een monumentaal gewicht krijgt. De ontstaansgeschiedenis van deze verzameling is trouwens opmerkelijk. De historische collectie is geen zuiver bedrijfsarchief: het bedrijf zelf was er amper bij betrokken. Agfa-Gevaert had namelijk geen collectiebeleid: het waren in de eerste plaats (ex-)werknemers die zich engageerden om stukken te verzamelen. Zo valt het grote aandeel persoonlijke documenten en objecten in de collectie op, terwijl het archief van het bestuursniveau minder volledig is overgeleverd.
Een sterke band met Sint-Gummarus
Aan de verering van de H. Gummarus zijn bijzondere tradities verbonden. Jaarlijks laten gelovigen de band van de H. Gummarus op hun schouders leggen. Het zilveren schrijn met de relieken van de heilige, draagt men in processie rond door de stad. Verschillende Lierse gemeenschappen verbinden zich aan de H. Gummarus en houden deze traditie in ere.
Driekoningentaart
Het Bakkerijmuseum verzamelt sporen van het bakambacht en de bakcultuur in Vlaanderen. De traditie van Driekoningen en de bijbehorende taart is vandaag nog steeds een traditie die tot de levendige en rijke bakcultuur van Vlaanderen behoort.
Luchtballon maakt noodlanding in Sint-Juliaan
De 19de eeuw is een tijd van vele vernieuwingen, ook in de fotografie. De Fransman Félix Tournachon, beter bekent onder zijn pseudoniem Nadar, was een pionier in het nemen van luchtfoto’s, genomen vanuit een luchtballon. In 1864 loopt de vierder vlucht met zijn ballon ‘le Géant’ echter fout af.
Gregoriaanse muziek in Vlaanderen
Gregoriaans wordt in de katholieke kerk wereldwijd nog (heel af en toe) gezongen. In West-Europa is het de oudste nog gekende muziekvorm, goed gedocumenteerd, maar nu met uitsterven bedreigd. In Vlaanderen komt het gregoriaans binnen samen met de grote bekeerders: van Amandus en Bavo in Gent tot eeuwen later Norbertus in Antwerpen. Door Karel de Grote en Paus Gregorius worden instructies de wereld ingestuurd om het gregoriaans te uniformiseren - niet alleen uit muzikale of religieuze overwegingen, politiek speelde uiteraard altijd mee. In de Vlaamse en Brabantse kloosters en abdijen werden prachtig verluchte werken gekopieerd, waardoor we vandaag nog een behoorlijk goed idee hebben wat en hoe 1000 (!) jaar in Vlaanderen werd gezongen. En alle uniformiteit te spijt, de Gentenaren hadden toch hun eigen gregoriaans: er zijn officiegezangen bewaard, waar het leven van Bavo wordt verteld en de rol die de Fiere Stede daarin speelde.
Rubens extra muros
Rubens' werken geraakten verspreid over heel de wereld. Ook in Vlaanderen zelf zijn heel wat werken van hem te bezichtigen. Nu het Rubenshuis gesloten is, is dit de ideale gelegenheid om Rubens extra muros te verkennen.
Oudenaardse wandtapijten als relatiegeschenk in de Spaanse Nederlanden.
Het wandtapijt ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, afkomstig uit de reeks wandtapijten met scenes uit het leven van Alexander de Grote. De reeks Alexander-wandtapijten bevindt zich momenteel in de collectie van het MOU – Museum Oudenaarde, en bestaat uit vier verschillende werken: ‘Alexander voor de hogepriester Iaddo’, ‘Alexander wordt een kroon aangeboden’, ‘Alexander op het slagveld’ en ‘Het legerkamp bij de rivier Granikos’, allen te dateren tussen 1580-1590 , binnen de Spaanse Nederlanden. Het MOU is wat betreft de collectie wandtapijten uniek in Vlaanderen: geen enkel ander Vlaams museum biedt een representatief overzicht van Oudenaardse wandtapijten. Tegelijkertijd is deze collectie ook representatief voor de Vlaamse tapijtweefkunst en haar verschillende genres. Oudenaarde wandtapijten werden niet alleen geproduceerd als exportproduct van de hoogste klasse, maar ook als het relatiegeschenk bij uitstek.
De eerste landbouwers in Vlaanderen
Rond 5300 v. Chr. arriveerden de eerste landbouwers in het gebied dat we tegenwoordig kennen als het Vlaamse gewest. In de voorafgaande 500000 jaar leefden er in deze regio uitsluitend nomadische jagers-verzamelaars. Omstreeks 9000 v. Chr. begon men in het Nabije Oosten evenwel aan landbouw te doen. Rond 7000 v. Chr. was ook Oost-Europa op landbouw overgeschakeld. Door zelf voedsel te verbouwen hoeven landbouwers niet rond te trekken op zoek naar voedsel en kunnen ze zich dus ergens permanent vestigen. Landbouwgemeenschappen kennen een grotere bevolkingsaangroei dan jagers-verzamelaarsgroepen. Wanneer de bevolking van een nederzetting te groot werd, trok een deel verder om elders een nieuwe nederzetting te bouwen. Ze namen dan ook zaden, gedomesticeerde dieren en hun kennis over landbouwtechnieken met zich mee. Geleidelijk aan verspreidde de landbouw zich zo van Zuidoost-Europa over Centraal-Europa naar onze streken. In Centraal-Europa en bij ons behoorden deze eerste landbouwers tot de zogenaamde Bandkeramische cultuur. Hun aardewerk, dat ze versierden met bandvormige motieven, was ook het eerste aardewerk in onze streken.
Het Guldenboek van de Vlaamse studentenkring 'Nederduitsch Taalminnend Genootschap Schild en Vriend' aan de toen eentalig Franstalige Université Libre de Bruxelles
Het Guldenboek getuigt van een aantal historische evoluties zoals de overgang van de Vlaamse Beweging als culturele beweging naar een politieke en sociale beweging. Het toont ook aan hoe een aantal studenten de Vlaamse identiteit aan een vrijzinnig vooruitstrevend gedachtegoed koppelden, waarmee ze een progressieve vleugel vormden in de Vlaamse Beweging. Het Guldenboek legt de politieke, culturele en sociale netwerken bloot van jonge Vlaamse intellectuelen tussen 1886 en WO I in een vroegere Vlaamse stad, het toen nog nauwelijks verfranste Brussel, en het getuigt tegelijk over de verfransing.