Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Schittert jouw verhaal straks in het virtueel museum?
Op 12 maart 2024 lanceerden we FAAM, het virtuele museum van Vlaanderen, met verhalen die voortbouwden op voorstellen van vele erfgoedcollega's. Wil je jouw cultureel erfgoed laten schitteren in het museum? Bezorg ons dan jouw voorstel via het formulier hieronder.
Deze verhalen werden reeds ingediend
Museum voor Heem- en Oudheidkunde
Een museumpje uit Kontich, klein en fijn, wil er misschien ook wel bij zijn. Het heeft veel troeven in handen om eenieders hart te verwarmen... Het is geschikt voor jong en oud, arm en rijk.... Sowieso komt ge er qua kennis en ervaring rijker uit dan dat je er bent binnengegaan ! De onderwerpen zijn legio, zij behandelen als het ware alle aspecten van het leven, en wat de tijdspanne betreft, het bestrijkt een periode van de prehistorie tot laat ons zeggen het heden. Een paar opvallende items, die zeker aan het licht moeten komen, zijn de Gallo-Romeinse periode, die hier te Kontich serieus wat ' voeten in de aarde ' heeft gehad ! Die Romeinen wisten waar het goed leven was en de plaatselijke bevolking heeft er ' goedschiks of kwaadschiks '( zoals dit niet alleen hier maar ook elders in ons land gebeurde ! ) heel wat van overgenomen, getuige hiervan vele aantrekkelijk en educatief gerangschikte voorwerpen in een belangrijk deel van het museum . Er zijn in het verleden verscheidene opgravingscampagnes geweest, grotendeels verricht door de Avra ( Antwerpse vereniging voor Romeinse Archeologie ). Vanaf dan is het meer wetenschappelijk aangepakt. Daarvoor waren er ook al ' speurtochten' gebeurd, maar de kennis van de Archeologie was toen nog niet zo uitgebreid. Sowieso zijn er voldoende bewijzen aangeleverd om te stellen dat hier te Kontich een belangrijke nederzetting geweest is. Er zijn een aantal mooie maquettes te zien, vooral die van de Gallo-Romeinse tempel, die dit aanschouwelijk maken . Een ander interessant item in het museum zijn de ' Merklappen', die zeer befaamd zijn , maar...het kan altijd beter, een groter ' forum' zou alleszins welkom zijn !
Emile Wambach (Aarlen, 1854 - Antwerpen, 1924): oorlogscomponist en gecontesteerd conservatoriumdirecteur
De oprichting in 1867 van de Vlaamsche Muziekschool met de jonge componist-dirigent Peter Benoit (1834-1901) aan het hoofd, is van grote betekenis voor de Vlaamse cultuurgeschiedenis. De school - vanaf 1897 Koninklijk Vlaams Conservatorium - was de eerste instelling waar jongens en meisjes in het Nederlands een hogere opleiding muziek en toneel konden volgen. Sindsdien zijn er vele generaties musici, componisten, acteurs, woordkunstenaars en later ook dansers afgestudeerd, die het Vlaamse cultuurleven kleur(d)en. Uit het Antwerps Conservatorium ontstonden ook het kunstencentrum deSingel en de instrumentencollectie van het Museum Vleeshuis. In 1867 aanvaardde Peter Benoit het directeurschap van de Antwerpse Ecole de Musique op voorwaarde dat hij deze school onder de naam Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen kon inschakelen in de Vlaamse muziekbeweging. Benoits visie op muziek, zijnde de inschakeling ervan in de V.B., lokte heel wat tegenstand uit. Ook het belang dat hij hechtte aan de nationaal-culturele aspecten van de opleiding, contrasteerde sterk met de uitsluitend technisch-muzicale accenten in de opleiding aan de traditionele conservatoria. Vandaar dat de school pas door het Koninklijk Besluit van 28 juni 1898 erkend werd als 'Koninklijk'. Meteen werd het Koninklijk Vlaams Conservatorium de eerste Belgische instelling van hoger onderwijs waar het Nederlands de officiële voertaal was. Het mocht dan ook het predikaat 'Vlaams' als een voorrecht in zijn naam bewaren. Geïnspireerd door Duitse voorbeelden ontwierp Benoit als eerste directeur een eigen Algemeen Leerplan dat hij in 1900 publiceerde, maar dat nooit volledig toegepast werd. Het voorzag onder meer in drie afdelingen: een voorbereidende afdeling, een conservatoriumafdeling en een hogeschool. Onder de opvolgers van Benoit als directeurs, namelijk Jan Blockx (1901-1912), Emiel Wambach (1912-1924), Lodewijk Mortelmans (1924-1933), Flor Alpaerts (1933-1941), Jef van Hoof (1942-1944), Lodewijk de Vocht (1944-1952), Flor Peeters (1952-1968), Eugène Traey (1968-1980), Kamiel Cooremans (1980-1991) en Michaël Scheck (1991-1995) bleef het Koninklijk Vlaams Conservatorium steeds een van de belangrijkste centra van de Vlaamse muziek. Toch had het vaak met tegenwerking af te rekenen. Zo werden eerst in 1922 de bezoldigingen van de leraars gelijkgesteld met die van de andere koninklijke conservatoria. Ook zou het tot in 1968 duren eer het gebouw aan de Sint-Jacobsmarkt dat in 1886 als 'voorlopig' onderkomen aan de school was toegewezen, kon geruild worden voor het nieuwe gebouwencomplex dat onder de benaming de Singel aan de voormalige Wezenberg werd opgetrokken. De bibliotheek waarvan de grondslag in 1874 werd gelegd, mede door schenkingen en legaten, is uitgegroeid tot een der belangrijkste in het land; zij bevat onder andere meer dan tienduizend handschriften van Belgische en vooral Vlaamse componisten. De concertvereniging van het Koninklijk Vlaams Conservatorium die in feite teruggaat tot 1881 maar die, na heel wat hoogten en laagten, werd heropgestart in 1935, schenkt geregeld aandacht aan het werk van Vlaamse toondichters uit heden en verleden. Verschillende belangrijke verenigingen waaronder de Koninklijke Vereni
De eerste klavecimbelbouwers in de Lage Landen
Druk aan het werk in het atelier van Christoffel Plantijn
Intact. Drukklaar. Zo staan ze er bij, de oudste drukpersen ter wereld. Plantijn zelf of zijn schoonzoon Jan Moretus hebben de beide drukpersen misschien nog gekend. Ze hebben zichtbaar een bewogen leven achter de rug. Ze zijn de eerste getuigen van een mijlpaal in de geschiedenis: de uitvinding van de boekdrukkunst. Welkom in de drukkerij van de uitgever Christoffel Plantijn. Hij start in 1555 zijn succesvolle bedrijf ‘De Gulden Passer’. Het drukkersatelier is het kloppend hart van het bedrijf. In de tijd van Christoffel Plantijn zelf (zo rond 1575) stonden er zeker 16 drukpersen. De drukkerij telde 56 personeelsleden. Er wordt hard gewerkt, maar ook geklaagd, geruzied en geleefd. Die levendige verhalen kennen we uit het bewaarde bedrijfsarchief. Plantijns bedrijf was in die tijd wereldwijd de grootste in zijn soort. Heel het atelier van de drukkerij ligt er na bijna 450 jaar nog steeds bij alsof de drukkers en letterzetters elk moment aan het werk kunnen gaan.
De stichting van Romeins Tongeren, de oudste stad van Vlaanderen
Rond 10 v. Chr. , ongeveer een halve eeuw na de Romeinse verovering van onze streken, stichtte het Romeins bestuur de stad Atuatuca Tungorum, het huidige Tongeren. Die naam verwijst naar de Tungri, die het voormalige gebied van de Eburonen bewoonden nadat de Romeinse generaal Julius Caesar deze laatste had uitgemoord. Van 16 tot 13 v. Chr. verbleef keizer Augustus persoonlijk in Gallië. Vermoedelijk besliste hij toen in samenspraak met het provinciebestuur van Gallia Belgica, waartoe het huidige Vlaanderen toen behoorde, de provincie op te delen in districten. Die districten kregen elk een nieuwe hoofdplaats. Tongeren werd de hoofdplaats van het district van de Tungri, dat zich uitstrekte over de oostelijke helft van het huidige België en enkele aangrenzende regio's in onze buurlanden. De stadsstichting had een enorme impact op de hele regio, die tot dan alleen kleinschalige landelijke bewoning had gekend. Bovendien maakte de nieuwe hoofdplaats deel uit van een netwerk dat het hele Romeinse rijk omvatte. Tongeren lag aan een strategische weg die de provinciehoofstad Keulen aan de Rijngrens verbond met Boulogne-sur-Mer aan de Noordzee.
Medicinale oorsprong van jenevers en likeuren
Sterkedranken waaronder jenevers en likeuren vinden hun oorsprong in medicinale toepassingen die vaak "per druppel" werden toegediend en gearomatiseerd met allerhande extracten en -distillaten van kruiden, niet alleen om de alcoholische smaak te verzachten maar ook en vooral omwille van de geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven aan die kruiden. Elixir, de meest bekende en meest gedronken likeur in Vlaanderen, kent een gelijkaardige oorsprong en toepassing maar het bijzondere aan deze likeur is dat zij ook een opvallende plaats inneemt in de ontwikkeling van de dierengeneeskunde.
: Collectie strafrechtelijke voorwerpen Veurne
De stad Veurne bezit een unieke verzameling gerechtigheidsvoorwerpen of schandstrafstukken. De collectie dateert uit de periode 1499-1623.
Waarschijnlijk zijn de voorwerpen afkomstig uit de Vierschaar van de stad zelf of van de Kasselrij Veurne. Deze schandstrafstukken zijn zeer unieke voorwerpen uit de geschiedenis van Vlaanderen.
De collectie bestaat uit 11 geelkoperen stukken, namelijk 7 platen met opschriften, 2 afbeeldingen van hoofden, en 2 afbeeldingen van handen.
De voorwerpen vertegenwoordigden zware financiële straffen voor wie die opgelegd kreeg. De voorwerpen werden tentoongesteld in de Vierschaar en bleven zo jarenlang een schande voor de veroordeelde zelf, maar ook voor zijn familie.
De koperen hoofden met (ontbrekende) ring of slot door de lippen, betekenden een straf voor aansporen tot oproer, voor het beledigen van God, voor smaad of laster tegenover ambtenaren die de stad bestuurden of het gerecht vertegenwoordigden.
De handen, gebalde vuist of hand die een (ontbrekende) dolk vasthoudt staan symbool voor wie lichamelijk geweld heeft gepleegd.
De begeleidende platen vermeldden de naam van de veroordeelde, de reden van de veroordeling en het vonnis met datum. De gerechtigheidsvoorwerpen waren dus bedoeld als voorbeeld voor het volk en als eerherstel voor het slachtoffer, en tentoongesteld voor het volk. De voorwerpen verwijzen dus zeker niet naar verminkingen zoals eerder in de vroege Middeleeuwen.
De stukken worden bewaard in het vroegere Stadhuis van Veurne, ingericht als museum.
De Vierschaar is het gerechtelijk bestuur in Vlaanderen tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime.
Van warenhuis tot museum
Over de historiek van Mu.ZEE. De gebouwen waar het museum vandaag nog steeds is gehuisvest, waren aanvankelijk gebouwd als warenhuis van een coöperatieve. In dat warenhuis waren zeer verschillende producten te koop. Pas in de jaren 1980, wanneer het warenhuis failliet werd verklaard, kwam het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst in de gebouwen.
De lege stoelen
Verbinding met eigentijds thema: de oorlogen die vandaag nog uitgevochten worden waaronder sommige met enkele parallellen met WOI
Driekoningentaart
Het Bakkerijmuseum verzamelt sporen van het bakambacht en de bakcultuur in Vlaanderen. De traditie van Driekoningen en de bijbehorende taart is vandaag nog steeds een traditie die tot de levendige en rijke bakcultuur van Vlaanderen behoort.
De Codex Eyckensis, het oudste boek van België
De Codex Eyckensis is het oudste bewaarde verluchte evangelieboek in België, Nederland en Luxemburg. Het uit twee delen bestaande perkamenten handschrift zou geschreven en verlucht zijn door een monnik in de tweede helft van de 8e eeuw. Het behoorde eens tot de vroegmiddeleeuwse abdij van Aldeneik aan de Maas, en wordt sinds 1571 bewaard in het nabijgelegen Maaseik. De Codex Eyckensis illustreert en symboliseert de zgn. tweede kersteningsgolf, toen Angelsaksische missionarissen zoals Bonifatius door Rome naar de Frankische en heidense gebieden in Noordwest- Europa werden gezonden om daar het christelijk geloof te verspreiden en kloosters te stichten. Vergelijkend onderzoek met andere gelijkaardige codices wees uit dat de Codex Eyckensis wellicht werd vervaardigd in het door Willibrordus gestichte klooster in Echternach (nu Luxemburg) en dat het van daaruit in het vrouwenklooster van Aldeneik is beland. Dergelijke codices werden gebruikt om het woord van God te prediken onder te bekeren volkeren. Dit proces vormde de motor voor de kerstening van Noordwest-Europa en dus ook het huidige Vlaanderen. Het christelijk geloof zou tot de dag van vandaag het leven, denken en doen van de bevolking aldaar sterk bepalen.
Museum van antieke paardenkoetsen + ambacht restauratie van antieke paardenkoetsen
We zijn een museum met een collectie van antieke paardenkoetsen, gelegen te Bree. Op dit moment bestaat de collectie uit koetsen uit heel Europa. Het is de bedoeling in de toekomst om heel wat stukken uit de collectie te vervangen door koetsen die gebouwd zijn door Belgische koetsenbouwers. Naast deze koetsen besteden we ook aandacht aan het ambacht van koetsenbouwer.
Kerstbestand 1914
Het verhaal van de Eerste Wereldoorlog kent vele nuances. De monstrans toont ons de vredeswil die er tijdens de kerstperiode van 1914 aan het front aanwezig was.
Het Tourpeloton in de schaduw van de eerste wielerpioniers.
De allereerste officiële wielerwedstrijd in België op 20 juli 1868 in het Jubelpark te Brussel.
Rennende fallussen en vliegende vulva's
Vanaf de late 12de eeuw worden insignes als volks en goedkoop massaproduct op grote schaal verspreid, in de hele westerse wereld. Deze loodtinnen speldjes bootsen de kostbare broches na die van edelmetalen worden gemaakt. Ze worden verkocht bij openbare vertoningen en religieuze spektakels, en tijdens processies, volkstonelen, wagenspelen en spektakelstukken waar rijk en arm samen het publiek uitmaken. Mensen brengen ze ook mee van bedevaartsoorden, als souvenir. Er bestaan honderden soorten insignes. Het gamma gaat van heilig tot zeer profaan of werelds, van puur devotioneel tot extreem seksueel, van gelovig tot bijgelovig. Veel voorstellingen zijn voor ons en ook voor onderzoekers moeilijk te vatten. Insignes worden overal in Europa teruggevonden, maar vooral in N-W-Europa. Er zouden tussen 1300-1500 10 à 20 miljoen insignes in Europa zijn gemaakt. Maar een fractie hiervan is overgeleverd tot vandaag (versmolten of verloren gegaan).
De kunst van het maken van spekken
Een spek is snoepgoed dat in Vlaanderen ook nonnenbil of meiskesvlees genoemd wordt. Een andere naam ervoor is witte drop of slappe Jan. In het Engels heet het marshmallow. Marshmallows zijn sponsachtige snoepjes die in allerlei vormen voorkomen, vaak met een roze of witte kleur. Ze worden gemaakt uit suiker of maïsstroop, geweekte gelatine, Arabische gom en smaakstoffen. Deze ingrediënten worden samen opgeklopt tot een sponzig geheel, wat de basis vormt voor de marshmallow.
Een unieke inkijk in een 18de-eeuws hospitaal
Het Sint-Janshospitaal in Brugge is één van de oudst bewaarde hospitaalgebouwen van Europa. De oude hospitaalzalen, de kapel, het zuster- en broederklooster, de historische apotheek ademen gewoonweg geschiedenis en de (kunst)voorwerpen die er worden bewaard en getoond, zijn specifiek gemaakt voor deze context. Ze getuigen van acht eeuwen zorg voor lichaam en ziel op deze plek. Het schilderij 'Zicht in de ziekenzalen' (1778) van Jan Beerblock biedt een unieke kijk in het vroegere hospitaalleven.
Het ultimatum van Duitse Generaal Max Ferdinand Karl von Boehn
De beleving van de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en de Duitse bezetting. De rol van de Vlaamse Martelaarsteden: Aarschot, Leuven, Dendermonde.
Het kalf van Catho
In 1914 werd er in één van de 20 staatsboerderijen in Lommel-Kolonie – bewoond door Hendrikus Poelmans (°Lommel 23/12/1856 en +Lommel 02/11/1918) en Catharina (Catho) Claes °Lommel 10/09/1879 en +Munsterbilzen 17/06/1961) - een kalf met twee koppen geboren. Omdat dit zo een unieke gebeurtenis was, werd het dier opgezet en werd het een rariteit waar de inwoners van het gehucht nieuwsgierig naar kwamen kijken. Uit de Gazet van Lommel 2de jaargang, nr. 14 Zondag 5 april 1914 Pagina 2 Provincienieuws Colonie “Bij den pachter Poelmans alhier, is deze week een wonderkalf geboren, hebbende twee koppen gansch volmaakt. Spijtig dat het dier niet levend is kunnen geboren worden; de vaars ook is moeten afgemaakt worden”.
Praalgraf van Anselm Adornes en Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge
Het praalgraf van Anselm Adornes en zijn vrouw Margareta van der Banck in de Jeruzalemkapel te Brugge. Een loodzware tombe gemaakt uit Doornikse steen aan de hand van beeldhouwer Cornelis Tielman.
Een muntenweegschaaltje van textielteut Franciscus Damen
Handel en wandel van de 'teuten'. Teuten waren rondtrekkende kooplieden en ambachtslui, die actief geweest zijn van het einde van de 15de - begin 16de eeuw tot het einde van de 19de - begin 20ste eeuw. Ze wisselden een zwaar handelsseizoen buiten de eigen streek af met een periode van rust en ontspanning in huiselijke kring. Vanuit Belgisch Noord-Limburg en een klein stukje van Nederlands Noord-Brabant strekte hun handelsterrein zich uit over half Europa: Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en zelfs Denemarken. Ze verdienden de kost met het snijden van hengsten en andere dieren, met ketellappen en met de verkoop van koperwaar, aardewerk, textiel en pruikenhaar. Ze onderscheidden zich van verwante (leurders-)groepen enerzijds door hun zeer strikte organisatie in grote of kleine compagnieën - al dan niet met hiërarchische taakverdeling, soms bij reglement of notarieel contract vastgelegd -, en anderzijds door het feit dat ze als enigen een beperkt krediet verleenden aan hun klanten. Op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw kwam er, na meer dan vier eeuwen, een abrupt einde aan de teutenhandel.